nieuws

FNV: ‘Basisuitkering voor iedereen die wil werken’

bouwbreed Premium

De FNV pleit voor de invoering van een basisuitkering voor iedereen die zich aantoonbaar beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt. Ook degene die als gevolg van ziekte of de zorg voor kinderen of familie niet kan werken, komt voor een basisuitkering in aanmerking.

In de discussienota ‘Tijd voor nieuwe zekerheid’ schrijft de FNV dat het nadrukkelijk niet gaat om een basisinkomen. De band tussen arbeid en inkomsten blijft daardoor bestaan. De invoering van de basisuitkering zou in de FNV-visie geleidelijk moeten gaan.

Als financieringsbron voor de nieuwe zekerheid denkt de FNV onder meer aan het huidige belasting- en premievoordeel voor kostwinners, de extra belastingvrije voet van ongeveer f. 6.000. Dat kan als eerste stap voor de basisuitkering worden ingezet, zo vindt de FNV.

Op termijn, gedacht wordt dan aan 2010, moet de basisuitkering een niveau hebben bereikt van f. 900 per maand. Bij een dergelijk uitkeringsniveau behoeft dan ook geen toets plaats te vinden op het inkomen van de partner.

Met behulp van een toeslag wordt vervolgens de basisuitkering aan gevuld tot 70% van het minimumloon voor alleenstaanden en tot 90% voor alleenstaande ouders.

Om deelname aan betaalde arbeid te stimuleren, krijgt de basisuitkering de vorm van een negatieve inkomstenbelasting.

Flexibele arbeid

In de nota constateert de FNV een onrechtvaardigheid voor mensen die flexibele arbeid verrichten. Op dit moment wordt onzekerheid in het arbeidsleven niet gecompenseerd door extra zekerheid in het stelsel van de sociale zekerheid. Integendeel, hoe minder zekerheid iemand heeft in zijn of haar baan, des te minder rechten hij of zij heeft op sociale zekerheid.

Daarom vindt de FNV dat bestaande sociale verzekeringen zodanig moeten worden aangepast of uitgebreid, dat de inkomensbescherming ook toegankelijk wordt voor flexibele werknemers.

Dit kan door naast de huidige WW een extra verzekering te maken, de opbouw-WW. Die geldt dan voor werknemers die niet voldoen aan de referte-eis voor de WW. In de opbouw-WW heeft iedere werknemer een soort spaarsaldo. Voor iedere gewerkte week wordt een week uitkeringsrechten bijgeschreven.

Bij werkloosheid worden de opgebouwde rechten voor zover nodig gebruikt. Eventuele restanten blijven op het spaarsaldo voor een volgende keer. De voorgestelde opbouw-WW laat de bestaande WW onaangetast. Er komt als het ware een voorportaal bij, zo schrijft de FNV.

Overheid

De overheid heeft zich, aldus de FNV, als verzekeraar de laatste jaren onbetrouwbaar getoond. Gedoeld wordt daarbij op de verzelfstandiging van diverse sociale zekerheden die inmiddels is ingevoerd of waarvoor al vergaande plannen bestaan.

De FNV ziet aan de overdracht van (delen van) werknemersverzekeringen haken en ogen zitten. Zo zullen er daardoor verschillen in uitkeringshoogte en -duur gaan ontstaan tussen sectoren en/of bedrijven. Dat kan de arbeidsmobiliteit negatief beinvloeden.

Gezien echter het afgenomen vertrouwen in de overheid op dit punt, moet volgens de vakcentrale wel gezocht worden naar een nieuwe verdeling van de verantwoordelijkheden waarin de sociale partners een grotere rol spelen.

Door deze stellingname komt er een ambivalente oplossing uit de bus. Voor de arbeidsongeschiktheidsverzkering in combinatie met de basisverzekering en de voorziening voor flexwerkers wil de FNV de wettelijke verzekering handhaven. Alleen als in de cao sociale partners overeenstemming bereiken over een afwijkende regeling, mag de wet een stapje opzij doen. Daar komt nog bij dat de cao ook algemeen verbindend moet worden verklaard, een onderwerp dat eveneens ter discussie staat.

De discussienota is nadrukkelijk niet bedoeld als blauwdruk voor dit jaar. Gekozen is voor het aangeven van ‘vernieuwingsrichtingen’, gevolgd door concrete stappen op weg naar een sociale zekerheid die mee blijft groeien met veranderende leef- en arbeidspatronen.

Reageer op dit artikel