nieuws

Bouwen in Regelland

bouwbreed Premium

De diverse overheden hebben hun mond vol van deregulering, maar hun harten zitten blijkbaar vol met regelvermeerdering in plaats van regelvermindering. Bouwers, ontwikkelaars, architecten, makelaars en bemiddelaars onroerend goed verdwalen ‘regelmatig’ in het doolhof van overheidsregels waarmee zij in hun werk te maken hebben.

Planologische Kernbeslissingen (PKB’s), streekplannen, structuurplannen, bestemmingsplannen, het Bouwbesluit, de Wet Milieubeheer, het Boot-besluit (inzake ondergrondse opslag tanks), de Huisvestingswet met dito gemeentelijke verordeningen, de Onteigeningswet enzovoorts. En dan heb ik het nog niet over de btw en overdrachtsbelastingperikelen. Het is voor enkele personen een volle dagtaak om alle wijzigingen in deze regels bij te houden, te begrijpen en te zorgen dat de juiste mensen er kennis van krijgen. Vooral uitgevers van boeken en losbladige uitgaven op dit terrein spinnen er winstgevend garen bij plus dat vele ambtenaren er werk door behouden.

Hiermee wil ik natuurlijk niet beweren dat regels niet noodzakelijk zijn, uiteraard functioneert iedere gemeenschap door een aantal goede regels. Teveel regels is niet goed: velen houden zich er niet aan en de overheden ke de regels niet handhaven. Dus beter een beperkter aantal goede regels dan teveel halve of slechte regels. Keizer Hadrianus zei al in de eerste tientallen jaren van onze jaartelling dat een overheid wetten, die men veel overtreedt of niet te handhaven zijn, dient af te schaffen.

Zo’n praktisch voorbeeld van overregulering en verkeerde handhaving overkwam onlangs een klant van mij. Een galeriehouder kocht van een projectontwikkelaar een gedeelte van een pand en wilde daarin zijn kunstgalerie vestigen. Voor het gemak maakte hij voor de verbouwing gebruik van de diensten van de architect die het gehele po begeleidt en koos de aannemer die zijn vader goed kent. De architect vroeg bij de gemeente opnieuw een bouwvergunning aan, deze keer voor een galerie, want de eerste verstrekte bouwvergunning had betrekking op woonruimte. Het gehele po bestond uit woningen, althans op tekening. Dynamisch als ambtenaren van de gemeentelijke Bouw- en woningdiensten ke zijn, merkte de dienstdoende ambtenaar deze bouwaanvraag voor dat perceelsgedeelte mede aan als een verzoek tot woningonttrekking. Immers, deze ruimte stond bekend als woonruimte en de nieuwe aanvraag voor bouwvergunning voorzag in het creeren van bedrijfsruimte (galerie). De toestemming tot woningonttrekking werd door het college van Burgemeester en Wethouders (B en W) verleend en voegde bij hun briefje een nota ad f. 60.000 voor woningonttrekkingsvergoeding (100 m2 a f. 600 per m2).

Inderdaad stond in de eerste bouwvergunning ‘woonruimte’ echter daarvoor betrof het een vestiging van een confectiefabriek zonder woningen. En in de ruimte welke de galeriehouder aankocht was tussen het leegslopen en het aanvragen van de tweede bouwvergunning (galerie) geen spijker aan het pand verwerkt. Toen ik contact opnam met de dienstdoende ambtenaar voor woningonttrekkingszaken in Amsterdam moest hij toegeven dat hij slechts dossieronderzoek gedaan had en niet, tegen zijn gebruikelijke werkwijze in, het pand met een bezoek vereerd had. Nu B en W deze beslissing reeds genomen had en de nota bijgevoegd kon hij deze omissie niet zondermeer ongedaan maken. Daarom moet ik nu voor mijn klant een omslachtige bezwaarprocedure (Algemene wet bestuursrecht) aanhangig maken terwijl de uitslag zo goed als zeker vaststaat. De nota en de beslissing worden verscheurd; dit moet toch eenvoudiger ke! Daarbij vind ik ook dat zowel architecten als ambtenaren geen ‘blind dates’ moeten maken, want dat vinden ze ook thuis vast niet goed… *) J.L. Broeren is makelaar en taxateur OG te Amsterdam

Reageer op dit artikel