nieuws

Stichting van de Arbeid wil verbod in ’98 opheffen Uitzenddossier na omweg terug bij sociale partners

bouwbreed Premium

Sociale partners in de bouw zullen zelf een oplossing moeten vinden voor het conflict over uitzenden. Dit dossier, dat eerder op het bureau van Melkert terecht kwam en onlangs ter oplossing aan sociale partners op centraal niveau werd voorgelegd, lijkt zich hiermee als een boemerang te gedragen. “Het ligt nu in ieder geval weer op de tafel waar het thuis hoort”, aldus woordvoerder J. Slok van de bouwbond CNV.

Gisteren presenteerden de Stichting van de Arbeid (bestaande uit centrale werkgevers- en werknemersorganisaties) haar visie op ‘zekerheid en flexibiliteit’. Deze nota over het arbeidsmarktbeleid van de toekomst is een advies aan het Kabinet, dat eerder een eigen nota over dit onderwerp publiceerde, maar daar zelf niet geheel tevreden over was.

Melkert zegde de Stichting van de Arbeid dan ook toe dat wanneer zij in staat zou zijn algehele consensus over dit onderwerp te bereiken, dit zonder meer door het Kabinet zal worden overgenomen. Dat heeft de stichting zich blijkbaar aangetrokken, want gisteren presenteerden haar voorzitters Rinnooy Kan en Van Stekelenburg een unaniem goedgekeurd rapport.

Knoop doorhakken

Onderdeel van dit rapport vormt het reeds jaren slepende conflict over uitzendarbeid in de bouw. Bonden en werkgevers in deze sector hadden gehoopt dat hun collega’s op centraal niveau in deze nota een knoop zouden doorhakken.

Dat is echter niet gebeurd. De Stichting van de Arbeid stelt, net als het kabinet, dat het uitzendverbod ‘in beginsel’ in 1998 wordt afgeschaft. Sociale partners in de bouw krijgen de mogelijkheid om, via de cao, afspraken te maken over de voorwaarden waaronder wordt uitgezonden. Deze afspraken zullen algemeen verbindend worden verklaard. Daarnaast zegt de stichting het ‘wenselijk’ te vinden dat voor 1998 uitgebreid geexperimenteerd wordt met uitzenden, om te kijken onder welke voorwaarden het na 1998 kan worden toegelaten.

Moeilijke positie

De bouw is hiermee in feite even ver als ze was. Alleen de datum, 1 januari ’98, waarop het uitzendverbod zal worden afgeschaft is met deze nota wat harder geworden. Dat brengt de bouwbonden in een moeilijke positie. Het zal immers zwaar worden om cao-afspraken over uitzenden te maken als vooraf vaststaat dat het verbod toch wordt opgeheven. Volgens Stekelenburg zijn er echter goede aanwijzingen dat cao-partijen bij de bouw daar wel uit zullen, zo liet hij gisteren weten.

Navraag leert echter dat de standpunten bij partijen op cruciale punten niet zijn gewijzigd. De bonden zijn onwrikbaar in hun standpunt dat de bouw-cao van toepassing moet zijn op uitzendkrachten, terwijl werkgevers niet verder willen gaan dan de (veel goedkopere) uitzend-cao, aangevuld met afdrachten voor de bedrijfstakeigen fondsen.

Erkenningsregeling

De bonden hebben wel ideeen over andere aanvullende afspraken. Johan Slok (bouwbond CNV): “Je zou met een beperkt aantal uitzendbureaus in zee ke gaan, die zich houden aan de eisen die de branche stelt. Je zou hier een soort erkenningsregeling voor op moeten stellen. Zo’n regeling is ook in het belang van werkgevers.”

Bondsbestuurder Rinus Dalhuizen (bouwbond FNV) voelt ook voor inperking van het aantal uitzendorganisaties: “Als de bouw consensus heeft over de voorwaarden zou je uitzendorganisaties ke uitnodigen daarop in te schrijven.”

Werkgevers zijn tevreden met de nota van de Stichting van de Arbeid. “We zijn blij dat de overgangsregeling tot 1998 is gehandhaafd. Ook is nu, paritair, nog eens duidelijk gemaakt dat na 1998 het uitzendverbod in beginsel van tafel moet”, aldus woordvoerder E. Gelderloos. Hij voegt eraan toe ook ten aanzien van de discussie over welke cao moet worden toegepast een aantal lichtpuntjes te zien. “We moeten kijken naar de gehele flexibiliteitsnota. Daaruit blijkt dat de positie van uitzendkrachten alleen maar is verbeterd.”

Partijen zullen binnenkort opnieuw gaan praten over een experiment met uitzenden in de bouw.

Reageer op dit artikel