nieuws

RIVM trekt conclusies onderzoeksinstituut in twijfel Radon in woningen niet kankerverwekkend

bouwbreed Premium

Het is volgens het onderzoeksinstituut TNO geenszins bewezen dat lage concentraties radon in woningen een verhoogd risico op longkanker met zich meebrengen. Uit ecologische studies blijkt eerder het tegendeel: Radon in het binnenmilieu zou het longkankerrisico mogelijk juist verkleinen. Daarmee is twijfel ontstaan over de noodzaak van radon-beperkende maatregelen, die het ministerie van VROM voor de bouw in voorbereiding heeft.

Begin 1994 stuurde toenmalig minister Alders zijn beleidsstandpunt Radon naar de Tweede Kamer. Basis van dat beleid was de stelling dat te hoge concentraties van het natuurlijke Radon-gas in het binnenmilieu van woningen kankerverwekkend zijn. Om tot die stelling te komen, gebruikte men de gegevens over mijnwerkers, die werden blootgesteld aan hoge doses radon. Deze werden vervolgens ‘geextrapoleerd’, doorberekend naar de ‘normale’ situatie. Uiteindelijk concludeerde VROM dat jaarlijks ongeveer 1000 mensen sterven aan longkanker, ten gevolge van te hoge concentraties radon in het binnenmilieu.

Alders kondigde in zijn beleidsstandpunt een hele reeks maatregelen aan, om de radon-concentratie binnen de perken te houden. Door aanpassing van de bouwwijze van woningen en de keuze van bouwmaterialen moest een gemiddelde per woning worden bereikt van 20 Bq/m3. Zonder maatregelen zou dit niveau op 30 Bq/m3 uitkomen.

Nederland loopt met dit strenge beleid voorop. In andere landen worden ook maxima gesteld aan de gemiddelde radon-concentraties, maar die liggen vele malen hoger. Het strengst zijn de Verenigde Staten. De maximale gemiddelde concentratie radon ligt daar op 150 Bq/m3. De Europese Unie ligt alweer 50 Bq/m3 hoger, op 200 Bq/m3.

TNO-onderzoek

Na publicatie van het beleidsstandpunt, kreeg TNO Centrum voor Stralingsbescherming en Dosimetrie van het ministerie VROM de opdracht literatuuronderzoek te doen naar de juistheid van de stelling dat te hoge concentraties van het natuurlijke Radon-gas in het binnenmilieu van woningen kankerverwekkend zijn.

Naar nu bekend is geworden, scheidde TNO eind vorig jaar haar rapport af. Dat bevatte een opmerkelijke conclusie, die haaks staat op het beleid dat VROM wil gaan voeren. In de bestaande literatuur en onderzoeksrapporten zijn geen bewijzen te vinden voor een causaal verband tussen lage doses radon en longkanker, aldus TNO. Weliswaar is er wel een verband tussen longkanker bij mijnwerkers en radon, maar deze zijn aan veel hogere doses blootgesteld geweest. Uit onderzoek naar patienten met longkanker blijkt niet dat blootstelling aan lage concentraties radon een verhoogd risico op longkanker met zich meebrengt. En uit ecologische studies blijkt zelfs het tegenovergestelde. De gangbare concentraties radon in woningen lijken het risico op longkanker juist te verkleinen.

Daarmee kregen een aantal bouworganisaties (NVTB, AVBB, VIB, BNA, Betonvereniging, ONRI), de Vereniging Eigen Huis en de landelijke centrales van woningcorporaties (NWR en NCIV) alsnog gelijk. Deze schreven in maart 1994 een brief aan de Tweede Kamer waarin exact hetzelfde werd beweerd.

Ongelukkig

VROM was uiterst ongelukkig met het TNO-rapport, zo wordt door diverse betrokkenen bevestigd. De uitkomsten van het onderzoek werden dan ook niet gepubliceerd, in afwachting van een tegenonderzoek van het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Het RIVM komt in een op 11 juni van dit jaar verstuurde brief aan het ministerie tot een conclusie die weer haaks staat op die van TNO. Waar TNO beweert dat er geen bewijs is voor de stelling dat lage doses radon tot longkanker leidt, stelt het RIVM juist dat er voldoende aanwijzingen zijn dat straling ook in zeer lage doses het ontstaan van kanker kan bevorderen. Wel bestaat onzekerheid over de grootte van het effect van lage doses, maar dat is nog geen reden om het nu door VROM geformuleerde beleid aan te passen.

Van het ministerie van VROM kon gisteren niet worden vernomen hoe zij met beide onderzoeken om zullen gaan.

Reageer op dit artikel