nieuws

Traag herstel van Europese bouw

bouwbreed

De Europese economie herstelt zich van de recessie in de eerste helft van de jaren negentig. In de Europese landen stijgt het bruto nationaal produkt en de investeringen hebben het peil van voor de recessie weer bereikt, terwijl een verdere stijging wordt voorzien. Bij dit alles loopt echter de ontwikkeling van de bouwactiviteit achter. Vooral in de particuliere utiliteitsbouw is de produktie gedaald en het herstel is in deze sector nog niet groot. De groei van de bouwproduktie zal voorlopig naar verwachting nog gering blijven.

Bezien wij de conjuncturele veranderingen in de achter ons liggende jaren, dan kan worden vastgesteld dat op de recessie in de eerste helft van de jaren tachtig na 1985 een opvallend herstel volgde, dat tot 1990 heeft geduurd.

Na dat jaar begon de gehele Europese economie echter weer te stagneren en het jaar 1993 kan zelfs recessief genoemd worden. De verstoringen van de economische ontwikkeling na 1990 komen zowel in de vertraagde toeneming van de bruto nationale produkten van de onderscheiden Europese landen tot uitdrukking, als in een tamelijk scherpe daling van de investeringen.

Dieptepunt

Het dieptepunt in 1993 werd evenwel vrij snel gepasseerd en het totaal der BNP’s van de vijftien landen die samenwerken in Euro-construct was in 1995 reeds ongeveer 6,5% meer dan in 1990 en de investeringen hadden het peil van dat jaar weer bereikt. Voor het komende jaar verwacht Euro-construct blijkens bijgaande figuur een verdere stijging, waardoor het erop lijkt dat wij de recessie definitief achter ons laten.

De bouwproduktie heeft in de achter ons liggende jaren de conjuncturele fluctuaties redelijk gevolgd. De groei was groter dan die van de samengevoegde nationale produkten en wat minder uitbundig dan die van de overige investeringen. Dat past in het patroon van de conjunctuurbewegingen, zoals die zich meestal voltrekken. Ook in de cijfers van de bouwproduktie komt de recessie van 1993 tot uitdrukking, maar de daling was in dat jaar toch minder groot dan die van de overige investeringen.

Opvallend gering

Daar staat echter tegenover dat het herstel van de bouw in vergelijking tot dat van zowel het totaal van de bnp’s als van de investeringen voorlopig nog opvallend gering is. Verwacht wordt dat 1995 voor de bouwactiviteit in de vijftien landen tezamen met niet meer dan ongeveer 1,5% stijging zal afsluiten en de vooruitzichten voor 1996 zijn nauwelijks beter. Daarmee wordt het produktiepeil van 1990 nog niet bereikt, zodat blijkens de beschikbare cijfers de groei van de Europese bouwactiviteit nu al zes jaar stagneert en daarmee achterblijft bij de ontwikkeling in andere sectoren van de economie.

Het bovengeschetste beeld betreft in feite geheel Europa (zonder de voormalige Oostblok-landen).

In dat geheel heeft echter de Bondsrepubliek Duitsland een dominerende en ook zeer eigen plaats en bij vergelijking van de cijfers voor West-Duitsland met die van de andere landen blijkt er een opvallend verschil te zijn. De Westduitse bouwproduktie is in de jaren negentig voortdurend gestegen en in het lopende en komende jaar is zij ruim 10% meer dan aan het begin van dit decennium.

Relatief gunstig

De relatief gunstige Duitse produktiecijfers flatteren het Europese totaal. Vermindert men het Europese totaal met de west-Duitse bouwproduktie, dan blijkt dat de bouwactiviteit in de gezamenlijke overige veertien landen in de jaren 1991 tot en met 1993 in tegenstelling tot in West-Duitsland niet is gestegen, maar met 7,5% is gedaald en het herstel is sindsdien nog gering.

Bouwactiviteit blijft achter bij andere sectoren

Om de ontwikkeling in enkele landen te schetsen: in Frankrijk en in het Verenigd Koninkrijk is de produktie sedert 1990 met ongeveer 8% gedaald, in Italie met rond 10%, in Spanje met 6% en in de Scandinavische landen met ongeveer 12%.

Het zijn vooral de grotere landen, waar de bouwactiviteit belangrijk is afgenomen. Daar staat weliswaar een groei tegenover in landen als Belgie, Oostenrijk, Portugal, Ierland en Nederland, maar dat zijn alle kleinere landen met een relatief gering gewicht in het totaal.

In de figuur is de ontwikkeling van de bouwactiviteit sedert 1990 in geheel Europa, exclusief West-Duitsland vergeleken met de Europese totaalcijfers. Hieruit blijkt dat de Europese bouwactiviteit buiten de BRD zich nog niet hersteld heeft van de recessie in de eerste helft van de jaren negentig en het herstel verloopt vooralsnog vrij traag.

U-bouw gedaald

Vooral de particuliere utiliteitsbouw was sedert 1990 oorzaak van de trage groei van de bouwactiviteit. De woningbouw en in mindere mate ook de renovatie daarentegen zijn in die jaren redelijk toegenomen; de woningbouw is in het recessiejaar 1993, toen de produktie in de andere sectoren stagneerde, zelfs op peil gebleven. De veranderingen in de publieke utiliteitsbouw en de civiele sector waren niet groot. In 1995 was in alle Westeuropese landen tezamen de de woningproduktie 12% meer dan in 1990, maar de particuliere utiliteitsbouw daalde in deze vijf jaar met niet minder dan 17,5%.

Verwacht wordt dat de particuliere utiliteitsbouw in de komende jaren weer zal aantrekken, maar daarmee wordt het produktiepeil van voor de recessie nog niet bereikt. Voor de nieuwbouw van woningen wordt een daling voorzien. De veranderingen in de totale bouwactiviteit zullen naar verwachting in de komende jaren neerkomen op een stijging met slechts rond 1% per jaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels