nieuws

Terheijden toont zorg voor omgeving van alledag Met 7400 inwoners is

bouwbreed Premium

Terheijden een bescheiden Brabants dorp. Maar het bewijst dat ook in kleine plaatsen grote ruimtelijke kwaliteit mogelijk is. Dankzij zorg voor het ‘openbare erf’ en een weloverwogen architectenkeuze.

Enkele minuten rijden van de A16 Rotterdam – Breda ligt in Noord-Brabant het landelijke Terheijden. De architectuur is er van oudsher bescheiden, op een enkel monument na. Er is een oude molen, een schans en historische hoofdstraat. Daaromheen ligt een reeks woonerven. Onbetwist middelpunt is nog steeds de grote, gotische kerk.

Bij de meeste plaatsen eindigt het plezier bij de hoofdstraat – het centrum heeft sierbestrating, daarbuiten heerst het zwerfvuil. Sierbestrating is in Terheijden slechts beperkt aanwezig, maar de zorg van gemeente en particulieren voor de omgeving van alledag strekt tot de grenzen van de gemeente. Het forensendorp is een wonderlijke enclave van met zorg vormgegeven en onderhouden straten, parkjes en gebouwen. Terheijden toont hoeveel kwaliteit alleen al gewonnen wordt door die consistente zorg voor gewone, dorpse zaken.

In die omgeving vormen enkele recente ‘grote poen’ krenten in de pap. De brandweerkazerne, peutersoos en een nieuw complex van aanleunwoningen zijn mooie accenten. Ze vatten als het ware de alledaagse kwaliteit van de omgeving samen en maken die zichtbaar in een enkel gebouw.

Directe opdrachten

Drijvende kracht achter deze zorg voor de omgeving is burgemeester H. van Brummen. Sinds zes jaar in Terheijden, daarvoor wethouder in Boxtel en werkzaam bij de Bijenkorf. Van Brummen: “In het openbaar bestuur werd ik gegrepen hoe je als overheid kwaliteit kan geven aan het ‘openbare erf’. Zodat mensen plezier beleven in en aan die ruimte. Dat heb ik geleerd door goed om mij heen te kijken en met alle mogelijke betrokkenen en ontwerpers te praten. Vooral van dat laatste leer je dingen zien.”

Toen tien jaar geleden de doorgaande verkeersroute uit het dorp werd omgelegd, zijn straten en pleinen heringericht. Dus toen Van Brummen kwam was een basis al gelegd. Voor het tot stand brengen van de ‘grote poen’, zoals ze in de plaatselijke publikaties worden aangeduid, wist Van Brummen de betrokkenen te enthousiasmeren door ze op excursie te nemen. Van Brummen: “Het is een wisselwerking. Iemand moet het voortouw nemen, dan roept dat vanzelf inventiviteit bij anderen op.”

Een architectuurnota of opzienbarende prijsvragen bleken niet nodig. De sleutel tot de behaalde kwaliteit zit in direct opdrachtgeverschap en een overtuigde architectenkeuze op basis van eigen onderzoek. Het zijn ook geen nationale beroemdheden die de grote poen hebben ontworpen; het zijn gewoon goede architecten uit de eigen provincie.

Van Brummen weerspreekt dat Terheijden deze leuke dingen kan doen omdat het een rijke gemeente is. “Rond Breda zijn wel rijkere gemeentes. Ook van potverteren is geen sprake. Omdat per 1 januari de gemeentes worden heringedeeld, worden we al enkele jaren nauwgezet gecontroleerd door de provincie. De grote poen stonden op de meerjarenplanning en de raad had een jaar of vier geleden al uitgesproken dat zij kwaliteit wilde.”

Brandweerkazerne

Voor brandweer en gemeentewerken moest een eenvoudig gebouw komen naast een parkeerplaats voor twintig trucks en carpoolplaats. Een miniem programma van 677 vierkante meter – hoe voorkom je dat het verzuipt in een rafelige dorpsrand? Het Eindhovense architectenduo Harry de Beer/Harrie van Helmond heeft alles ondergebracht in een zo lang mogelijke aluminium streep die de richting van de sloten in het weidelandschap volgt. De daklijn volgt de hoogte die vereist is voor de onderliggende functies, en dezelfde functionaliteit verklaart de variatie aan ramen. In combinatie met de inrichting van het parkeerterrein beheerst dit kleine maar sculpturale gebouw de schaal van het landschap, en vormt nu een beeldbepalende entree van het dorp.

Met even eenvoudige middelen is het interieur tot een kunstwerkje gemaakt. Blank vuren, schoon beton, zilver geschilderd staal, wandbekleding van oude brandweerslangen en speciaal ontworpen tafels in de kantine bepalen het stoere en toch verfijnde beeld.

Harrie van Helmond: “Er was sprake van een voor ons ideaal opdrachtgeverschap. Het feit dat de burgemeester – akkoord, het is een architectuurfreak – bijna dagelijks op de fiets langs kwam, liet alle betrokkenen voelen dat het niet zo maar een bouw was.”

Peutersoos

De Eindhovense architecten Annette Marx en Ady Steketee hebben de peutersoos van binnenuit ontworpen. De vorm van de ruimtes en het kleur- en materiaalgebruik is bepaald door het ‘spelgedrag’: er is een grote, halfronde speelhal met veel beton en hout, die met glazen puien grenst aan de speelplaats; er is een knutselstraat met sheddak, smetteloos wit van binnen, zwart gemetseld van buiten; er zijn speelplekken en sanitaire voorzieningen op kindermaat gesneden in gestucte bouwblokjes. Een wat hoger blokje markeert de bocht in de weg waaraan de soos ligt.

Het gebouw is net zo speels geworden in vorm en materiaalgebruik als de gebruikers. Annette Marx: “Het ontwerp probeert het spelen uit te lokken met verschillen in ruimtelijkheid en sfeer. Maar met alleen een aaneenschakeling van plekken heb je nog geen gebouw. Er ligt ook een grotere beweging aan ten grondslag en lange doorzichten. De peuters ke zo afstand en nabijheid uitproberen.”

Analoog aan dit spel met ruimte en kleur in het interieur, is de rol die het gebouwtje stedebouwkundig speelt. Het markeert prachtig het punt waar de straat wegdraait van uitzicht over de weilanden, het ‘interieur’ van het dorp in.

Aanleunwoningen

In deze serie poen zijn de negentien aanleunwoningen die Ad Smeulders uit Tilburg ontwierp relatief het eenvoudigst. En dat is hun grote kwaliteit. Ze zijn zorgvuldig ingepast tussen de gotische kerk en een romantisch parkje op een binnenterrein; vanzelfsprekend, alsof ze er al jaren staan. De vormen (van de ronde daken) en volumes (van de gemetselde gevels met grote rechthoekige loggia’s, ramen en erkers) zijn krachtig en karakteristiek. De kwaliteit is de combinatie van dit karakter en de vanzelfsprekende aanwezigheid in de context van de oude dorpskern.

De bekoring van Terheijden schuilt in die samenhang van gebouwen en hun omgeving. Niet het spektakel telt maar de zorg en dienstbaarheid aan het geheel. Op een hoger schaalniveau keert die gecultiveerde samenhang terug in de ligging van het dorp in het landschap. Terheijden bewijst dat kleine forensendorpen niet per definitie vormeloze woekeringen hoeven te zijn met rafelranden en twee onder een kap-woningen als maat aller dingen. Ook in kleine plaatsen is grote ruimtelijke kwaliteit mogelijk.

Reageer op dit artikel