nieuws

Duurzame bouw is kwestie van aanpassen

bouwbreed

Gebouwde megastructuren als de Bijlmer en Hoog Catherijne zijn zeer moeilijk aanpasbaar. Complexe technische bouwwerken zijn door die starre opzet al bij het ontwerp verouderd. Doordat alles onverbrekelijk aan elkaar vastzit sleurt het verval van de ene functie de andere mee. De mate van overzicht en mogelijkheden voor goed gebruik bepalen de duurzame basisstructuur van een stad.

Niet series modegrillen of trendbreuken leveren een gezonde en geliefde stad op maar de capaciteit van de mens om snel te leren en geleidelijk te komen tot een nieuw dynamisch evenwicht tussen stad en natuur. Ir. T. Koolhaas legde in Utrecht op een bijeenkomst van de SEV uit dat aanpasbaarheid het uitgangspunt van het stedelijke patroon moet zijn. Hij noemde het bouwen boven de toegangsaders tot een stad een noodsprong.

Het profiel en de interne organisatie van (spoor)wegen maken doorlopend structurele veranderingen door. De relatief lage dichtheden van Nederland maken de aanleg van twee verkeerslagen in vooral het voetgangersgebied overbodig. Commercieel slaat zo’n tweede laag ook niet aan zoals blijkt in het geval van de ‘Heuvel’ in Eindhoven. Daarbij leidt de verticale scheiding tot sociale onveiligheid. Nauwelijks te veranderen megastructuren die op papier goed functioneren worden in tijden van economishe teruggang een loodzwaar blok aan het been. Gepland verval van steden is dan onontkoombaar.

Duurzaamheid ontstaat volgens Koolhaas door continuiteit. De duurzaamste stedebouwkundige plannen zijn zo eenvoudig en vaak ook zo saai van verkaveling dat ze achter op een enveloppe ke worden getekend. Ze bieden evenwel een sterke hoofdstructuur en zijn avontuurlijk in ontwikkeling en detaillering. Stedenbouw moet aansluiten op de beginselen van de ruimtelijke ordening die al eeuwenlang hun waarde bewijzen. Dat houdt eenvoudige en heldere verkavelingen in die uitgaan van logische transportlijnen waarbij het openbare vervoer een belangrijke rol speelt. Een zogenaamde moderne, revolutionaire visie die zich tegen het verleden afzet staat garant voor mislukkingen.

Allesomvattend

De aandacht die de duurzame aanpak tegenwoordig geniet mag er volgens drs. J. Schuyt van de SEV niet toe leiden dat het begrip het karakter krijgt van een allesomvattende en dus nietszeggende term. Energie en besparing daarvan bepalen in elk geval de mate van duurzaamheid. De stedenbouwkundige opzet moet ervoor zorgen dat een energieprestatiecoefficient van 1.0 wordt bereikt en mogelijkheden scheppen om zelf in de energiebehoefte te ke voorzien.

Duurzaam is ook het toenemende gebruik van regen- en oppervlaktewater in het huishouden. Enkele locaties krijgen de beschikking over twee waterleidingsystemen waarmee een forse besparing op het gebruik van drinkwater ontstaat. Steeds meer plannen komen er ook voor autoluwe en -vrije woonwijken. Over enkele jaren blijkt of dit de trend zet of dat het slechts een modegril is. Het kweken van een grotere duurzaamheid door middel van bouwen in hogere dichtheden botst met de gedachte om door het terugbrengen van de natuur in de stad tot meer duurzaamheid te komen.

Duurzaam bouwen is volgens prof. ir. C. Duijvestein niet echt moeilijk. De vele onderwerpen die bepalen of een po wel of niet duurzaam is maken deze aanpak soms wel complex. Duurzaamheid begint tijdens het ontwerp.

Vakgebieden

De beslissingen die op dat moment worden genomen oefenen jaren later nog invloed uit. Mede daardoor gaan die besluiten over de grenzen van de vakgebieden heen wat interdisciplinaire samenwerking noodzakelijk maakt.

Dat vereist een zekere waardering voor andere vakgebieden en een zekere mate van meedenken met de beoefenaars ervan. Met dat in gedachten valt met om het even welke bouwactiviteit milieuwinst te behalen. Duurzaamheid moet niet beperkt blijven tot bijvoorbeeld de Vinex-gebieden. Het gevaar dreigt dan dat achterstandswijken en delen van de binnensteden vergeten worden en nog verder versukkelen.

Reageer op dit artikel