nieuws

EIB: Bestuur wordt vooraf niet gekend in onderzoek

bouwbreed Premium

“Het is niet onze gewoonte bestuursleden of de instellingen die ze vertegenwoordigen te raadplegen alvorens wij een onderzoek gaan doen. Ook hoor en wederhoor na onderzoek is niet van toepassing. Rapporten spreken voor zich”, aldus prof. drs. A. Buur, directeur van het Economische Instituut voor de Bouwnijverheid.

Hij reageert hiermee op het verwijt van mr. D. van der Veer van de BNA dat hij noch zijn organisatie is geraadpleegd voor of na het EIB-onderzoek naar het werkterrein van bouwmanagers.

Van der Veer ergerde zich aan de uitkomsten van een in deze krant gepubliceerd EIB-onderzoek, waaruit zou blijken dat bouwmanagers steeds vaker op de stoel van architecten en aannemers gaan zitten. De BNA-directeur noemde het daarom terecht dat eerder dit jaar zijn organisatie de bestuursfunctie bij het EIB heeft opgezegd.

Volgens prof. Buur heeft het een niets te maken met het ander. Begin dit jaar, aldus Buur, hebben wij van de BNA een brief ontvangen, waarin stond vermeld dat deze architectenorganisatie voor zichzelf heeft nagegaan in hoeverre vertegenwoordigingen in talrijke organisaties en instituten zinvol waren voor de achterban. Tenslotte kost alles mankracht en geld.

Brief

Per brief werd het EIB meegedeeld dat de BNA op grond van deze overwegingen niet langer een bestuurszetel bezet wilde houden.

“En overigens heeft de BNA alleen via U en niet bij ons geklaagd over dat bouwmanagers-onderzoek. Een onderzoek als zovele: 400 bouwmanagers en 800 opdrachtgevers hebben wij gevraagd welke taken zij uitvoeren en in hoeverre daar zaken bij zijn die vroeger door anderen, bijvoorbeeld architecten, werden gedaan”, aldus Buur.

Op korte termijn, zo deelde hij mee, wordt een dergelijk onderzoek ook ingesteld onder architecten. Aan hen de vraag in hoeverre zij traditionele taken nu meer of minder uitvoeren. “Ook voor dit onderzoek zal vooraf geen bestuurslid worden geraadpleegd”, aldus Buur.

Reageer op dit artikel