nieuws

Redelijke eisen van welstand

bouwbreed Premium

Over smaak valt niet te twisten. Dit oude vaderlandse gezegde geldt net zo goed voor bouwwerken als voor alles wat we als ‘kunst’ beschouwen. Of nieuwe bouwwerken aan de eis van goede smaak voldoen is daarom heel moeilijk vast te stellen. De wetgever heeft de beoordeling daarvan overgelaten aan de gemeenten, maar hen wel verplicht daarvoor het advies in te winnen van een commissie met de wat wereldvreemde naam ‘welstandscommissie’.

Vroeger werden deze commissies ‘schoonheidscommissies’ genoemd, maar daarvoor gold natuurlijk hetzelfde probleem, want wat is mooi en wat is lelijk?

Dat zulke commissies er in dat opzicht vaak andere opvattingen op nahouden dan de doorsnee- burger hoeft niet zo’n groot probleem te zijn. Dat zij er bij het uitbrengen van hun advies ook wel eens naast zitten, ook niet als de dagelijkse besturen van onze gemeenten maar de moed ke opbrengen om zo’n welstandsadvies naast zich neer te leggen.

Burgemeester en wethouders van het Betuwse Heteren deed dat gelukkig wel toen het Gelders Genootschap tot bevordering en instandhouding van de schoonheid van stad en land met een negatief advies kwam op de aanvraag voor een bouwvergunning van Evora BV. De onderneming die de drogisterijketen Het Kruidvat exploiteert, wilde in Heteren een distributiecentrum bouwen. Daarbij moest een reclamemast komen en daarop had het welstandsadvies van het Gelders Genootschap betrekking.

In zijn advies baseerde het genootschap zich merkwaardig genoeg op het concept van een beeldontwikkelingsplan voor de Poort van Midden-Gelderland. Daar zal het zelf wel actief bij betrokken zijn geweest, maar een ontwerp kan natuurlijk nooit de grondslag zijn voor het op esthetische gronden afwijzen van een bouwwerk. Het dagelijks bestuur van Heteren legde het advies dan ook netjes naast zich neer omdat dit ontwikkelingsplan nooit door de gemeenteraad was vastgesteld.

Nu mag er van zo’n advies alleen worden afgeweken op andere dan esthetische gronden, omdat de welstandscommissie per definitie kennelijk een betere smaak heeft dan een burgemeester met zijn wethouders. Maar gelukkig kent de wet een uitzondering op die stelregel: het mag wel als er een nader advies wordt gevraagd van een deskundige. Dat deed dit college dus omdat het vond, dat de reclamemast wel degelijk voldeed aan redelijke eisen van welstand.

Een stedenbouwkundige van het Bureau Van Droffelaar BV bracht een maand na het negatieve verhaal van de genootschappers een positief advies uit en herhaalde dat een kleine twee jaar later. Dat speelde een belangrijke rol in de procedure bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aangespannen door een concurrent van Het Kruidvat, die op enige afstand een iets lagere reclamemast had staan. Hij was bang, dat de aandacht van zijn reclame zou worden afgeleid door die van Het Kruidvat. Op de drie reclameborden van 9 bij 9 meter bovenaan die 30 meter hoge mast staat het logo van deze drogisterij en dat is kennelijk heel wat opvallender dan de reclame op de andere mast.

De werkelijke reden om tegen de bouwvergunning voor de mast van Het Kruidvat bezwaar te maken was natuurlijk geen esthetische. Dat was de verstoring van de attentiewaarde van zijn eigen mast, die nota bene niet minder dan 430 meter daar vandaan stond. Maar op dat zakelijke bezwaar beriep de eigenaar van de lagere mast zich niet alleen.

Hij vond ook dat het contra-advies van de stedenbouwkundige genegeerd diende te worden omdat die niet als een onafhankelijk en deskundig college kon gelden.

Maar om de andere opvatting die in dat contra-advies stond over de ‘welstand’ van de reclamezuil ging het de concurrent natuurlijk helemaal niet. Hij wilde alleen maar bereiken, dat er geen bouwvergunning voor het ding verleend zou worden en op welke gronden die geweigerd zou worden zal hem weinig geinteresseerd hebben.

De rechter zag echter geen enkele reden om het stedenbouwkundig bureau, dat het daar geldende bestemmingsplan had ontworpen, te diskwalificeren als deskundige. Ook het opstellen van het bestemmingsplan maakte de stedenbouwkundige bij dit bureau nog niet afhankelijk van de gemeente. Er was in de ogen van de rechters geen sprake van een verstoring van de attentiewaarde van de mast, die de concurrent van Het Kruidvat al langs de rijksweg A50 had staan. Ze zullen wel gedacht hebben: als je meer aandacht op jouw eigen zuil wilt vestigen, zorg je maar voor een wat aansprekender reclame.

(BR 1996 p. 651)

Reageer op dit artikel