nieuws

Aannemer moet meer met dubobeleid doen

bouwbreed Premium

“Het valt me op dat bijvoorbeeld aannemers nogal volgend reageren op de plannen die gemeenten maken voor het duurzame bouwen. Eerder onderzoek leerde dat ‘de bouw’ niet altijd even enthousiast op het onderwerp reageert maar dat de bedrijven aanbevelingen en richtlijnen van gemeenten toch zo goed mogelijk proberen uit te voeren. Dat is jammer want aannemers beschikken toch ook over kennis van zaken die het duurzame bouwen ke bevorderen. Bouwers zien daar soms hogere kosten door ontstaan en vrezen voor de weerslag ervan op hun balans”, zegt hoofd C. Gijswijt van het bureau BouwWijzer uit Zaandam.

Jean Quist

“Alle Noord-Hollandse gemeenten weten inmiddels wat met duurzaam bouwen wordt bedoeld”, weet Gijswijt. “Het blijkt echter niet altijd eenvoudig het onderwerp in de organisatie onder te brengen. In de afgelopen tweeenhalf jaar hebben we daar fors mee geexperimenteerd en gekeken waar de problemen zich voordoen.

Die komen vooral voort uit de sectorale werkwijze van het plaatselijke bestuur wat de voortgang van een integraal proces als duurzaam bouwen vertraagt. Anders gezegd: ambtenaren van de dienst financien praten niet met ambtenaren van de dienst openbare werken. De gemeenten onderkennen dat zelf ook wel maar zien vooralsnog geen mogelijkheden daar zelf verandering in te brengen. Met studiebijeenkomsten en begeleiding van gemeentelijke en regionale plannen van aanpak willen we ervoor zorgen dat alle afdelingen erbij betrokken raken.”

“Geleidelijk aan zie je nu enige verbetering ontstaan”, stelt Gijswijt. “In informele bijeenkomsten nodigen we uitvoerende ambtenaren uit een reactie te geven op een beleidsplan. De ideeen die daar uit voortkomen komen bij andere afdelingen terecht. Maken van nieuwe plannen slaat minder aan dan het uitvoeren van bestaande voorstellen. Hier hebben we een beleid gemaakt voor Zaandelft en voor de gemeente als geheel. Met een studiebijeenkomst maakten we de mensen daarmee bekend en hebben we ze gevraagd de leidraad in te passen in hun vakgebied en deze uit te dragen in hun afdeling. De afdelingchefs spelen in deze niet de belangrijkste rol omdat zij uiteindelijk niet degenen zijn die het duurzame bouwen een praktisch beslag geven.”

Coordinator

“Nu mensen zo nauw bij een plan worden betrokken groeit in Zaandam bij alle afdelingen het enthousiasme”, vindt Gijswijt. “Wil je dat in stand houden dan moet je de uitgangspunten van tijd tot tijd opnieuw onder de aandacht brengen. Te denken valt ook aan de benoeming van een aparte coordinator. Daarmee loop je wel het risico dat uiteindelijk een functionaris alle lasten van het duurzame bouwen te dragen krijgt. In het verlengde daarvan kan de coordinator langzaam aan het zicht verliezen op andere belangen.

Noodzakelijk is het dus dat iedereen die met duurzaam bouwen te maken krijgt dat onderwerp in zijn takenpakket krijgt waarbij de coordinator erop toeziet dat de desbetreffende taken ook in praktijk komen en ervoor zorgt dat dit ook inderdaad kan. En daarmee heb je aan de belangrijkste voorwaarde voldaan. De interesse van een wethouder voor het onderwerp weegt toch wat minder zwaar. Die kan wel willen dat er iets gebeurt maar dat betekent niet automatisch dat het daadwerkelijk gebeurt.”

“Alkmaar heeft een kaderplan gemaakt en vroeg BouwWijzer in de komende twee jaar op te treden als coordinator voor het duurzame bouwen”, legt Gijswijt uit. “Heerhugowaard heeft een langere traditie in deze. Het zogeheten HAL-gebied kampt echter met het probleem om drie gemeenten samen een dubobeleid te laten uitvoeren terwijl elke gemeente zijn eigen verantwoordelijkheden houdt.

Men kijkt wel naar elkaar maar wil zoveel mogelijk zelfstandig aan de slag blijven. Over het geheel genomen leggen de Noord-Hollandse gemeenten voor het duurzame bouwen de nadruk op de ruimtelijke ordening. Voorop staan de mogelijkheden per gemeente. Duurzaam bouwen is welbeschouwd een verzamelbegrip. Het schept kansen voor een meer milieubewuste aanpak, zorgt voor kwaliteitsverbetering, biedt mogelijkheden om de natuur in de stad te brengen, bevordert de sociale veiligheid.”

“Gaandeweg zorgt de aandacht voor de duurzame nieuwbouw ook voor een grotere interesse voor de bestaande voorraad”, meent Gijswijt. “Onder meer de regio’s West-Friesland en Kop van Noord-Holland maken daar nu plannen voor. Wanneer de bebouwing van de Vinexlocaties eenmaal loopt zal er nog meer naar de bestaande voorraad worden gekeken. Aanpak daarvan zal veelal tot hogere kosten leiden en dus tot problemen voor de zittende bewoners. Dat vereist creativiteit van corporaties die bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop de uitgaven ke verminderen. Subsidies ke daar ook aan bijdragen maar een budgetneutrale renovatie zal in beginsel nooit mogelijk zijn.”

Andere doelgroepen

“In de komende tijd zullen we ons vooral bezighouden met de omvorming van een gesubsidieerd bureau tot een zelfstandige organisatie”, licht Gijswijt toe. “Het energiebedrijf PEN blijft in elk geval nog drie jaar de subsidie verstrekken. Niet in de laatste plaats omdat ze op die manier hun voorzieningen voor duurzame energie onder de aandacht van gemeenten ke brengen. Daarmee krijgen we wat meer ruimte om andere doelgroepen te benaderen. Nu ligt de nadruk nog vooral op het gemeentelijke werk. Het ligt in de bedoeling de activiteiten uit te breiden naar andere provincies. In het verlengde daarvan is er ook al nagedacht over samenwerking met soortgelijke bureaus zodat je een slagvaardige landelijke organisatie krijgt.”

BouwWijzer verstrekt via telefoon 075-6356699 en fax 075-6160655 nadere inlichtingen.

Reageer op dit artikel