nieuws

Architecten positief over hun eigen kansen

bouwbreed Premium

Architecten zijn vrij positief over hun eigen kansen en rol in het bouwproces. Dat andere partijen hun rol zullen overnemen, verwachten ze niet. De enige echte bedreiging ziet men in de toenemende invloed van bouwmanagementbureaus. Architecten blijken overigens weinig na te denken over hun toekomst.

Uit een binnenkort te publiceren onderzoek van de Stichting Bouwresearch (SBR) ‘Visies op kansen en bedreigingen voor het zelfstandige architectenbureau’ blijkt dat soms met spijt, soms met een zucht van verlichting de opkomst van bouwmanagementbureaus wordt geconstateerd. Grote architectenbureaus hebben er weinig problemen mee, omdat die zelf de nodige deskundigheid in huis hebben en er dus weinig last van hebben.

Het probleem ligt vooral bij de kleinere bureaus. Daar heeft men weinig moeite met bouwmanagers als die zich bezighouden met uitvoerende taken als bestekken en tekenwerk. Ook andere werkzaamheden als calculaties en directievoering ke nog door de beugel.

Bouwmanagementbureaus worden pas een probleem als ze in de plaats van de opdrachtgever treden in de analyse- en programmafase en taakstellende budgetten vaststellen. Op dat moment wordt de architect gefrustreerd in zijn contact met de opdrachtgever. Dat gaat volgens de architecten dan ten koste van de kwaliteit van het ontwerp en eindproduct.

Overschatten

In het onderzoek wijzen de architecten erop dat opdrachtgevers de deskundigheid van managementbureaus schromelijk overschatten. De meeste opdrachten zijn niet zo specifiek dat andere adviseurs dan de architect nodig zijn voor de analyse en het programma van eisen. Is een opdracht wel uniek, dan weten bouwmanagers even veel of even weinig als de architect. De enige goed reactie op de opkomst van bouwmanagers zien de architecten in het versterken van de eigen deskundigheid op dit punt. Dat hebben de grote architecten ook gedaan de afgelopen decennia. Voor de kleinere architecten wordt als een kansrijke formule gezien het opzetten van een zelfstandig facilitair bureau dat voor meer bureaus tegelijk ondersteunende diensten kan leveren als calculeren, bestekken maken en directievoering.

Een andere mogelijkheid is vaste contracten met de facilitaire bureaus binnen de grote architectenbureaus. Voor die grote is dat interessant omdat daarmee de afhankelijkheid van de eigen architectengroep wordt verkleind en men zijn deskundigheid en capaciteit beter kan benutten.

Welvarend

Uit het onderzoek komt naar voren dat architecten beduidend minder welvarend zijn dan algemeen wordt aangenomen. Uit een eerder onderzoek van de BNA was naar voren gekomen dat architecten door het grote publiek worden gezien als welvarend, deskundig en een tikje arrogant.

Omzetten van f. 100.000 per bureaumedewerker tonen aan dat het met die welvarendheid wel mee valt. Sterker nog, dit gegeven is ronduit zorgelijk. Er is weinig buffer voor slechte tijden en weinig ruimte vooronderzoek en ontwikkeling. Een ander punt van zorg is het feit dat de meeste kleine bureaus weinig doen aan actieve acquisitie. Men wordt gevraagd en gaat niet zelf de boer om op opdrachten te verwerven. Voorde toonaangevende bureaus is dat geen probleem.

Op de langere termijn is het echter risicovol. Het verwerven van opdrachten is daardoor volledig afhankelijk van de naambekendheid van de architect-eigenaar. Als architecten zich daar al zorgen over maken, dan weten ze niet goed wat ze eraan ke doen.

Waar architecten absoluut een hekel aan hebben, is aan het fenomeen prijsvragen. Dergelijke competities worden namelijk veelal door gemeenten – vaak bij gebrek aan een eigen visie – op touw gezet onder ontwikkelaars en bouwondernemingen. Architecten voelen zich dan vaak gedwongen tegen een doorgaans schamele vergoeding een sterk verliesgevende prestatie te leveren.

Het onderzoek is gehouden in de vorm van interviews onder een kleine 500 architectenbureaus met meer dan vijf medewerkers. Doel ervan is het denken over het functioneren van de architect in de toekomst te stimuleren.

Reageer op dit artikel