nieuws

Het gerucht van plagiaat

bouwbreed

Rem Koolhaas heeft ook van mij ideeen gepikt. Zegt een gepensioneerde Rotterdamse kapper. Bijna een kwart pagina lang mag hij in het Rotterdams Dagblad uitpakken over de “gladde commerciele jongen” Koolhaas. Arme architect die zich dit soort verdachtmakingen moet laten welgevallen.

Koolhaas’ ontwerp voor de Kunsthal zou plagiaat zijn. Zeggen ze. “Ze”, dat zijn de kranten, op sleeptouw genomen door ene architect Pearce.

Pearce kondigde begin april al juridische actie aan tegen Koolhaas wegens plagiaat. De aanklacht bij de rechtbank werd door Pearce niet binnen de gestelde termijn geeffectueerd en verliep eind september. Enkele dagen later deponeerde Pearce wederom dezelfde aanklacht.

De eerste zaak werd opgepikt door het Londense blad Construction News en Cobouw. Het bleef stil en de zaak verliep. De tweede aanklacht werd gesignaleerd buiten de vakpers, door The Observer. De Volkskrant schreef het over van The Observer. En toen volgde een hele rits, tot en met het Rotterdams Dagblad. En iedereen mag zijn zegje doen, tot en met de kapper. Het is zo’n lekker smeuiig onderwerp, de Diekstra van de architectuur, dat laat niemand zich ontglippen.

Al die tijd is de aanklacht gefundeerd met niet meer dan de mening van de overigens onbekende Pearce zelf en een vaag plaatje. Niemand weet dus waarover die praat. De aan de schandpaal genagelde Koolhaas weet zelf van de aanklacht niet meer dan in de kranten staat. En tegen vage beschuldigingen is het moeilijk jezelf te verweren. Arme architect die zich dit soort verdachtmakingen moet laten welgevallen.

Het is wonderlijk dat dit Koolhaas overkomt. Als er iemand in het vak is die het niet nodig heeft om te jatten, dan is hij het. En er is nauwelijks een andere architect van wie wereldwijd zoveel is gejat als van hem. Er zijn maar enkele andere architecten te noemen die de afgelopen vijftien jaar zo’n verregaand vernieuwende invloed op de architectuur hebben gehad als hij.

Als een gebouw een torentje heeft en een hellingbaan, maakt dat het nog niet tot Kunsthal. Als ik de blues zing, kan ik niet tegen Tina Turner zeggen dat zij haar lied van mij gejat heeft. (Ach, jatte ze het maar – onsterfelijkheid zou mijn deel zijn dankzij haar.)

Bij deze column staan twee zeer gevaarlijke plaatjes. Een toont een deel van het (veel meer omvattende) plan van Pearce. Het tweede is een dwarsdoorsnee van de Kunsthal van Koolhaas. Ha, denkt de oppervlakkige beschouwer: allebei plat met een torentje, dat lijkt op elkaar. Precies dat maakt deze plaatjes zo gevaarlijk – ze verleiden om af te gaan op oppervlakkige schijn.

Een veel lastiger te lezen plaatje, dat meer de essentie van de Kunsthal weergeeft is nummer drie: een schema dat toont hoe een hellingbaan binnen het gebouw vier pleinen verbindt. Beide tekeningen van Koolhaas zijn afkomstig uit zijn recente boek “S, M, L, XL”. Daarin is na te lezen en te bekijken hoe vanuit dat idee, en vanuit het idee van een constructie met vierendeel liggers, de Kunsthal is gegroeid.

Iedereen vond het gebouw toendertijd een echte Koolhaas. Een logische ontwikkeling in zijn oeuvre. Niemand dacht, he dat is een vreemde eend in de bijt, waar zou die dat nou toch vandaan hebben?

Zullen we gewoon maar even afwachten wat er bij de rechtzaak op tafel komt – als het er inderdaad nu wel van komt? Dan hoeft niemand meer eigen rechtertje te spelen op basis van geruchten en schijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels