nieuws

“Als vrouw moet ik me in de bouw misschien nog wel meer bewijzen” Lineke Lucassen brengt al 25 jaar stenen aan de man

bouwbreed

Al meer dan 25 jaar brengt Lineke Lucassen uit Etten (bij Doetinchem) metselstenen aan de man. Aanvankelijk in de binnendienst van Nederlandse ondernemingen, maar sinds enkele jaren werkt ze in de buitendienst voor een Duits bedrijf. Dat breidde haar pakket uit met straatklinkers en dakpannen. Ze beweegt zich hoofdzakelijk op de Duitse markt, maar ook in eigen land zet ze geregeld produkten af. Zo verkocht zij totaal een miljoen Duitse metselstenen voor de bouw van de woontoren in hartje Rotterdam en het Windesheim College in Zwolle. Het stichten van een gezin (ze heeft twee zoons) combineerde ze moeiteloos met haar werk. Zelf heeft ze daarvoor een simpele verklaring: “Ik bulk gewoon van de energie.” Een verhaal over een ambitieuze vrouw met een voor Nederland en Duitsland uniek beroep.

Gedrevenheid.

Dat is wat opvalt aan Lineke Lucassen. “Ik wilde wat bereiken in mijn leven, laten zien dat werken heel goed samen kan met een gezin. Dat lukt alleen als je door de eigen achterban daarin wordt gesteund. In mijn geval is dat gebeurd. Mijn man, mijn ouders en later ook mijn zoons hebben me altijd heel sterk ondersteund”, stelt ze vast.

Vlotte babbel

Ze steekt heel veel energie in haar maatschappelijke carriere in de toch zo door (macho)mannen gedomineerde bouw. Dat ze zich daarin met verve staande weet te houden, dankt ze mede aan een andere eigenschap: een vlotte babbel. Lineke is waarachtig niet op haar mondje gevallen. De accu laadt ze op met sporten. Aerobic, tennis en fitness houden haar fysiek en geestelijk in conditie. Voetballen doet ze weliswaar niet, maar ze weet alles van de Bundesliga. “Als er een onderwerp is, waarover in Duitsland de hele week gepraat wordt, dan is dat voetbal. Om daarover te ke meepraten heb ik me grondig verdiept in de Bundesliga. Daar weet ik nu dan ook alles van”, stelt ze vast.

Lineke is als het ware opgegroeid met stenen. In maart 1970 trad ze bij een steenfabriek in Zeddam aan op de administratie, maar al vrij snel werd haar commerciele talent ontdekt en verhuisde ze naar de verkoop binnendienst.

Nieuwe uitdaging

Uitblijven van perspectief op meer was de reden dat ze in mei 1990 vertrok: “Met bloedend hart, dat wel. Want ik had een heel fijn contact met de fabriek. Twee keer per week liep ik daarin rond. Ik kende de mensen, het produktieproces. Maar ik was gewoon toe aan een nieuwe uitdaging.” Die vond ze bij het in Nijmegen gevestigde verkoopkantoor Waalsteen van Koramic, waar ze hoofd van de verkoop binnendienst werd. Zelf heeft ze de periode bij Koramic ervaren als een goede leerschool. “Ik heb daar ontzettend veel geleerd. Ik had te maken met tal van fabrieken, met ieder hun eigen produkten die op de markt moesten worden afgezet”, vertelt ze.

Maar het was niet allemaal rozegeur en maneschijn in de baksteenindustrie. De branche kende een enorme overcapaciteit. Saneringen waren onontkoombaar. Ook Koramic moest snijden in de groep. “Ik heb een paar van die saneringen meegemaakt en dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten”, constateert ze. In oktober 1992 werd ze zelf het slachtoffer van een ingrijpende reorganisatie: “Het verkoopkantoor werd gesloten. Maar het duurde nog tot april 1993 voordat het doek definitief viel. Het arbeidsbureau had namelijk moeite met het verlenen van een ontslagvergunning.”

Meteen andere baan

Zegge en schrijve een dag bleef ze werkloos. Lineke werd namelijk benaderd door een steenfabriek in Angeren, die haar de coordinatie van de export aanbood. Ze accepteerde de baan, maar hield het niet lang vol. “De functie was niet ik ervan had verwacht. Ik kon mijn energie niet kwijt, kreeg mijn dagen niet gevuld”, herinnert ze zich.

De Ettense belandde daarop in wat ze noemt “een dip”. Maar ze moet haast wel een geluksengeltje hebben. Want in mei 1994 kwam er als een duveltje uit een doosje een nieuwe baan rollen en wel bij de Duitse groep AKA, die zich in een aantal fabrieken toelegt op produktie van metselstenen, straatstenen en dakpannen. Het bedrijf vroeg Lineke in de buitendienst te komen werken. Ambitieus als ze nog steeds was, greep ze die kans met beide handen aan. Ze verkoopt nu niet alleen produkten van AKA, maar ook van de Ierse groep CRH (waarin het Duitse bedrijf participeert) en van Hils : een nog onafhankelijke Duitse producent van metselstenen.

“Dat vloeit voort uit afspraken tussen AKA en Hils”, verklaart ze. Dat AKA haar benaderde was niet verwonderlijk. “Toen ik op het verkoopkantoor Waalsteen werkte, verkochten we ook produkten van AKA. Die waren een welkome aanvulling op het assortiment van Koramic. Omdat ik belast was met inkoop, verkoop en verkoopondersteuning had ik veel contact met AKA. En we hebben met de produkten van dat bedrijf in Nederland veel leuke projecten gerealiseerd. Na de sluiting van het verkoopkantoor ben ik altijd contact blijven onderhouden met AKA. Van het een kwam toen het ander”, licht ze toe.

Geen spijt

Van haar transfer naar Duitsland heeft ze nooit spijt gehad. “Het werk bevalt mij prima en de resultaten zijn er ook naar. De omzetten zijn elk jaar toegenomen”, stelt ze. Tot tevredenheid uiteraard van haar werkgever. “Die laat dat ook regelmatig merken. Ik krijg voortdurend een schouderklopje. Iets dat je in de Nederlandse arbeidsverhoudingen zelden of nooit overkomt. Duitse werkgevers gaan wat dat betreft veel beter om met hun mensen, ze beschouwen die echt als human capital” , betoogt ze.

Drie tot vier dagen per week doorkruist Lineke haar werkgebied, in casu de deelstaat Nordrhein Westfalen. Ze bezoekt dan bouwmaterialenhandelaren, architecten, particuliere opdrachtgevers en niet te vergeten ambtenaren van zowel heel grote steden (Dusseldorf, Oberhausen, Keulen, Bonn, Aken, Leverkusen, Duisburg) als kleine(re) gemeenten.

Ze dwingt zichzelf tenminste een dag thuis te zijn voor het op peil houden van de administratie: “Vergeet niet dat je van het bedrijf voortdurend informatie krijgt over bestaande en nieuwe produkten. Die informatie moet je be- en verwerken. En dan heb je ook nog eens de paperassen van offertes en verkopen. Het is echt een enorme papierwinkel. Dat moet je bijhouden, anders ga je de mist in.”

Alleen op afspraak

Om het grote werkgebied zo efficient mogelijk te bedienen, werkt Lineke uitsluitend op afspraak. “Ik rijd niet als een bezetene van hot naar her. Ik regel mijn bezoeken altijd van tevoren. En dat loont, getuige de stijgende omzetten.” Per jaar legt ze een slordige 70.000 zakelijke kilometers af in een bedrijfswagen met een Duits kenteken. Logisch, want ze is immers in dienst van een Duitse werkgever en die is nu eenmaal onderhevig aan de belastingregels in de Bondsrepubliek. Problemen met de Nederlandse autoriteiten zijn er overigens niet: “Ik heb een speciale ontheffing van de douane.”

Haar woning in Etten dient als uitvalsbasis. Verhuizen naar Duitsland ziet ze niet zitten. “Waarom zou ik ook? Ik woon op amper tien kilometer van de grens. Binnen een paar minuten ben ik al mijn werkgebied. Nordrhein Westfalen ligt als het ware naast de deur”, legt ze uit. Maar ook probeert Lineke in eigen land produkten te verkopen. En ook daarvoor ligt Etten geografisch gezien gunstig.

De garage bij het huis is bijkans tot de nok toe volgestouwd met monsters van alle produkten die ze verkoopt. “Ik wil mijn klanten liever vandaag dan morgen monsters ke leveren. Want als er monsters gevraagd wordt, gaat het om iets actueels. Dan moet je er gelijk zijn”, stelt ze vast.

Tussen de garage en de woning is een smalle verbinding gebouwd, die dienst doet als kantoortje. Echt riant is het niet. Dat beseft ze zelf ook wel. “Het is enigszins behelpen”, erkent ze. Maar er gloort hoop. Want er zijn vergevorderde plannen om nog dit jaar in een uitleggebiedje in Etten een kavel te kopen en daarop een groter onderkomen te bouwen. Inclusief een afzonderlijke showroomachtige ruimte.

Vrouw zijn

Laaiend wordt Lineke als mensen haar voor de voeten werpen dat ze in de mannenwereld, die de bouw bij uitstek toch is, zo gemakkelijk verkoopt enkel en alleen omdat ze vrouw is. Ze ervaart die beeldvorming als discriminerend en ontvlamt als iemand haar sekse als voornaamste verkoopargument betitelt.

“O, zeker. Het vrouw zijn heeft voordelen. Het maken van afspraken bijvoorbeeld is voor mij geen enkel probleem. Ik kom vrij gemakkelijk overal binnen. Maar daar houdt het meteen mee op ook. Want als ik eenmaal ergens binnen ben, maakt het echt geen verschil meer of je man of vrouw bent. Dan komt het aan op kennis (van je produkten, van het bouwproces), presentatie (je moet zakelijk en zelfverzekerd overkomen), prijs en kwaliteit van je produkten. Ook ik moet me steeds weer volledig zien waar te maken. En ik denk zelfs dat er aan mij juist nog hogere eisen worden gesteld, dat ik me nog meer moet bewijzen, enkel en alleen vanwege het feit dat ik een vrouw ben”, zegt ze.

Voor zover ze weet is ze in Nederland de enige vrouw die metselstenen, straatklinkers en dakpannen verkoopt: “Ik ken het wereldje goed. In dit vak ben ik nog niet een vrouwelijke collega tegengekomen. Alleen in Oost-Duitsland, de voormalige DDR zeg maar, schijnen er nog enkele vrouwen rond te lopen die dit werk doen, maar helemaal zeker weet ik dat niet.”

Lineke vindt dat merkwaardig. “Er werken in Nederland en Duitsland genoeg vrouwen in de binnendienst verkoop bij producenten van stenen en pannen en bouwmaterialenbedrijven. Ik vraag me wel eens af waarom er niet meer van hen in de buitendienst komen. Hebben die vrouwen soms de ambitie niet om door te groeien?”, vraagt ze zich af.

Zwaar eerste jaar

Het eerste jaar in dienst van AKA heeft ze overigens als zeer zwaar ervaren. “Dat was geen gemakkelijke tijd. Veel afnemers hadden vaste leveranciers en ik moest op die vaak al lang bestaande relaties inbreken. In Duitsland geven mensen veel meer geld uit aan straatstenen dan in Nederland. Het is daarom van groot belang dat materialenhandelaren jouw produkten als leidend in hun assortiment voeren. Als dat gebeurt heb je heel veel gewonnen. Ik heb inmiddels een aantal bedrijven zover, dat ze uitsluitend onze stenen direct vanuit opslag verkopen. Wie wat anders wil, moet dan geduld hebben, want andere stenen moeten besteld worden”, legt ze uit. Daarnaast investeert ze heel veel tijd in poen:

“Dat impliceert intensieve gesprekken met ambtenaren en architecten. De ene keer levert je het wat op, de andere keer heb je pech. In Leverkusen greep ik naast de levering van 12.000 vierkante meter straatstenen, terwijl ik ervan overtuigd was dat ik dat po zou binnenhalen. Maar in Oberhausen wordt in het kader van het megapo ‘CentrO Neue Mitte’ een oppervlakte van 5500 vierkante meter wel met onze straatstenen geplaveid. Het is steeds weer vallen en opstaan.”

Het werk behelst niet uitsluitend verkopen. Incidenteel moet ze ook handelen als er problemen zijn. “Het gebeurt wel eens dat er in geleverde partijen stenen verschillen in kleur en/of maat optreden. Dan moet je er ook staan. In het begin had ik daarvan wel het klamme zweet in de handen. Mede ook, omdat iedereen met wie je te maken hebt, wel een titel heeft. Ze heten in Duitsland bijna allemaal dipl. ing”, constateert ze.

Mening over Duitsers

Lineke spreekt uiteraard goed, maar niet perfect Duits: “Maar ik merk steeds weer dat ik daar niet op wordt afgeschoten. Integendeel. De Duitsers wijzen mij er op dat zij immers helemaal geen Nederlands spreken.” Van kritiek op Duitsland moet ze niets van weten.

“Ik heb alleen positieve ervaringen met Duitsers. Natuurlijk komt de tweede wereldoorlog wel eens ter sprake, maar ik ga daar nooit te diep op in. Ik veroordeel wat er toen is gebeurd, maar ik ben van een generatie die de oorlog niet zelf heeft meegemaakt. En de meeste mensen in Duitsland die ik ontmoet evenmin. Ik vind dat we een streep onder dat verleden moeten durven zetten. Die hetze tegen, dat ongenauceerde denken over alles wat Duits is, vind ik hoogst ongepast. We zien Duitsers toch maar al te graag naar onze kust trekken. Waar zouden die kustplaatsen zijn zonder dat toerisme? Omgekeerd heb ik nog nooit een Duitser iets negatiefs over Nederland horen zeggen. Duitsers hebben ook geen negatief beeld van ons land, maar juist veel respect voor ons. De organisatie en eenheid die wij demonstreerden tijdens de watersnood vorig jaar, spreekt ze enorm aan. Dat zou in Duitsland zelf heel wat moeizamer gaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels