nieuws

Generaal pardon btw-belaste verhuur

bouwbreed

Iedere aannemer die op de een of andere manier al voor 10 april 1996 onroerend goed ter beschikking stelde aan een derde, krijgt van staatssecretaris Vermeend nog een keer de kans om te kiezen voor btw-belaste verhuur. Voor 1 januari 1997 moet daartoe een optieverzoek bij de fiscus worden ingediend. Anders is de aftrek voorbelasting btw voorbij.

Vermeend haalt rigoureus de bezem door de vooraftrek van btw bij verhuur van onroerend goed. Eind 1995 introduceerde hij via reparatiewetgeving een fictiebepaling. Sindsdien worden door de fiscus alle vormen van terbeschikkingstelling van onroerende zaken als ‘verhuur’ aangemerkt. Iedere vorm van feitelijk gebruik door een derde kwalificeert de fiscus voor de btw als verhuur van een onroerende zaak.

Aannemers moeten daarbij niet alleen denken aan reguliere huurovereenkomsten, maar ook aan medegebruik van een pand door verschillende concernmaatschappijen, het bieden van opslagfaciliteiten aan een derde en alle andere vormen van (mede)gebruik van een pand. Ook als geen vergoeding wordt berekend of als de vergoeding in een managementfee zit, kan dit gebruik sinds eind 1995 worden geraakt door de btw-verhuurbepalingen.

Drie-maandstermijn

Wie nog niet wakker was geworden werd op 10 april 1996 goed door elkaar geschud. Een aannemer kan als verhuurder van onroerende zaken kiezen voor btw-belaste of vrijgestelde verhuur. Als hoofdregel is de verhuur van een onroerende zaak vrijgesteld van btw. Maar de verhuurder (aannemer) die daarvoor kiest heeft dan ook geen recht op aftrek van de btw die door derden aan hem in rekening wordt gebracht (bouw, aankoop, verbouwing, onderhoud, etc.). Voor wie investeert is het daarom vaak fiscaal voordeliger te kiezen voor btw-belaste verhuur.

Daartoe moeten huurder en verhuurder gezamenlijk formeel binnen drie maanden een optieverzoek bij de fiscus indienen. Tot voor kort ging de fiscus met die termijn soepel om. Onder omstandigheden ging de fiscus zelfs met een terugwerkende termijn van vier jaar terug nog akkoord. Maar op 10 april 1996 was dat plotseling afgelopen. Vermeend gaf de fiscus een instructie de drie maandstermijn strikt te hanteren. Te laat is te laat. In juni dit jaar bevestigde hij dat standpunt nog eens naar aanleiding van Kamervragen.

Vrij onverwacht heeft Vermeend nu toch nog besloten het bedrijfsleven een herkansing te geven via een generaal pardon voor alle huurovereenkomsten die voor 10 april 1996 zijn gesloten, zelfs tot vier jaar terug. In het kort komt deze regeling erop neer dat uit praktische overwegingen wordt berust in de gevolgde handelwijze indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

* vanaf de aanvang van de (ver)huurperiode is de verhuur (aantoonbaar bijvoorbeeld via facturen) als belaste verhuur aangemerkt;

* de huurder in de gehele (ver)huurperiode voor tenminste 90% aftrekrecht voor de btw heeft;

Vanaf 1 januari 1997 zal de fiscus de omzetbelastingregels die gelden bij verhuur van onroerende zaken strikt hanteren.

Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Paul Schol, Moret Ernst en Young, Arnhem. Tel. 026 – 32 09 500.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels