nieuws

Directie Van Dijk: Bouwen en natuur ke samengaan Te weinig aandacht voor de positie van kleine kernen

bouwbreed Premium

‘Groei in een groen land’ is de titel van het jubileumsymposium dat Van Dijk Bouw uit Hardenberg ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan op vrijdag 20 september houdt. Onder anderen voorzitter Brinkman van het AVBB zal ingaan op de vraag of groei haaks staat op het groen houden van het landschap.

Enkele dagen voor het symposium vragen we aan de directie van het vijftig jaar oude bedrijf, Ger en Jan van Dijk, waarom zij voor dit onderwerp hebben gekozen. Er is op het ogenblik veel te doen over het bouwen op de Vinex-locaties, maar, aldus de broers, “er is te weinig aandacht voor de groei van kleine en middelgrote kernen”. Te weinig wordt beseft dat stilstand achteruitgang is. “Wij zijn ervan overtuigd dat men over enige jaren spijt krijgt van de politiek die nu wordt gevoerd. Veel voorzieningen in die kleine en middelgrote kernen, zoals scholen, bibliotheken en dergelijke gaan een kwijnend bestaan lijden of worden al opgeheven bij gebrek aan een draagvlak. Dat komt de leefbaarheid bepaald niet ten goede.”

Volgens de beide directeuren moet er een brede discussie worden gevoerd over de vraag hoeveel groene ruimte er kan worden gebruikt en hoe. Met het symposium willen zij een bijdrage aan die discussie leveren.

Verbetering

Ger en Jan van Dijk menen dat bouwen in het groen helemaal niet erg is. “Integendeel, maar het moet wel met zorg gebeuren. Als de bouwwerken goed worden ingepast kan het wel eens een verbetering zijn in plaats van een verslechtering. “Je moet niet vergeten dat we in een ‘gemaakt’ land leven. In feite is toch alles wat wij aan bossen, parken en landschappen hebben door onszelf aangelegd.”

Er liggen in Nederland landbouwgebieden braak, die gronden ke toch beter gebruikt worden, zo menen de beide directeuren, om te voorzien in de normale behoefte aan woningen en gebouwen en aan recreatieve voorzieningen.

Kentering

Tot hun vreugde ke de twee broers constateren dat er langzamerhand een naar hun mening, kentering ten goede is. Niet voor niets hebben zij ook de Utrechtse tuin- en landschapsarchitect J.O.J. Copijn uitgenodigd om op het symposium te komen spreken.

“Wij hadden destijds plannen voor de aanleg van een recreatiepark in het noordwesten van de provincie. We zijn voor we konden gaan bouwen tot driemaal toe bij de Raad van State geweest om die plannen te verdedigen, omdat de ‘natuurmensen’ er bezwaar tegen hadden. Nu hebben we in hetzelfde gebied weer een plan voor een recreatiepo, maar het gaat heel anders. We hebben de grond samen met Natuurmonumenten gekocht en het plan gezamenlijk ontwikkeld. Het kan dus wel dat samen iets tot stand wordt gebracht. dat beide belangen dient.”

Er is dus iets aan het veranderen, constateren de heren Van Dijk. “Tien jaar geleden ging duidelijk het milieu nog voor de economie; nu wordt er meer gezegd: Als je goed met het milieu wilt omgaan dan moet ook de economie goed draaien. En daar zijn we het helemaal mee eens. We pleiten voor evenwicht tussen economie en milieu;tussen groen en bebouwing.”

Behalve de al genoemde functionarissen spreekt op het symposium ook wethouder R.G.M. Muller-Nijland van recreatie en toerisme in Hardenberg.

Dankzij zijn zonen koos Van Dijk voor de bouw

Eind jaren zestig groeide Van Dijk Bouw zo hard dat de accountant bezorgd begon te kijken: Oprichter H.J. van Dijk had veertig man personeel, allemaal goede jongens in de uitvoering, maar er was behalve de eigenaar zelf geen management. “U moet nu beslissen: wilt u uw bedrijf klein houden of wilt u het laten groeien”, zo werd hem gezegd. Het antwoord was voor Van Dijk niet moeilijk: doorgroeien. Want hij had toen zijn zonen 14 en 15 jaar waren tegen hen gezegd: Je moet het nu zeggen: Wil je in het bedrijf komen of niet? De jongens hadden ja gezegd. Was het antwoord nee geweest dat had Van Dijk een ander talent van hem verder ontwikkeld: de architectuur.

Van huis uit was hij timmerman die in de oorlogsjaren met een bedrijfje in onder meer het maken van meubelen was begonnen om niet naar Duitsland te worden gestuurd. Na de oorlog richtte hij in Lutten een bouwbedrijf op. Tot 1978 was zijn bedrijf in dit dorp gevestigd, in dat jaar verhuisde het naar Hardenberg. Zoon Jan (toen 22) kwam in 1968 van de hts en “rolde toen onmiddellijk het bedrijf in”, zoals hij zelf vertelt. Zoon Ger (toen 23) kwam in 1971 van de hts en ging eerst zijn dienstplicht vervullen. Al in 1973 werden de beide broers eigenaar. Vader trad op 55-jarige leeftijd terug.

Zijn zonen: “Hij zag in andere bedrijven dat de oude baas zijn zaak niet kon loslaten en dat die op hoge leeftijd vanaf zijn ziekbed de post nog openmaakte…. Nee, hij wilde ons niet voor de voeten lopen.”

Het bedrijf groeide snel niet alleen door autonome groei maar ook door overnames. In 1976 werd een schildersbedrijf overgenomen, in de jaren zeventig nog eens twee aannemingsbedrijven. Er werd een timmerfabriek opgericht die ook voor derden werkt en voor het nooit losgelaten klanten- en onderhoudswerk onder meer voor beleggers en corporaties werd Bouwlijn opgericht.

Van Dijk neemt verder voor vijftig procent deel in een metselbedrijf in Almelo. Van Dijk heeft 135 mensen in dienst en draait een omzet van f. 35 miljoen.

“In vergelijking met andere bedrijven is dat gezien de personeelsomvang wellicht aan de lage kant, maar dat wordt veroorzaakt doordat we op ieder werk zeker een aantal eigen mensen aan het werk zetten om de kwaliteit te bewaken,” zo verklaren de directieleden. Ger en Jan van Dijk noemen hun zaak ‘een typisch personeelsbedrijf’: “We besteden erg veel aandacht aan opleidingen, arbeidsomstandigheden en sociaal beleid. Dat is ook in het belang van het bedrijf: goed gemotiveerd levert betere kwaliteit.”

De afgelopen week is Van Dijk begonnen met zijn vijftigste leerlingbouwplaats: een centrum voor dagactiviteiten van De Baalderberg een tehuis voor verstandelijk gehandicapten.

“Wij hebben van het begin af gezegd dat een dergelijke bouwplaats alleen maar succes heeft met een vast leermeestersteam en met continuiteit. Het is wel eens gebeurd dat een leerlingbouwplaats ten koste ging van de eigen mensen. Om de leerlingen aan het werk te houden moesten wel eens ‘gewone personeelsleden’ voor enige tijd worden ontslagen. Zo belangrijk vinden we de continuteit.”

Om de werkgelegenheid zoveel mogelijk te waarborgen heeft Van Dijk in 1987 een afspraak gemaakt, dat als men mensen tekort of over heeft men elkaar op de hoogte zou houden. Deze ‘herenafspraak’ is gemaakt met een aantal bedrijven tussen Apeldoorn en Assen. Die bedrijven liggen op enige afstand van elkaar om ‘overloop’ van personeelsleden te voorkomen. “Het werkt uitstekend”, aldus de directie van Van Dijk. “De mensen worden uitgeleend tegen kostprijs en ze komen gewoon met de wagen van hun eigen bedrijf op het werk.”

Van Dijk Bouw ligt vlak bij de grens, maar aan bouwen in Duitsland doet het bedrijf niet of nauwelijks. “De omstandigheden daar zijn zo geheel anders, en het Duitse gebied vlak bij Hardenberg is een groot niemandsland. Het belangrijkste is evenwel dat in de halve cirkel van 80 tot l00 kilometer van ons bedrijf nog werk voldoende is.

Op het ogenblik bouwt Van Dijk onder meer appartementen in Meppel, een kantoorgebouw in De Wijk, woningen in Steenwijk, Hardenberg en Slagharen en de derde fase van De Baalderborg, met onder meer een nieuw activiteitencentrum, een uitbreiding van het bestaande centrum, zes woongebouwen en de uitbreiding van het fysiotherapeutisch centrum. Op vrijdag 20 september wordt het vijftigjarig bestaan gevierd met een symposium en daarna een receptie in de Evenementenhal aan de Energieweg 2 in Hardenberg.

Reageer op dit artikel