nieuws

Affaires helpen corporaties bij tonen daadkracht Vertrouwen financiers in sociale sector onaangetast

bouwbreed Premium

Recente publikaties over in financiele nood verkerende corporaties en een dreigende bankroet voor de sociale huursector hebben de geldschieters van de volkshuisvesting niet ke verontrusten. Integendeel, zo weet P.H. van Delft, directeur van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Volgens hem hebben de affaires het vertrouwen van de private financiers in de sector juist vergroot.

Vandaag viert het Waarborgfonds Sociale Woningbouw zijn twaalfeneenhalf-jarig bestaan in Utrecht. Bij die gelegenheid wordt een door WSW-voorzitter drs. B.G.A. Kempen geschreven boek gepresenteerd, dat een overzicht geeft van ontstaan en ontwikkeling van het waarborgfonds.

‘Niet uit liefde geboren’, zo luidt de titel van het boek. Kempen doelt daarmee op het verzet van gemeenten en corporaties tegen de oprichting van het WSW, in december 1983. Want feitelijk was hier sprake van een doekje voor het bloeden, dat was ontstaan na het schrappen door toenmalig staatssecretaris Brokx van rijksleningen voor verbetering van naoorlogse woningen en rijksgaranties.

De gemeente Rotterdam was een van de meest fervente tegenstanders. Voor deze gemeente ging er niets boven de overheidsgarantie, en zou garantstelling door het WSW leiden tot stagnerende nieuwbouw en woningverbetering. Twee jaar na oprichting van het WSW, dat zich toen nog slechts mocht bezighouden met beperkte garanties voor leningen voor groot onderhoud en woningverbetering, besloot de Rotterdamse raad dan ook geen medewerking te verlenen aan het verkrijgen van leningen door corporaties via het WSW. En in 1987 stuurde wethouder ir. P.O. Vermeulen nog een brief aan de Tweede Kamer, waarin de voornaamste bezwaren werden herhaald.

Andere situatie

Anno 1996 is de situatie totaal anders. Vermeulen is toegetreden tot de raad van bestuur van de Bank Nederlandse Gemeenten, een van de belangrijkste financiele partijen in de volkshuisvesting; en het WSW is uitgegroeid tot een zeer omvangrijk fonds dat zich garant mag stellen voor vrijwel alle leningen die corporaties willen sluiten, en waarin 620 corporaties deelnemen. Dat is 76% van alle sociale verhuurders in Nederland.

Het vertrouwen van de financiele wereld in het WSW is groot. Zo groot zelfs dat corporaties tegen zeer voordelige voorwaarden leningen op de kapitaalmarkt ke afsluiten. Aan rente moet slecht tweetienden van een procentpunt meer worden betaald dan de Staat der Nederlanden, als de lening wordt geborgd door het WSW. Ongekend weinig voor particuliere ondernemingen, wat de corporaties sinds de brutering zijn.

En alle recente verhalen over corporaties met geldproblemen, en de sombere scenario’s van het prognosemodel hebben dat vertrouwen van de financiele wereld nauwelijks ke aantasten. Dat stelt tenminste WSW-directeur Van Delft. “We hebben met de topmensen uit de financiele wereld twee keer per jaar een gesprek. Dan praten we over alles wat er is gebeurd en wat nog staat te gebeuren. Zij weten dus van de hoed en de rand, en schrikken echt niet van negatieve perspublikaties. De kleintjes wel, maar die kijken vervolgens eerst naar wat de grote doen. En zij doen niets.” Volgens Van Delft hebben de affaires juist bijgedragen aan een versterking van het vertrouwen in de sector. “Al die kwesties zijn rimpelloos afgeregeld. De financiers hebben ke zien dat we onze problemen met de nodige daadkracht ter hand nemen. Dat vormde de bevestiging van het vertrouwen dat men al had in de sector.”

Nog geen ‘happy end’

De “succes-story” van het WSW, zoals Kempen het in zijn boek beschrijft, is echter wat Van Delft betreft nog niet aan een ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’-einde toe.

De WSW-directeur vindt namelijk in de eerste plaats dat alle corporaties deelnemer moeten worden in het fonds. Dat dat nu nog niet het geval is, wijt hij grotendeels aan onwetendheid bij sommige sociale verhuurders. “Er wordt wel eens gedacht dat wij ons teveel met het beleid van een corporatie gaan bemoeien, als men eenmaal deelnemer is in het fonds. Maar dat is niet zo. Wij stellen wel eisen aan de solvabiliteit van de corporaties. We kijken of de bezittingen niet te hoog zijn gewaardeerd en of de schulden niet te laag zijn gewaardeerd en bepalen vervolgens het eigen vermogen. Is dat positief, dan is er niets aan de hand. Dat is geen bemoeizucht, dat is noodzakelijk handelen als je een goede borg wil zijn. Mensen die mij met dergelijke bezwaren confronteren leg ik altijd de vraag voor wat zij allemaal wel niet voor informatie hebben moeten verstrekken, voordat ze een hypotheek konden afsluiten. Als ik die vergelijking trek, zijn veel corporaties vrij snel overtuigd.”

Ten tweede wil Van Delft via ‘zijn’ WSW erkenning voor de financiele betrouwbaarheid van de sociale sector, ook in Europees kader. Daartoe loopt bij het bureau Standard and Poors een aanvraag om de door financiele instellingen zeer gewilde ‘triple A’-rating binnen te krijgen. De WSW-directeur rekent erop deze hoogste proeve van betrouwbaarheid nog dit jaar te mogen gaan voeren.

En als dat eenmaal is gebeurd, is het nog maar een kleine stap naar de verwezenlijking van zijn derde wens. “Ik zou graag zien dat de sector kan lenen tegen dezelfde condities als van de lagere overheden, dus tegen een rente die circa 15 honderdsten boven staat ligt. Dat levert slechts een rentevoordeel op van – f. 7,5 miljoen per jaar, maar ga maar eens na wat het betekent, als je dat jaar in, jaar uit minder hoeft te betalen.”

Reageer op dit artikel