nieuws

Dubo niet specifiek voor milieu bedoeld

bouwbreed Premium

“Duurzaam bouwen is niet specifiek voor het milieu bedoeld. Het verhoogt de algemene kwaliteit van het bouwproces. Het gaat verder dan de verwerking van specifieke materialen. Leefbaarheid is ook een aspect van duurzame bouw. In nogal wat wijken lijkt wonen een bijzaak omdat er onevenredig veel plaats is ingeruimd voor het verkeer. Je hoeft de auto niet uit een woonwijk te bannen maar je kunt evengoed met smallere wegen toe, zeker wanneer je aan de rand van de wijk voldoende parkeerruimte schept zodat je mensen ertoe aanzet eens een paar honderd meter te lopen.”

“Kijk je naar de kwaliteit van de huidige bouw dan vallen bij sommige aspecten wel wat kanttekeningen te plaatsen”, vindt directeur ir. H. Bok van het bureau DuBouw uit Zutphen. “Daarmee wil ik niet zeggen dat aannemers slecht werk leveren. Tekortkomingen zijn niet altijd terug te voeren op het bouwbedrijf. Overal in het proces kan er iets scheeflopen maar dat kun je toch vaak voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan het flexibele bouwen. Breng je in een woning deuren aan met een breedte van 90 centimeter dan hoeft een bewoner die op een gegeven moment in een rolstoel terecht komt niet te verhuizen. Technisch gezien levert dat geen enkel probleem op. De aannemer kan zelfs voorrekenen dat je met die oplossing geld bespaart omdat een deur minder kost dan een stukje muur. Er is echter niemand die een 90 centimeter brede deur in de bouwtekening zet omdat er niemand is die daar aan denkt. En dat gebeurt weer niet omdat zo’n afwijkende maat niet tot de dagelijkse bouwpraktijk hoort. Dus zit er ergens iets scheef waardoor je aan kwaliteit inboet.”

“En daar ligt een taak voor de aannemer”, gaat Bok verder. “Die moet meer nadenken over wat hij doet en zich niet uitsluitend beperken tot datgene doen wat op de lijst staat. Daarmee levert hij betere woningen af. Rechtlijnig geredeneerd zou de gemeente ke voorschrijven dat vanaf een zeker moment alleen maar deuren van 90 centimeter breed mogen komen. De praktijk is lastiger. In het Bouwbesluit komen nogal wat zaken niet aan de orde. Wanneer een gemeente ‘ongeregelde’ onderwerpen gerealiseerd wil zien kan het bestuur de betrokken partijen proberen te overreden. Heeft de lokale overheid de grond in eigendom dan ligt het wat eenvoudiger en kan de gemeente de uitvoering van bepaalde maatregelen verplicht stellen. Bureaus zoals het onze helpen de gemeenten met het opstellen van de daarvoor noodzakelijke beleidsplannen.”

“Kwaliteit bevordert woongenot en draagt bij aan de leefbaarheid van een wijk”, vindt beleidsmedewerker volkshuisvesting A. Otto van de Regio Stedendriehoek uit Deventer. “Die aspecten komen nauwelijks voor in de arbeiderswoningen van rond de eeuwwisseling en in de woningen uit de jaren vijftig en zestig. De reden dat deze categorieen al snel in aanmerking komen voor sloop. Woningen uit de jaren twintig en dertig genieten daarentegen veel meer belangstelling. Daar is ook veel meer over nagedacht wat resulteerde in elementen als erkers, een entreehal, een dakoversteek. Details waarvoor opnieuw aandacht komt en dat is niet zonder reden want ze vergroten de kwaliteit van de woning. In theorie zou je nog wel iets ke doen met de minder gevraagde naoorlogse woningen. De beperkte ruimte die ze bieden levert echter problemen op. Hier en daar vinden wat proeven plaats met de samenvoeging van twee woningen en daarmee doe je welbeschouwd ook aan duurzame bouw. Het zogeheten liftenbudget draagt bij aan het welslagen van die verbouw.”

Slopen

“In Deventer wordt momenteel de aanpak van de oude wijken bestudeerd”, legt Otto uit. “Bezien wordt of je oude woningen moet slopen en onder welke voorwaarden bepaalde delen van een wijk behouden ke blijven. Daaronder valt ook een studie naar het hergebruik van bijvoorbeeld kazernegebouwen. Grotere gemeenten met een forsere bouwproductie houden in hun bestemmingsplannen vaker rekening met de eisen die het duurzame bouwen stelt. In de kleinere gemeenten ligt dat wat moeilijker. Daar zijn minder mogelijkheden om te bouwen en men is daar nog niet zo ver met de integrale invoering van het dubo-pakket. De grotere gemeenten moeten in de komende tijd de kleinere met die invoering helpen. Het gaat hier niet zozeer om het bijbrengen van kennis want over het geheel genomen bestaat er voldoende inzicht in de duurzame bouw. Wel hebben de grotere gemeenten een ruimer bezet bouw-en woningtoezicht. Regelmatig onderling overleg kan er echter voor zorgen dat op een gegeven moment nagenoeg iedereen evenveel over dit onderwerp weet.”

“Op dit moment is het zo dat de verschillende gemeentelijke afdelingen nog teveel langs elkaar heen werken”, weet Bok. “Duurzaam bouwen houdt niet op na de keus van verantwoorde materialen. De woningen komen ergens te staan en de kwaliteit van die inpassing bepaalt of mensen na pakweg vijftig jaar nog in die wijk willen wonen. Daar komt meer bij kijken dan bouw- en woningtoezicht. In het genoemde overleg moet die dienst de bevindingen bespreken met andere afdelingen. Op die manier pak je iets integraal aan en zie je dat het totaal aan maatregelen niet meer kost. Het valt of staat met de mate waarin je vooraf kunt bepalen wat je voor een duurzame uitvoering nodig hebt. Met dat in gedachten kun je zelfs geld besparen. Want een dakgoot hoeft niet per definitie uit te komen op een riool; regenwater kan ook in een wadi terecht komen. In het verlengde daarvan hoef je minder te verharden en minder rioolbuis te leggen. Het is ook niet nodig een bouwlocatie een meter op te hogen zodat je niet van elders grond moet aanrijden. Zou de grondwaterstand te hoog zijn dan kun je zonder bezwaar afzien van de kruipruimte want die is eigenlijk nergens goed voor.”

Besparen

“Kortom, de eerste besparing treedt al op bij het bouwrijp maken van de grond en dat geld kun je bijvoorbeeld gebruiken als subsidie voor duurzame bouw”, stelt Bok. “Ook in latere fasen valt nog heel wat te winnen. Er zijn al bouwbedrijven die zeggen dat ze het ‘pakket van Tommel’ zonder kostenverhogingen ke uitvoeren en stellen zelfs dat ze voor hetzelfde geld nog veel verder ke gaan. Dat is niet zo verwonderlijk want bij grote bouwstromen kun je in de voorbereiding al veel regelen. Anders is het met de kleinere aannemer gesteld. Vertel je die dat hij dit moet doen en dat moet laten dan is het niet meer dan begrijpelijk dat hij zegt dat het meer zal kosten. De duurzame aanpak blijft niet beperkt tot de duurdere woningen. Ook in de sociale sector kun je dergelijke maatregelen treffen.”

“Een voorbeeld daarvan biedt een po van vijftig woningen in Zutphen dat samen met de bewonersvereniging is voorbereid”, licht Otto toe. “De inbreng van bewoners in het duurzame bouwen blijft tot op heden helaas nog wat beperkt. Het inmiddels opgeleverde plan voorziet in huur- en koopwoningen van uiteenlopende grootte. De sociale mengeling en het gebruik van verschillende bouwstijlen maken de wijk aantrekkelijk en levendig. In het verlengde daarvan ontstaat ook een grotere sociale veiligheid. Mede daardoor zeggen huurders dat ze hier mettertijd ook een grotere woning willen kopen. Zodra je in een gebied kansen schept voor een wooncarriere schept voorkom je het ontstaan van een doorgangswijk. Een dergelijke particuliere inbreng is bij grotere bouwstromen niet mogelijk. Wel kun je de opgedane ervaringen verwerken in het ontwerp van grotere wijken. Gemeenten en corporaties ke elkaar wijzen op de voordelen van zo’n opzet. Vooralsnog zal dat in de grotere gemeenten wat gemakkelijker verlopen dan in de kleinere. In het laatste geval is het vaker de woningbouwvereniging die een initiatief neemt en de gemeente in de uitvoering op sleeptouw neemt.”

De eerste besparing is al bij bouwrijp maken van grond

Reageer op dit artikel