nieuws

Historische verkrijgingsprijs, basis voor hoger AB-tarief

bouwbreed Premium

Iedere aannemer met een bv moet voor 31 december 1996 nog eens goed nadenken over de aandelenposities in zijn bedrijf. Staatssecretaris Vermeend heeft op 4 juni een wetsontwerp bij de Tweede Kamer ingediend dat bij veel bedrijven de uitgestippelde fiscale route omver gooit.

Op het ogenblik moet een aannemer bv-directeur met een aanmerkelijk belang-positie (AB) die zijn aandelen verkoopt, 20% inkomstenbelasting (IB) afrekenen over het verschil tussen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs en de verkoopprijs (vervreemdingswinst). Als minimum verkrijgingsprijs geldt het gemiddeld op de aandelen gestorte kapitaal. In de situatie dat de aannemer zelf bijvoorbeeld f. 40.000 aandelenkapitaal heeft gestort en derden hebben tussentijds het gestorte kapitaal verhoogd tot f. 1 miljoen, terwijl het volledige pakket momenteel voor f. 3 miljoen wordt verkocht, moet over het verschil ( f. 2 miljoen) 20% IB worden afgerekend.

Per 1 januari 1997 gaat dat tarief omhoog naar 25%. Tevens wordt niet langer de gemiddelde prijs van het gestorte aandelenkapitaal, maar uitsluitend de historische verkrijgingsprijs de basis voor de berekening van de vervreemdingswinst gehanteerd. Een hoge historische verkrijgingsprijs kan grote besparingen in de toekomst opleveren.

Thans heeft een aannemer met een bv een AB-positie als hij 33 1/3% of meer van het gestorte aandelenkapitaal bezit dan wel tezamen met zijn echtgenote tenminste 7% van het gestorte aandelenkapitaal. Volgens het wetsvoorstel krijgt een ieder die voor 5% of meer – al dan niet samen met echtgenote, partner, bloed- en aanverwanten in de rechte lijn – deelneemt in het geplaatste aandelenkapitaal van een bv, per 1 januari 1997 een AB-positie. Het betekent dat veel aannemers met een bv, die nu nog geen AB-positie hebben, volgend jaar wel in die situatie zitten en bij verkoop van hun aandelen met een heffing van 25% over de aangroei tussen de historische verkrijgingsprijs en de verkoopprijs te maken krijgen.

Om de pijn te verzachten, is het vanaf 1 januari ’97 ook toegestaan dividend uit te keren tegen 25% inkomstenbelasting.

Veel aannemers die 20 tot 30 jaar geleden een eenmanszaak zijn begonnen, hebben dat bedrijf omgevormd tot een bv om o.a. de opvolging mogelijk te maken en de aandelen licht te houden, liet men de ondernemingsactiviteiten uitzakken in een werkmaatschappij. Daarbij ontstaat een holding met een of meerdere werkmaatschappijen en eventueel een aparte onroerend goed-bv. De winsten werden opgepot in de vennootschap om 60% inkomstenbelasting op dividend te voorkomen.

Een veel voorkomende fiscale planningsmethode is de volgende. De aannemer verkoopt de aandelen van de werkmaatschappij aan een door een derde (bedrijfsopvolger) opgerichte nieuwe holding. Deze holding koopt de aandelen van de werkmaatschappij. Zij vormen een fiscale eenheid. De werkmaatschappij trekt vervolgens een lening aan bij de bank, waarmee dividend aan de nieuwe holding wordt uitgekeerd. Daarmee betaalt de nieuwe holding de schuld aan de oude holding. Op die manier komt er een zak met geld naar de oude holding.

Fiscale routes

Een holding met uitsluitend liquiditeiten zonder werkmaatschappij wordt ook wel een Kasgeld-bv genoemd. De aandeelhouder heeft verschillende opties.

1. Hij kan de Kasgeld-bv aanhouden en de liquiditeiten beleggen. Over de winst betaalt de bv 35% vennootschapsbelasting (VPB).

2. De aannemer/aandeelhouder kan onder het huidige regime ook besluiten om van de Kasgeld-bv een Fiscale Beleggings Instelling (FBI) te maken. De winst van de FBI valt onder het 0% VPB-tarief maar moet binnen 8 maanden na afsluiting van het boekjaar volledig worden uitgekeerd. Dat dividend is vervolgens bij de aandeelhouder in prive progressief belast voor de inkomstenbelasting (max. 60%).

Zowel in de Kasgeld-bv die wordt aangehouden, als de FBI blijft op de winstreserves de claim van 20% AB rusten die de fiscus vroeg of laat bij de aannemer/aandeelhouder of zijn erven zal incasseren. Als de aannemer/aandeelhouder gaat schenken, moet hij 20% afrekenen. Bij zijn overlijden ke de erven kiezen om de claim door te schuiven naar de toekomst.

3. Thans is het nog mogelijk onder bepaalde omstandigheden de AB-claim van 20% te ontgaan. Dat kan bijvoorbeeld door te emigreren naar een ander land en vervolgens de feitelijke leiding van de bv te verplaatsen. Indien de aannemer/aandeelhouder in deze situatie vijf jaar wacht met de verkoop van zijn AB-aandelen, heeft Nederland in beginsel geen heffingsbevoegdheid meer. Die bevoegdheid gaat over naar het land waarin de aandeelhouder dan woont. Meestal zal het woonland geen belasting heffen over de vervreemdingswinst die de aannemer/aandeelhouder realiseert.

4. De aannemer/aandeelhouder die van plan is rond zijn 56e jaar te stoppen, besluit als hij 50 jaar is om een gerenommeerde bank voor meer dan 2/3 deel in zijn aandelenkapitaal te laten participeren. Daarbij ontstaat een zogenaamd aflopend AB. Indien de aandeelhouder op zijn 60e jaar (in ieder geval na vijf jaar) zijn aandelenpakket verkoopt, is de vervreemdingswinst in beginsel belastingvrij.

Staatssecretaris Vermeend zet met zijn wetsontwerp al deze fiscale routes op de helling.

Afwegingen

De aannemer met een bv die al een AB-positie had, gaat in plaats van 20% straks 25% over de vervreemdingswinst van zijn aandelen betalen. Daar staat tegenover dat hij ook vanaf 1 januari 1997 tegen 25% inkomstenbelasting, dividend aan zichzelf kan gaan uitkeren. De effectieve belastingdruk over dividenduitkering daalt daarmee van 74% (’96) naar 51,25% (’97). (Eerst VPB en daarna IB). Anders gezegd, van iedere gulden winst blijft volgend jaar bijna 49 cent over. Dat is de winst van het wetsvoorstel Vermeend.

De FBI (niet aan de beurs genoteerd) is vanaf 1997 niet meer interessant en wordt uit de wet geschrapt. Aannemers/aandeelhouders die over een FBI beschikken mogen de herbeleggingsreserve tegen 15% inkomstenbelasting uitkeren. De FBI wordt vervolgens een normale bv die over de winsten 35% VPB moet afrekenen en over het uitgekeerde dividend 25% inkomstenbelasting.

Een FBI of holding met een dividend-verleden kan overwegen de algemene reserve voor de jaarwisseling om te zetten in aandelenkapitaal (herkapitalisatie) tegen een eenmalige afrekening van 10% inkomstenbelasting. Door deze maatregel ontstaat een nieuwe historische verkrijgingsprijs voor de aandelen. Dat kan forse besparingen opleveren, immers alleen de toekomstige aangroei bij vervreemding is belast tegen 25% inkomstenbelasting. Per 1 januari 1997 verdwijnt ook deze mogelijkheid van herkapitalisatie uit de wet. Indien de aannemer/aandeelhouder binnen 10 jaar aan zichzelf aandelenkapitaal terugbetaalt, rust daarop een sanctie.

Aannemers met een bv die toch al van plan zijn om aandelen te verkopen aan kinderen of derden, ke in 1996 nog profiteren van het lage AB-tarief van 20%. Dus, snel handelen.

Aan aannemers/aandeelhouders die thans afzien van salaris wordt per 1 januari ’97 een fictief salaris in rekening gebracht. Het salaris wordt gekoppeld aan het gemiddelde in de branche. Aannemers mogen daar 30% onder blijven. Het salaris vormt ‘inkomsten uit arbeid’ en is progressief belast. In een ministeriele regeling zal een en ander nog nader worden uitgewerkt.

Aannemers/aandeelhouders die in rekening courant geld lenen van hun bv krijgen voor hun consumptieve leningen te maken met de nieuwe aftrekbeperkingen: vanaf 1 januari 1997 wordt de consumptieve rente-aftrek boven de f. 10.000 per belastingplichtige ( f. 20.000 gehuwden) geschrapt. Per 1 januari 1998 gaat deze rente-aftrek dan verder omlaag naar f. 7.500 ( f. 15.000 gehuwden). In 1999 wordt de consumptieve rente-aftrek definitief op f. 5000 per belastingplichtige ( f. 10.000 gehuwden) gezet.

Het verhogen van de hypotheek voor de aflossing van de rekening courant bij de bv biedt geen soelaas. De fiscus kijkt naar het rechtstreekse verband van de hypotheek en de bestemming van die lening. Op hypotheken, afgesloten voor 31 december 1995 met als onderpand de eigen woning, geldt een soort generaal pardon.

Per 1 januari 1997 wordt volgens het wetsvoorstel emigratie voor de aannemer/aandeelhouder een belastbaar feit. Hij krijgt een aanslag opgelegd van 25% over zijn AB-winst. De betaling van deze aanslag kan overigens over een periode van tien jaar worden uitgesmeerd. Moret Ernst en Young heeft grote twijfels of deze maatregel in overeenstemming is met het Verdrag van Rome en om die reden dus niet van toepassing zou zijn voor landen binnen de Europese Unie. Het ministerie van Financien beraadt zich inmiddels over aanpassing van het wetsontwerp op dit punt. Via emigratie voor de jaarwisseling kan de AB-claim nog steeds worden voorkomen.

*)Paul Schol in samenwerking met Marnix van Rij, Moret Ernst en Young Belastingadviseurs, Arnhem. Tel. 026 – 32 09 500.

Reageer op dit artikel