nieuws

Staatssecretaris Tommel optimistisch in brief aan Kamer, maar: Woningbouwproduktie blijft nog zorgenkindje

bouwbreed Premium

De woningbouwproduktie blijft zorgen baren. Weliswaar wordt landelijk gezien het woningtekort voldoende ingelopen, maar daarmee zijn de problemen op provinciaal en regionaal niveau nog niet uit de wereld. Een aantal provincies en BoN-gebieden kampt bijvoorbeeld met een te lage produktie. Bovendien komt daar waar de produktie wel wordt gehaald een deel tot stand op de verkeerde plekken. En dan speelt in een aantal gebieden nog aanvullende problemen, die stuk voor stuk verstrekkende gevolgen ke hebben voor de woningbouw ter plaatse.

Staatssecretaris Tommel is in een brief aan de Tweede Kamer optimistisch over de woningbouwproduktie tot het jaar 2000. De Vinex-contracten voorzien in de bouw van 426.000 woningen, en dat is ruim voldoende om de behoefte te dekken van 382.000 woningen, zoals voorzien in de jongste Trendbrief (van 17 november 1995). “Dat betekent dat het woningtekort landelijk per 1/1/2000 onder de 2% uitkomt”, aldus de bewindsman. Twee procent wordt in de Trendbrief van 1993 als doelstelling gegeven voor de reductie van het woningtekort.

Het optimisme van Tommel verdient enige bijstelling na bestudering van bijlage I ‘De uitbreidingsproduktie in de jaren 1995-2000’ bij zijn brief. Van de twaalf provincies komen er vijf lager uit dan voorzien ten tijde van de Vinex-convenanten. Behalve Gelderland (3100 minder) en Noord-Brabant (- 9900) zijn dat de Randstadprovincies: Utrecht (- 500), Noord-Holland ( – 10.400) en Zuid-Holland ( – 1300). Wordt alleen gekeken naar de zeven BoN-gebieden, dan ligt de bouwproduktie 24.100 woningen achter bij de Vinex-taakstelling. Dit verlies wordt gecompenseerd, maar dan wel op plekken die volgens het huidige ruimtelijke ordeningsbeleid de verkeerde zijn, namelijk in de gebieden buiten de stadsgewesten. Daar zullen 20.400 woningen extra worden gerealiseerd.

Provincies

Dat wordt ook erkend als de bouwproduktie per provincie aan de orde komt. In Groningen bijvoorbeeld worden evenals in Friesland, Drenthe, Overijssel en Zeeland meer woningen gebouwd dan afgesproken in het kader van Vinex. De bijlage merkt hierbij op: “Een gedeelte van de produktie komt echter niet terecht op plaatsen die vanuit Vinex het meest wenselijk zijn.”

Tommel zegt hierover in zijn brief alleen dat het probleem zijn aandacht heeft, maar dat het “nog geen reden” is om actie te ondernemen.” Dit, ondanks “problemen in de bestaande voorraad”, die hiervan het gevolg zouden ke zijn.

Uit het overzicht per provincie blijkt verder ook dat er op regionaal niveau nog grote problemen moeten worden overwonnen om de geraamde woningbouwproduktie ook daadwerkelijk tot stand te laten komen. BoN Twente bijvoorbeeld kampt met bodemvervuiling. Hier “kan het juridisch instrumentarium rond bodemsanering belemmerend werken en de woningbouw voor het jaar 2000 in gevaar brengen”.

In het Knooppunt Arnhem-Nijmegen speelt het al dan niet doorgaan van de Waalsprong, en de ruzie daarover tussen de diverse lokale bestuurderen: “Het wel of niet starten van de woningbouw in de Waalsprong in 1997 is van cruciaal belang voor de voortgang.”

In de regio Utrecht blijft de produktie achter bij de taakstelling, omdat de ontwikkeling van de grote bouwlocatie Leidsche Rijn op zich laat wachten en omdat de produktie in binnenstedelijk gebied achter blijft.

De Regio Amsterdam kampt met problemen rond het tot ontwikkeling brengen van de grote bouwlocaties, met uitzondering van Almere. Hierdoor zal het ROA de sprong naar een substantieel hoger produktieniveau niet op korte termijn ke maken. Datzelfde probleem speelt in de regio Rotterdam en in Haaglanden. In beide regio’s zal de bouw op de grote uitleglocaties pas eind van deze eeuw op gang komen.

In Noord-Brabant heeft stadsregio Eindhoven te maken met milieuproblemen, kan Breda haar toezeggingen niet waarmaken en blijkt de ontwikkeling van Vinex-uitleglocaties in stadsgewest Den Bosch te stagneren. Tommel hierover: “In Noord-Brabant zal men een grote inspanning moeten verrichten om zo dicht mogelijk bij de taakstelling te komen.”

Sociale woningbouw

Ten aanzien van de sociale woningbouw merkt de staatssecretaris op dat het in de Trendbrief 1995 geschetste beeld, dat er met ingang van 1998 geen behoefte meer is aan sociale nieuwbouw, nog steeds klopt. Alleen in de regio Amsterdam en een deel van Flevoland bestaat tot 2005 nog een restbehoefte van in totaal 16.000 sociale woningen, waarvan 11.200 in de huursector. In 2001 zal nader worden bezien of extra maatregelen nodig zijn om in deze rest-behoefte te voorzien.

Evenmin zijn er maatregelen nodig, om op Vinex-locaties 30% sociale nieuwbouw te laten realiseren. Er zijn 87.000 sociale woningen voorzien, en dat is voldoende om de doelstelling te halen. “Mijn conclusie”, aldus Tommel, “is dan ook dat met het gepresenteerde bouwprogramma 1997 t/m 2003 de provincies en BoN-regio’s afdoende in staat gesteld worden om de benodigde aantallen sociale nieuwbouw op de Vinex-uitleglocaties te realiseren. Het is vervolgens de verantwoordelijkheid van genoemde partijen om dit daadwerkelijk te realiseren.”

Reageer op dit artikel