nieuws

Grootste deel Zeeuwse dijken toch zwak

bouwbreed Premium

De sterkte van 90% van de Zeeuwse dijken verdient toch de kwalificatie onvoldoende. Twee weken geleden meldde het ministerie van Verkeer en Waterstaat nog dat de dijken wel sterk genoeg zijn. Uit een onderzoek van Grondmechanica Delft naar de toestand van de dijken blijkt de situatie toch zorgelijk. Daarbij is gebruik gemaakt van een inventarisatie van de dijken in Zeeuws-Vlaanderen.

Daarin zit meteen ook de beperking van het onderzoek. De dijken langs de open Westerschelde ke niet zonder meer gelijk worden gesteld met de dijken elders in Zeeland. Ook de effecten van een storm zijn niet te vergelijken, omdat de andere zee-armen afgesloten of afsluitbaar zijn. Daarnaast zitten veel steenzettingen in de Oosterschelde steviger vast omdat ze in gietasfalt zijn gezet. Blijft echter het feit dat veel dijken onvoldoende sterk zijn. Alleen waar zware basaltblokken zijn gebruikt, daar zijn de dijken wel voldoende.

De sterkte van dijken kan echter niet alleen worden afgemeten aan de deklaag. Ook de ondergrond moet golfaanvallen ke weerstaan. Grondmechanica spreekt daarbij van reststerkte.

Uit de studie blijkt dat vooral bij volledig nieuwe dijken die reststerkte te wensen over laat. Over het algemeen zijn die opgebouwd uit zand met een laag klei van ongeveer 80 centimeter dikte. Dit in tegenstelling tot de oude dijken die geheel uit klei zijn gemaakt. Bij het op deltahoogte brengen ervan is er eenvoudig een extra laag klei opgekomen.

Ongeveer de helft van de dijken in Zeeland bestaan uit oude kleidijken. Betonglooiingen op op die dijken zijn door Grondmechanica geclassificeerd als voldoende. Wel moet er iets worden gedaan aan deze dijkvakken. Dat probleem is echter niet zo urgent als bij de volledig nieuwe dijken.

Bij 4% die dijken moet de dijkbekleding zeven keer zo sterk worden gemaakt, zo heeft Grondmechanica berekend. Dat betreft dan uitsluitend betonblokken die zijn aangebracht op kale klei. Dit lijkt weinig, maar het gaat wel om 34.000 vierkante meter.

Aanbevolen

Nog in 1984 werd een dergelijke constructie aanbevolen door het Waterloopkundig Laboratorium op basis van onderzoek in de zogenoemde Deltagoot. De proef werd uitgevoerd met natte vette klei zoals die op dijken wordt aangebracht. Pas later bleek in de praktijk dat de kleilaag uitdroogt, waardoor geultjes onder de betonblokken ontstaan die daardoor niet langer stabiel liggen. Over de kosten is Grondmechanica heel voorzichtig gezien de onzekerheden. Voor heel Zeeland worden de kosten geraamd tussen de f. 250 en ruim f. 500 miljoen.

Nader onderzoek is nodig om de mate van tekortkomingen nauwkeuriger te bepalen. Ook is nog niet duidelijk in welke mate het bezwijken van de glooiing gevolgen heeft voor de totale veiligheid van de waterkering.

Ook voor geheel Nederland is geen uitspraak mogelijk. Niet uit te sluiten is echter dat ook rivierdijken en de dijken rond het IJsselmeer te kampen hebben met hetzelfde euvel.

Reageer op dit artikel