nieuws

Samenwerkingsverbanden in Groningen en Limburg afgewezen Verdeeldheid in VNI over werken met nutsbedrijf

bouwbreed

Binnen de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven (VNI) is verdeeldheid ontstaan over het oprichten van samenwerkingsverbanden door (provinciale) nutsbedrijven in Groningen en Limburg enerzijds en installateurs op gebied van verhuur en onderhoud van warmwatertoestellen en cv-ketels anderzijds. Het landelijk bestuur wijst de ontstane constructies af, omdat die niet voldoen aan de VNI-criteria. Maar een groot aantal leden in de betreffende regio’s denkt daar anders over en heeft zich bij de samenwerkingsverbanden aangesloten.

De VNI heeft zich altijd vreselijk gestoord aan de in haar ogen scheve concurrentie op de installatiemarkt van de energiebedrijven. Omdat die met gemeenschapsgelden werden gefinancierd, konden ze vaak tegen lagere prijzen werken dan de regulier gevestigde installatiebedrijven.

Een op handen zijnde herziening van de Wet Energiedistributie zal een einde maken aan het ondernemen van installatie-activiteiten door energiebedrijven.

Met het oog daarop is een aantal nutsbedrijven overgegaan tot het verzelfstandigen van de installatie-activiteiten, veelal in nauwe samenwerking met het installerende bedrijfsleven.

Grote tegenzin

De VNI heeft zich in die ontwikkeling geschikt, zij het met grote tegenzin. “Het liefst hebben we de energiebedrijven helemaal niet op onze markt. Maar we zijn realist genoeg om te onderkennen dat zoiets er niet in zit. Vandaar dat we ingestemd hebben met het ontstaan van samenwerkingsverbanden. Maar die moeten dan wel nadrukkelijk voldoen aan een aantal criteria. Wat in Limburg en Groningen in het leven geroepen is, voldoet niet aan die criteria”, aldus de VNI-woordvoerder.

De VNI stelt zich op het standpunt dat in de samenwerkingsverbanden het installatiewerk moet worden overgelaten aan de regulier gevestigde installateurs, de installatiebranche een medezeggenschap moet hebben van 50%, de toetredingsdrempel laag moet zijn zodat elk installatiebedrijf kan meedoen en – tenslotte – de samenwerkingsverbanden geen oneerlijke concurrentie mogen plegen jegens installateurs die niet meedoen.

“We hebben nu in Nederland tien a twintig samenwerkingsconstructies. Daarvan voldoen er een paar niet aan onze voorwaarden. Die initiatieven ke derhalve niet onze goedkeuring verdragen”, constateert de VNI-woordvoerder. Hij noemt Limburg als concreet voorbeeld.

Oplossing Limburg

In die provincie heeft energiebedrijf Mega Limburg het verrichten van verhuur-, service- en onderhoudsdiensten ten behoeve van warmwatertoestellen en cv-ketels ondergebracht in Volta (Verhuur, Onderhoud en Lease van Technische Apparaten) Limburg. Installateurs in de provincie ke tot een maximum van 50% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder worden.

Dat stuit het landelijk bestuur van de VNI tegen de borst: “Wij vinden dat die 50% van de aandelen bij de installateurs in een hand moet zijn, zodat installateurs niet tegen elkaar uitgespeeld ke worden door een grootaandeelhouder, in casu het energiebedrijf. Installateurs zouden daartoe een cooperatie of een bv dienen op te richten. De feitelijke situatie in Limburg is nu, dat de installateurs niet de vereiste 50% medezeggenschap hebben.”

De gekozen constructie in Limburg was voor het landelijk bestuur van de VNI ook aanleiding zich te distantieren van de vergadering, die Mega Limburg (lees: provincie) op 11 december vorig jaar met installateurs had belegd om de oprichting van Volta Limburg te bezegelen.

Geen tweespalt

Maar de voorzitter van het VNI Platform Limburg verscheen wel in die bijeenkomst en wekte de indruk namens de VNI te spreken. En ondanks de afwijzende houding van het landelijk bestuur, besloot een aantal Limburgse VNI-leden in Volta te participeren. Desondanks weigert de VNI-woordvoerder dat te erkennen als “tweespalt binnen de organisatie”.

Overigens wil de VVD in Limburg dat Volta voor 100% in handen komt van de installateurs. Dit naar aanleiding van kritiek van MKB Nederland, welke koepel van midden- en kleinbedrijf de belangen behartigt van de Unie van elektrotechnische ondernemers (Uneto).

Volgens MKB Nederland biedt “nutsdochter” Volta aantrekkelijker tarieven dan particuliere installatiebedrijven “omdat ze profiteren van de sterke financiele positie van de moederbedrijven. Die houden vaak geld over uit winsten op gas- en elektriciteitstarieven. Ook laten energie-distributiebedrijven hun dochter-bv’s profiteren van hun diensten en hun kennis van de markt die ze hebben uit hoofde van hun monopoliepositie, hun relatief goedkope huisvesting en voordelige leningen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels