nieuws

VROM werkt aan beter imago bewindslieden

bouwbreed Premium

De bewindslieden van het ministerie van Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu, De Boer en Tommel hebben alle krachten op het departement gemobiliseerd om hun imago en dat van het ministerie op te poetsen. De aktie lijkt een vervolg op de noodsprong van vorig jaar toen Margreet de Boer twee top-adviseurs aanstelde om haar politiek en publicitair te adviseren.

Op initiatief van secretaris-generaal drs. Roel den Dunnen heeft het ministerie nu een werkprogramma opgesteld waarin alle nota’s die voorzien zijn tot mei 1998 geinventariseerd worden en clustersgewijze zijn ingedeeld. Daarbij staat voorop dat nieuwe beleidsideeen en nota’s gedoseerd en in samenhang naar buiten worden gebracht. Op deze wijze probeert men verdere beschadiging van de bewindslieden tot de komende verkiezingen te voorkomen.

Milieucomponent

De geluiden over verbrokkeld beleid zijn het afgelopen jaar VROM blijven teisteren. Bovendien blijkt de milieucomponent van het beleid het steeds vaker af te leggen tegen de inbreng van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat. Omdat ook de aangetrokken topadviseurs hierin geen verandering konden brengen is aan een van hen, drs. D. A. Benschop, die niet in vaste dienst was, gevraagd om na zes maanden weer te verdwijnen. De andere, H. Bakker, is nog steeds in dienst als persoonlijk secretaris van de minister.

De ambtelijke top heeft nu veertig speerpunten van beleid aangewezen, die elk als een po behandeld gaan worden. Elk po heeft een daarvoor speciaal vrijgemaakte poleider. Een centrale coordinator moet er voor zorgen dat de zaken met elkaar in de pas blijven, dat de nota’s op tijd worden aangeleverd en dat de presentatie naar buiten als een geheel overkomt. Voor de bewindslieden is deze offensieve inspanning van groot belang omdat het voor hen de opmaat naar een goede positie bij de komende verkiezingen moet zijn.

Integrale plannen

In het werkprogramma is scheiding gemaakt tussen de verschillende soorten ‘beleidsprodukten’. Soms, zo wordt gesteld zal “het sectorbelang in de ambtelijke en politieke aansturing moeten prevaleren boven de integraliteit”. Dat geldt onder meer voor plannen betreffende de Rijksgebouwendienst, het mest- en ammoniakbeleid, het bronbeleid verkeer, energie-efficiency, afvalsturing en de ‘vergroening van de belastingen’. Meer integrale plannen gaan onder meer over duurzaam bouwen, grote-stedenbeleid, actualisering Vinex, Randstad 2010, HSL Zuid-Oost, Noord-Oosttak van de Betuwelijn, Maasvlakte-2, Tweede Nationale Luchthaven, NMP-3, Nederland 2030, Milieu en Ruimte- en Leefomgevingsbeleid.

Het departement worstelt nog met een aantal inhoudelijke knelpunten. Zo moet men duidelijk maken hoe om te gaan met de spanning tussen economische groei en de milieubelasting. Evenzo moeten keuzen gemaakt worden tussen woonvoorkeuren en ruimtelijk gewenste ontwikkelingen.

Reageer op dit artikel