nieuws

Export Nederlandse toeleveranciers blijkt onvoldoende

bouwbreed

Het buitenland biedt voldoende kansen voor slagvaardige Nederlandse main suppliers. De internationalisering van de Nederlandse bouwtoeleveranciers blijft echter duidelijk achter bij die van buitenlandse concurrenten. Dat staat in het rapport ‘De internationale concurrentiepositie van Nederlandse main suppliers’ van het ministerie van Economische Zaken. Daarin komen onder meer industriele bouwtoeleveranciers van produkten uit hout, metaal en kunststof aan bod.

Voor de term main supplier bestaat (nog) geen eenduidige typering. De onderzoekers omschrijven het begrip als ‘een toeleverancier die klant-specifieke produkten levert en, al dan niet in samenwerking met anderen of in clusterverband, een bijdrage levert aan design, ontwerp en/of engineering; als hoofdaannemer de logistiek en inkoop verzorgt; meerdere produktietechnieken kan verzorgen.’

De main suppliers in de bouw beschikken over een kennismonopolie ten opzichte van de uitbesteders, maar werken in een markt met extreme prijsdruk en nog relatief slecht ontwikkelde kwaliteitscriteria voor het eindprodukt. Vergeleken met het buitenland komen in de Nederlandse categorie bouw veel beginnende main suppliers voor. Deels verrichten die momenteel nog geen onderzoek en ontwikkeling of ontwerp en engineering in opdracht van de uitbesteders. De ondervraagde bedrijven gaven evenwel aan dat dit aspect in de komend tijd aan belang zal winnen. Voorts wil men in de toekomst meer samengestelde onderdelen maken.

De industriele bouwtoeleveranciers houden zich voornamelijk bezig met de vervaardiging van voorgefabriceerde onderdelen als stalen bouwelementen, dakkapellen, kozijnen, trappen en deuren.

De zogeheten volwassen Nederlandse main suppliers in de bouw nemen voor 33 procent deel in het totaal tegenover 63 procent in andere landen. Onder de laatste noemer ressorteren Belgie, Oostenrijk en Zweden als kleine landen en Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannie als grote. Vergeleken met de buitenlandse bedrijven ondervinden de Nederlandse main suppliers geen schaalnadelen. Vergelijkbaar is ook de omzet per werknemer die gemiddeld f. 241.000 bedraagt tegenover f. 234.000 in de categorie bouw. Main supply droeg in 1994 bij de Nederlandse bouwtoeleveranciers voor de helft bij aan de gemiddelde omzet. In de andere landen beliep dat aandeel gemiddeld 61 procent.

Een verdergaande specialisatie levert volgens de ondervraagde bedrijven een grote bijdrage aan de omzet. Mede daardoor valt met een toenemende specialisatie te rekenen.

Groeimarkt

Duitsland biedt de volwassen en beginnende Nederlandse main suppliers in de bouw de belangrijkste groeimarkt. Een grotere inspanning inzake onderzoek en ontwikkeling kan de goede kansen van dit moment nog verbeteren.

Over het geheel genomen is 1,2 procent van het personeel van de industriele bouwtoeleveranciers in Nederland betrokken bij deze activiteiten. In de andere landen beloopt dat gemiddelde 3,1 procent. Per 100 werknemers hebben de Nederlandse bouwtoeleveranciers gemiddeld vijf universitair/HBO-geschoolde ingenieurs in dienst tegen dertien in de andere landen. Daarmee nemen de Nederlandse bedrijven internationaal gezien geen al te grote technologische voorsprong. De ondervraagde bedrijven stelden evenwel dat ze meer in het voorbereidende werk investeren dan de buitenlandse concurrentie. De onderzoekers vragen zich in het geval van onder meer de bouw af of de ondernemingen de eigen positie niet al te kortzichtig beoordelen.

Gaat het om ontwerp en engineering dan valt deze categorie ook enigszins uit de toon. Bij de Nederlandse main suppliers houdt 6,3 procent van het personeel zich bezig met deze ontwikkelingen tegenover 9,8 procent in de andere landen. Buitenlandse bedrijven registreren echter niet opvallend meer patenten en licenties dan Nederlandse ondernemingen.

Internationalisering

De main suppliers bij de bouwtoeleveranciers kennen een stijging van het aantal buitenlandse toeleveranciers met iets meer dan 4 procent. De internationalisering houdt dus vooral verband met de inkoop. Die vindt vooral plaats in Duitsland, Groot-Brittannie en Belgie. Marktaandeel winnen de toeleveranciers in Duitsland en in mindere mate in de Verenigde Staten. De uitbesteders vinden over het geheel genomen dat de Nederlandse main suppliers te hoge prijzen berekenen.

Ook over de produktkwaliteit en de betrouwbaarheid is men niet altijd even goed te spreken. De Nederlandse bouwtoeleveranciers boeken ten opzichte van de best practise betere resultaten vergeleken met buitenlandse. Bij de best practise in strategische inkoop lopen zij evenwel fors achter.

De Nederlandse main suppliers hebben een relatief hoog exportaandeel en weten ook een behoorlijke groei te realiseren. Het exportaandeel van de buitenlandse bedrijven ligt veel lager en bleef tussen 1990-1994 op een vrijwel gelijk niveau.

Nadere inlichtingen over het rapport verstrekt het ministerie van Economische Zaken via telefoon 070-3797143 en fax 070-3796879.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels