nieuws

Stadsvernieuwers van Birmingham hebben nog een lange weg te gaan

bouwbreed Premium

Een luchtfoto van het centrum van Birmingham biedt een desolate aanblik. In plaats van een kloppend hart is niet veel meer te zien dan een lappendeken van parkings en geisoleerde bebouwing, doorkruist door een overvloed aan wegen. Een wandeling door het centrum van Engelands tweede stad verandert niet veel aan deze indruk. Er zijn wat aardige plekjes, maar als het echt leuk dreigt te worden, grijpt de realiteit in de vorm van razend verkeer, kaalslag of foeilelijke gebouwen in. “Tien jaar geleden was het nog veel erger”, constateert Nigel Blackstaffe, als planoloog werkzaam bij de gemeente Birmingham. “Er is al veel verbeterd, maar deze stad heeft nog dertig jaar nodig om zich te transformeren.”

De aanzetten tot herstel zijn inmiddels zichtbaar. Centrale trefpunten als Victoria Square en Chamberlaine Square zijn mensvriendelijker gemaakt. De monumentale gebouwen zijn opgeknapt en het verkeer is er teruggedrongen. Langs enkele van de vele grachten zijn gezellige, kleinschalige winkels en uitspanningen gebouwd. Het jonge ‘International Convention Centre’ is stijlvol en biedt met de Symphony Hall een van Europa’s beste concertzalen.

Birmingham viel als zoveel andere Britse steden in de periode 1940-1980 ten prooi aan de aanvallen van een vierkoppige draak. Eerst was er de ‘bommenschade’ tijdens de Tweede Oorlog. Birmingham was een zeer belangrijk industrieel centrum en de Luftwaffe voerde vele tientallen bombardementen uit op de stad. Planologische blunders, industrieel verval en architectonische wansmaak zorgden ervoor dat de stad zich nooit herstelde. Begin jaren tachtig was miljoenenstad Birmingham in Engeland synoniem voor ‘afschuwelijk woonklimaat’.

De bewoners van Birmingham hebben net als de meeste Engelsen een subtiel gevoel voor ironie en galgenhumor. “Wat Hitler niet voor elkaar kreeg, dat fiksten de planologen in de jaren vijftig en zestig”, zo vertellen ze bezoekers opgeruimd. Het herstel en de vernieuwing in de na-oorlogse periode waren er op gericht om zoveel mogelijk auto’s zo snel mogelijk toegang te geven tot het hart van de stad. Resultaat van dit streven was een ringweg die veel te nauw rond het centrum van de stad ligt en het hart van Birmingham verstikt. Brede vier- en zesbaanswegen leiden van en naar deze ‘inner ring way’.

Verkeersoverlast

De wegen hebben de stad in stukken gesneden. Pal tegen het centrum van Birmingham ligt het Jewellery Quarter, een unieke, oude laagbouwwijk waar tientallen kleine bedrijfjes al sinds de vorige eeuw op ambachtelijke wijze sieraden vervaardigen. Niets zou mooier zijn dan in een klein kwartiertje van het centrum naar deze interessante wijk te wandelen. De ringweg vormt echter voor voetgangers een bijna onoverkomelijke barriere.

De ringweg wordt ook dankbaar gebruikt als ‘short cut’. “Zestig procent van het verkeer op de ringweg heeft helemaal niets te zoeken in het centrum, maar ze gebruiken de weg omdat het korter is. We zitten dan ook vaak met grote verkeersoverlast in het centrum”, aldus Blackstaffe.

Om het tij te keren en Birmingham weer iets van een hart terug te geven, is de gemeente druk bezig om de binnenste ringweg stukje bij beetje minder aantrekkelijk te maken als doorgaande weg. Stoplichten en vooral versmalling spelen daarbij een hoofdrol. Op sommige plaatsen gaat de ringweg ondergronds. Kosten worden gedeeltelijk gedragen door de opbrengst uit de ontwikkeling van nabijgelegen terreinen. Tegelijkertijd heeft de gemeente een andere ringweg aangelegd, die veel verder van het centrum verwijderd blijft. Deze wijdere ring is nu bijna voltooid.

Beinvloeding van de verkeersstromen is echter maar een klein deel van het werk. De stadsvernieuwers staan in en rond het centrum van Birmingham voor een gigantische taak. Bommen, bedrijfssluitingen en verval van woningen zorgden voor een enorme kaalslag in de stad. De open plekken werden meestal gevuld met parkings of met hoge kantoortorens van meer dan twijfelachtige waarde. “In de jaren zestig en zeventig leken mensen zich alleen te bekommeren om de vraag of het gebouw er op tijd kwam, niet hoe het er uitzag”, zo verzucht Blackstaffe.

‘Waterfronts’

Birmingham wil ook proberen zijn potentie beter uit te buiten. Aan- en afvoer van grondstoffen en produkten voor de industrie van Birmingham vond vaak plaats over water. De stad heeft meer kanaaltjes en grachten dan Venetie, maar met het na-oorlogse industriele verval werden de waterwegen in het centrum overgelaten aan de ratten. De gemeente wil de kanalen nu transformeren in aantrekkelijke en schone ‘waterfronts’.

Een eerste resultaat is te zien bij de ontwikkeling van Brindleyplace. Dit terrein van 7 hectaren groot is het grootste ontwikkelingspo in een stadscentrum dat momenteel in Groot-Brittannie aan de gang is. Tot voor kort een open wond in het hart van de stad zal Brindleyplace binnenkort 100.000 m2 kantoorruimte herbergen, 30.000 m2 winkels en horeca, 143 woningen, een hotel, een stijlvol nieuw plein en een parkeergarage voor 2600 voertuigen.

Aan de noord-oost zijde wordt Brindleyplace begrensd door grachten, die inmiddels volledig zijn gesaneerd. Aan de oevers bieden winkels en cafe’s het wandelende publiek vertier.

Passend in de omgeving

De gemeente is nog steeds eigenaar van de grond van Brindleyplace, maar heeft deze voor de symbolische som van 1 pond per jaar voor 150 jaar in erfpacht (‘lease’) gegeven aan de poontwikkelaars. In ruil moesten die – 68 miljoen bijdragen aan de bouw van de National Indoor Arena, een inmiddels internationaal vermaard overdekt sportcentrum aan de rand van Brindleyplace.

Naast Brindleyplace verrijzen momenteel een paar imponerende kantoorgebouwen, die beter in de omgeving zullen passen dan de gedrochten uit de jaren zeventig. Birmingham is hoofdstad van de Midlands en trekt daarom nogal wat diensten. British Telecom zal in december 1996 zijn regionale hoofdkantoor aan Brindleyplace openen, Lloyds Bank doet halverwege 1997 hetzelfde.

Maar Brindleyplace is niet alleen een kantorenwijk. “Wij willen 24 uur per dag leven in de binnenstad en willen daarom bij nieuwe poen wonen, werken en uitgaan combineren. We oefenen op twee manieren invloed uit op de ontwikkeling van poen als Brindleyplace”, stelt Blackstaffe. “Enerzijds via onze normale planologische bevoegdheden, anderzijds via de gedetailleerde bepalingen in het lease-contract. Gelukkig past de huidige projectontwikkelaar, de Argent groep, wel in die opzet. Veel projectontwikkelaars willen alleen kantoren, daar krijgen ze per slot van rekening het meeste geld voor. Bij Argent zien ze een gecombineerde ontwikkeling echter wel zitten.”

Gebouwen in Brindleyplace zijn onderworpen door ondermeer Demetri Porphyrios Associates, Sidell Gibson, Anthony Peake Associates en Allies en Morrisson. Verhuur vindt plaats via Richard Ellis en Grimley.

Planologische controle

Birmingham heeft niet een, maar vele poen als Brindleyplace nodig om de stad weer enige allure te geven. Ook bij andere poen zal de gemeente streven naar een combinatie van particulier initiatief en strikte planologische controle. Soms moet worden gebroken voor kan worden gebouwd.

De gemeente onderhandelt momenteel hard met de eigenaren van het Bull Ring Centre, het eerste overdekte winkelcentrum van Engeland, dat begin jaren zestig het leven zag. Dit even centraal gelegen als wanstaltige betonnen complex zou de gemeente liever vandaag dan morgen slopen. De eigenaren zijn niet onwillig, maar willen uiteraard vergaande planologische vrijheid om een lucratief alternatief neer te zetten. De gemeente wil het stadsbeeld echter niet opnieuw verstoord zien door een gedrochtelijke ontwikkeling. “We praten al een tijdje”, is het enige dat Blackstaffe kwijt kan.

Het gemeentebestuur heeft ook zelf diep in de buidel getast. Voor – 470 miljoen (180 miljoen pond, waarvan de gemeente 130 miljoen pond bijdroeg; het resterende deel kwam van Europese regionale ontwikkelingsfondsen) werd tussen 1988 en 1990 het International Convention Centre (ICC) gebouwd, pal ten noorden van Brindleyplace. “We zullen op de exploitatie wel nooit winst maken, maar dat was ook niet het hoofddoel”, stelt Blackstaffe. “Het ICC is verschrikkelijk belangrijk voor de activiteit die het genereert en het prestige dat het aan Birmingham geeft. Het was een ommekeer in de ontwikkeling.”

De centrale plaats van het ICC is symbolisch voor de transformatie van Birmingham. In de Midlands gingen in de jaren zestig en zeventig honderdduizenden industriele arbeidsplaatsen verloren en die komen nooit meer terug. Al zal industriele activiteit altijd een wezenlijk onderdeel uitmaken van de economie van Birmingham, ook de hoofdstad van de Midlands zal het voor welvaart, banen en stadsontwikkeling steeds meer van diensten moeten hebben. Conferenties, beurzen en tentoonstellingen spelen daarbij een belangrijke rol. Naast het ICC herbergt Birmingham aan de rand van de stad het National Exhibition Centre, het grootste beurs- en tentoonstellingscomplex van Engeland.

De centrale ligging in Engeland maakt Birmingham in ieder geval tot een aantrekkelijke kantoorlocatie. De stad is ook goedkoper dan Londen en vergeleken met die van de Britse hoofdstad zijn de verkeersproblemen van de stad beperkt. Bij een landelijke enquete bleek vorig jaar dat Birmingham de meest populaire stad is voor Britse managers die gevraagd werden naar een alternatieve locatie van hun hoofdkantoor. Als hun wensen zich omzetten in daden, hoeft Birmingham misschien wel minder dan dertig jaar te wachten voor de stad zichzelf in een nieuwe gedaante hervindt.

Reageer op dit artikel