nieuws

‘Bouw kan zich niet voor flexibiliteit afsluiten’

bouwbreed

“Het is niet goed om een hek om de bedrijfstak te zetten, met als doel je af te sluiten voor maatschappelijke tendensen als flexibilisering. Er zijn altijd mensen die onder zo’n hek door kruipen of erover heen klimmen. Dat gebeurt nu en dat zal blijven gebeuren, omdat het hier gaat om structurele maatschappelijke verschijnselen. De bouw moet het hek om zich heen weghalen.”

Prof.drs. J. Weitenberg, sinds anderhalf jaar directeur van VGBouw, geeft aan de vooravond van de onderhandelingen voor de bouwcao onomwonden zijn mening over een aantal belangrijke onderwerpen in de bouw. Met zijn wat filosofische benadering springt hij van flexibele arbeidsverhoudingen in de bouw over op de Vinex-locaties of op het droevige feit dat de bedrijfstak geen topinstituut heeft gekregen.

Met een moeizaam brandend shaggie in zijn ene hand en een pen in zijn andere, gesticuleert hij al pratende: “De grote vergissing is dat flexibilisering van arbeid door de vakbonden als een tijdelijk fenomeen wordt beschouwd dat zo snel mogelijk in de kiem moet worden gesmoord. Ik denk dat ze teveel gevaren zien. Daardoor ontstaat de neiging om de bouwcao, voor wat betreft uitzenden, helemaal dicht te timmeren. Wanneer dat zou gebeuren heeft de opheffing van het wettelijke uitzendverbod nauwelijks zin. De ondernemers die per se flexibele arbeid willen inhuren zullen onder of over het hek rond de bouw door blijven kruipen of klimmen.”

Beetje concurrentie

“Wanneer op uitzendkrachten de bouwcao moet worden toegepast blijft het flexibiliteitseffect uit. Je maakt als ondernemer immers gebruik van uitzendkrachten als je tijdelijk behoefte hebt aan extra personeel. Als je die zou moeten betalen volgens de bouwcao, met daar bovenop nog een marge voor het uitzendbureau, zit je tien tot twintig procent duurder dan normaal, terwijl arbeid toch al zo kostbaar is.

Je kan je afvragen of het zo erg is als er een beetje op lonen geconcurreerd word. Iedere bedrijfstak kent dynamiek. De individuele ondernemer moet wat meer vrijheid krijgen. We moeten niet alles collectief willen regelen. Ik wil niet zeggen dat we alle bedrijfstakeigen voorzieningen overboord moeten gooien, maar teveel collectiviteit werkt nu eenmaal oneigenlijk en niet bedoeld gebruik in de hand. De vut-regeling is toch bijvoorbeeld langzamerhand ondraaglijk aan het worden. Waarom zou je die vut collectief houden. Misschien moet je toe naar een regeling per sector of zelfs per onderneming, uiteraard met een raamovereenkomst als uitgangspunt.”

Ogen niet sluiten

Weitenberg hamert erop dat flexibiliteit geen dreiging hoeft te zijn, als er maar goede afspraken gemaakt worden. De bonden moeten dan ophouden zich ‘al te behoudend’ op te stellen. “Je kan je ogen niet blijven sluiten. Er is veel veranderd. Van de werkgevers in de bouw wordt verwacht dat wat ze vroeger in twee jaar neerzetten, nu in een jaar wordt opgeleverd. De eisen worden hoger. Dat betekent dat werkgevers niet meer toeke met een in vijf dagen geperste werkweek, maar dat er ook op ongebruikelijke uren gewerkt moet ke worden. En niet alleen bij poen als de Arena. Alle opdrachtgevers houden de opleveringsdatum steeds strakker aan. Dat vergt dus flexibiliteit van de bouwer en zijn werknemers. Nu is dat veel te duur. Met de kleine winstmarges in de bouw is dat niet meer op te brengen. Daar moet dus echt wat aan gebeuren”.

Meer durf

Als het om de politiek gaat blijkt Weitenberg redelijk tevreden met het paarse Kabinet. Kok heeft in zijn visie oog voor toekomstige investeringen, met name op het gebied van infrastructuur. Toch zouden de mobiliteitsproblemen in de Randstad een wat voortvarender aanpak ke gebruiken. “Er mag in de politiek wel wat meer durf getoond worden als het gaat om infrastructuur. Het blijft vooralsnog een beetje steken in hobbywerk als vrije busbanen en dergelijke. Maar we moeten gewoon beseffen dat de Randstad niet onderdoet voor Parijs of Londen. Een subway tussen de grote steden in de Randstad zou bijvoorbeeld niet misstaan. Maar we denken een beetje te benepen over dit soort zaken. Totdat de natuur beslist. Want met de wateroverlast van de afgelopen jaren, blijkt het ineens mogelijk om een Deltaplan voor onze rivierdijken te maken.

Met de Vinex-locaties”, zo vervolgt hij, “lopen we ook een beetje achter de feiten aan. Veel gemeentebestuurders opereren nog een beetje vanuit de filosofie van de jaren zeventig en tachtig. Ze zijn te laat begonnen met de voorbereidingen. Er is vaak traag gereageerd als het ging om de problemen bij grondaanschaf, waardoor een groot aantal gemeenten achter het net visten. Veel grondbedrijven wilden vervolgens winst maken met de bouwlocaties, maar tegelijkertijd stelde het lokale bestuur ook eisen aan de kosten van de woningbouw. Zo wordt bijvoorbeeld geeist dat een bepaald percentage van de woningen moet behoren tot de categorie goedkope huurwoningen. Maar tegenwoordig wil iedereen liever kopen. Dat soort discussies kost veel tijd. Een po als Leidsche Rijn loopt hierdoor aanzienlijk achter op het schema.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels