nieuws

Frauderende directeur lasbedrijf krijgt celstraf

bouwbreed Premium

De voormalige directeur van het las- en constructiebedrijf De Hermse Groep uit Berkel en Rodenrijs is door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en verbeurdverklaring van in beslag genomen goederen. Zijn werknemer B. kreeg drie maanden voorwaardelijk of 234 uur dienstverlening.

De rechtbank achtte bewezen dat dit bedrijf zich schuldig heeft gemaakt aan het niet afdragen van belasting en werkgeverspremies aan de bedrijfsvereniging. In totaal ging het om een bedrag van – 5,8 miljoen gulden. De gaten die in de administratie vielen, werden gedicht met valse facturen.

Door naheffingen en boetes wegens niet betalen, opgelegd aan elk van de vier werkmaatschappijen van de groep, liepen de claims tenslotte op tot in totaal – 48,3 miljoen, waarvan – 36 miljoen werd opgelegd door de fiscus.

Toen het bedrijf mede hierdoor failliet ging, werden de claims van fiscus en bedrijfsvereniging gepresenteerd bij diverse grote aannemersbedrijven, waarvoor het constructiebedrijf werkzaamheden had verricht. Een dergelijke claim is mogelijk op grond van de Wet Ketenaansprakelijkheid.

Extreme verhogingen

In deze zaak werd als getuige-deskundige de heer P.H. van Kan gehoord, voorzitter van de werkgroep ketenaansprakelijkheid van VGBouw. Deze deskundige deed onderzoek naar een navordering van de fiscus van – 76 miljoen bij meer dan honderd bedrijven in de industrie- en installatiesector in het kader van de Wet Ketenaansprakelijkheid. Het gaat om bedrijven als HBG, Boskalis Westminster, Volker Stevin, Hollandia Kloos en Industrie Service. Die kregen over een periode van 1989 tot 1993 naast deze belastingaanslag een miljoenenclaim van de bedrijfsvereniging.

Bij zijn onderzoek – en tevens in de zaak van het constructiebedrijf – stootte Van Kan op niet te beredeneren verhogingen door de fiscus van de te vorderen gelden. Bovendien is niet te achterhalen op grond waarvan en volgens welke methode de fiscus deze vorderingen verhoogd.

In overleg

Ook in de zaak van dit constructiebedrijf blijkt niet op grond van welke normen en uitgangspunten het uiteindelijk verschuldigde bedrag van rond – 5,8 miljoen tot in totaal – 48,3 miljoen is opgelopen. “Hoofdaannemers hebben op basis van de wet ketenaansprakelijkheid geen enkel zicht hoe de hoogte van claims totstandkomt”, aldus een woordvoerder van VGBouw.

Al langere tijd is VGBouw met de belasting en uitvoerende organen in de sociale zekerheid in gesprek om te komen tot meer rechtvaardige claims. Er valt namelijk niet in te zien waarom hoofdaannemers tenslotte aanslagen van fiscus en bedrijfsvereniging moeten voldoen, die vermeerderd zijn met boetes wegens niet betalen door de onderaannemer. Juist omdat die hoofdaannemer zich niet aan zijn verantwoordelijkheid tot betaling van de oorspronkelijke belastingschuld en/of schuld aan bedrijfsvereniging heeft willen onttrekken.

Reageer op dit artikel