nieuws

Hoe origineel kan een architect zijn?

bouwbreed Premium

Een onbekende architect uit Londen beschuldigt Rem Koolhaas van plagiaat. Is de hele Kunsthal een kopie? Zijn het de materialen of de maten? Dat roept de vraag op hoe origineel een architect kan zijn. Bevat niet elk bouwwerk vormen en technieken die al elders hun bestaansrecht hebben bewezen? Het roept ook de vraag op hoe machtig een architect is. Wat moet op zijn conto worden geschreven en wat is de bijdrage van het bouwvak? Wat is plagiaat? Wie prozaisch is, zal in juridische termen beschrijven wat het auteursrecht inhoudt en hoe dat past op de rolverdeling in de bouw. Interessanter is een filosofische benadering. De vraag wordt dan hoe origineel een architect ooit kan zijn. Het antwoord op die vraag vergt omzwervingen in geschiedenis en cultuur.

De Londense architect Pearce beschuldigt de Rotterdamse architect Koolhaas van plagiaat. Op tientallen punten zou de Kunsthal van Koolhaas overeenkomen met een plan dat Pearce al veel eerder tekende. Mocht het tot een rechtszaak komen en mocht Pearce gelijk krijgen, dan zou dat exceptioneel zijn. De schaarse keren dat in Nederland architecten elkaar van namaak beschuldigden zijn, voorzover ik weet, met een sisser afgelopen. Hoe kan het ook anders in een vak dat bestaat bij de gratie van traditie, typologie en context? Niet voor niets luidt een gevleugeld gezegde in de architectuur: ‘beter goed gejat, dan slecht verzonnen’.

Eind jaren zeventig was er een korte schermutseling rond de windtunnel die architect Wim Quist ontwierp in de Noordoostpolder. Had hij het ontwerp geplagieerd? Nee. Maar het is natuurlijk niet vreemd dat in hoofdvorm de ene windtunnel lijkt op de andere. Analoog aan zo’n typologisch ‘gegeven’, zijn er talloze gegevens van vorm en stijl die de traditie aanreikt. Welke architect kan zeggen dat die het auteursrecht heeft op het zadeldak, de rechthoekige moderne vormen, de classicistische zuilen? Van wie is de tunnelkist, de vliesgevel, toepassing van natuursteen beplating of juist beton in het zicht? Wie verzon de kamer-en-suite, de half open keuken?

Toegedichte almacht

Als voor de Prix de Rome meer dan honderd jonge architecten zich uitleven op een gevraagd ontwerp, kijkt niemand raar op dat veel oplossingen op elkaar lijken. Zoveel verschillende combinaties van programma en plaats zijn niet te maken. En iedereen is kind van zijn tijd. Alle architectuur van de jaren negentig lijkt op architectuur van de jaren negentig.

In weerwil van al deze gegevenheden bestaat er grote behoefte om toch steeds de architect een bijzondere hoofdrol toe te dichten. Ten goede en ten kwade. De architect wordt opgehemeld tot ‘ster in het wereldcircus van rondreizende architecten’. Omgekeerd, als er iets fout gaat, krijgt de architect als eerste hoe dan ook de schuld.

Een sterk staaltje daarvan biedt het meest recente nummer van het vakblad Renovatie en Onderhoud. Dat kopt op de omslag ‘Vormwil architect zorgt voor daklekkages’. Die kop boven het verhaal over het dak van het stadhuis in Lelystad van architect Jan Hoogstad lijkt het gezegde te bevestigen dat echte Architectuur lekt. En dat het dus de schuld van de architect is die zo nodig raar moest doen. Bij nadere lezing vertelt het verhaal echter iets heel anders. Hoogstad had weliswaar het idee verzonnen om een schuin dak van gevelpanelen te maken, maar het was de leverancier van de stalen platen geweest die het systeem verder had uitgedokterd. Uiteindelijk gaf de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven deze gevelaannemer ook de schuld van de lekkages (en een boete van f. 1 miljoen).

Ondanks deze ondubbelzinnige feiten, waaruit blijkt dat de architect slechts een van de vele determinanten is in het bouwvak, krijgt zelfs in een vakblad, tegen beter weten in, toch de architect met zijn ‘vormwil’ de schuld. De architect wordt almacht toegedicht.

Hoe machtig is een architect? Wat ligt wel of niet in zijn vermogen? Hoeveel macht wordt hem ten onrechte toegedicht en laat hij zich maar al te graag aanleunen? Waarom leeft er eigenlijk zo’n behoefte aan een sterke man (c.q. vrouw)? Die vragen moeten eerst beantwoord worden, voordat te zeggen is hoever de originaliteit van een architect zou ke strekken.

Dwang tot originaliteit

Bij die vraag naar zijn macht, gaat het niet over de juridische positie van de architect in het bouwproces maar om zijn imago, de ‘breinpositie’ die hij inneemt, zoals dat in de reclamewereld heet. De vraag is waarom de goegemeente in haar brein de architect tot zo’n almachtige figuur maakt. Dat is niet altijd zo geweest.

Omdat er vanaf de oude Grieken namen van architecten zijn overgeleverd, lijkt het of deze hoofdrolspelers er altijd zijn geweest. Maar achter die titel gingen andere figuren schuil. Het konden tegelijk beeldhouwers zijn of, zoals bij Vitruvius is te lezen, constructeurs van werktuigen en wapens. Van enkele middeleeuwse kathedralen zijn namen van ontwerpers bekend, maar deze ‘bouwmeesters’ zijn niet los te zien van de ‘bouwloodsen’ (steenhouwers, timmerlieden enz.) die met hen meetrokken van het ene werk naar het andere.

Niet alleen de organisatorische context waarin architecten werkten gaf een andere inhoud aan hun werk dan tegenwoordig, ook het perspectief verschilde radicaal. We moeten niet vergeten dat tot aan de zeventiende eeuw de klassieke oudheid het ideaal was. Ooit was toen de cultuur en kennis perfect geweest; het voortschrijden van de tijd stond gelijk aan aftakeling van die perfectie. Alles stond in het teken van het reconstrueren van die perfectie. Zelfs toen Copernicus de aarde voortaan om de zon liet draaien, beriep hij zich op oude bronnen. Pas vanaf die tijd is het perspectief langzaam veranderd en kwam ‘oud’ te staan voor ‘primitief’ en ‘nieuw’ voor vooruitgang. Dat gold met name voor de natuurwetenschappen. Originaliteit werd toen iets van waarde; tot dusver was het een zinloze aberratie van de traditie geweest.

Ook de architectuur is sinds de Verlichting steeds meer in het teken komen te staan van originaliteit. Zelfs zo sterk, dat maar weinigen zich niet-origineel zouden durven noemen. Toch blijkt uit de aanwezigheid van allerlei neo-stijlen en het eclecticisme dat tot op de dag van vandaag traditie en overlevering belangrijke bronnen van kennis zijn gebleven binnen de architectuur. Ook binnen het ambacht en de technologie van het bouwvak zijn continuiteit en evolutie kenmerkender dan revolutie en originaliteit. De geschiedenis van de architectuur en de gerealiseerde bouwwerken vormen nog steeds grotendeels het leerboek voor architecten en hun compagnons in het bouwvak. Naarmate de opgaven complexer worden, raken alle disciplines ook steeds sterker vervlochten met elkaar.

Hysterie binnen het vak

Ondanks deze overduidelijke continuiteit en de anonimiteit van veel gestage vernieuwingen, is er een bijna dwangmatige, om niet te zeggen hysterische, vraag naar originaliteit. Deze hysterie leeft buiten het vak misschien nog sterker dan erbinnen. Men wil van architecten steeds nieuwe kunstjes zien, net zoals in de mode. Omdat tegenwoordig technisch alles mogelijk is, treedt een enorme inflatie in vernieuwing op. Alles is maakbaar, dus kan men moeiteloos ‘origineel’ zijn. In steeds hoger tempo volgen modes en gimmicks elkaar op. Omdat alles door de media in no-time verspreid wordt over de hele wereld, is het paradoxale effect dat ‘klonen’ soms nog eerder gebouwd zijn dan het elders getekende ‘origineel’ of dat iets alweer ouderwets is voordat het gebouwd is.

Zo zijn we verzeild geraakt in een tijdperk waarin het zo gemakkelijk is om origineel te zijn dat originaliteit waardeloos en zinloos is geworden. De popmuziek heeft als eerste de consequentie daarvan getrokken door van citeren, kopieren en samplen een kunst apart te maken. Eclecticisme in een nieuwe gedaante.

Wie in zo’n tijdperk als architect een collega aanklaagt wegens plagiaat, voert waarschijnlijk dezelfde strijd tegen windmolens als de ‘ridder van de droevige figuur’, zoals Don Quichottes titulatuur luidde.

Het is ironisch dat Rem Koolhaas het doelwit is van deze actie. Precies die architect die als geen ander een kritische houding heeft tegenover stijl, cliche en wat onder ‘nieuw’ wordt verstaan. In zijn boek S, M, L, XL citeert hij in dat verband een advertentie uit Cosmopolitan: “Can cosmetic surgery help you? Try your new nose today! Try your new face today!”

De macht en mate van originaliteit van een architect zijn die van de plastisch chirurg.

Een probleem, vele oplossingen in het leerboek van de architect – variaties in trappen, door architect Rob Krier verzameld in zijn boek ‘ober Architektonische Komposition’.

Reageer op dit artikel