nieuws

‘Reus van Schimmert’ voorgedragen als Rijksmonument

bouwbreed Premium

De volgens Amsterdamse School-stijl gebouwde watertoren in Schimmert is door de gemeente Nuth voorgedragen voor plaatsing op de lijst van Rijksmonumenten. De uit 1926/1927 daterende ‘Reus van Schimmert’, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, is eigendom van en in gebruik bij de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML). Een terugblik op het verleden.

In de beginjaren van de WML zijn er diverse reservoirs gebouwd om het water op druk te brengen en te ke opslaan. Waar mogelijk werden deze gebouwd op natuurlijke hoogten waardoor de reservoirs Beekerberg en de Huls ontstonden. Slechts in een geval moest de natuur een handje worden geholpen door plaatsing van een reservoir op kunstmatige hoogte in een watertoren en wel te Schimmert.

De ‘Reus van Schimmert’ torent veertig meter hoog de lucht in op het geografisch middelpunt en het bevolkingszwaartepunt van Zuid-Limburg. Hij is mede door zijn ligging, op het hoogste punt van het massief benoorden de Geul, een opvallende verschijning. Vanaf de toren is geheel Zuid-Limburg en het omringende buitenland tot een totaal van meer dan 1000 km2 te overzien.

Driehonderd werkdagen

Een aantal gegevens: het hoogste punt bevindt zich 178 meter boven de zeespiegel; het aantal treden van de toegangstrap binnen in de toren is 156; de inhoud van het waterreservoir bedraagt 1150.000 liter, de diepte is 7,90 meter en de doorsnede meet 13,50 meter.

Met de bouw werd begonnen op 17 juni 1926. Driehonderd werkdagen later, op 30 juni 1927, werd de toren officieel in gebruik genomen. Bouwkosten: f. 85.360.

Het werk werd uitgevoerd door de firma Muyres en zonen te Sittard, voorgangers van het huidige bedrijf M en M Bouw. Muyres was de laagste inschrijver van de vijftien bedrijven die hun prijs mochten afgeven. Interessant is de offerte van Muyres met bijbehorende lijst van eenheidsprijzen. De geoffreerde uurlonen: Stukadoor f. 0,75 per uur; handlanger f. 0,60 per uur; grond uitgraven en weer aanvullen f. 0,80 per m3; muurbepleistering f. 0,60 per m2.

Het ontwerp is van de Sittardse architect Wielders. Bij de bouw werden 338.000 kg cement, 40.000 plintstenen, 300 kg gips, 81.950 miskleurde klinkers, 4000 kg kluitkalk, 257.000 gevelstenen, 454 kubieke meter Maasgrind, 199 kubieke meter grindzand, 374 kubieke meter rivierzand en 258 kubieke meter metsel/vulzand gebruikt. In de jaren 1973 tot en met 1976 onderging de toren een grote onderhoudsbeurt waarvan de kosten f. 100.000 bedroegen.

Onder in de toren zijn thans een kantoorruimte ondergebracht alsmede de centrale bewaking pompstations en reservoirs in de provincie Limburg. Tevens maakt de PTT gebruik van de toren voor straalverbinding als semafoons.

Het eerste weekrapport vermeldt: “De eerste werkzaamheden bestonden uit het verwijderen van de heggen, het maken van een oprit, maaien van het gras en verwijderen van hinderlijke bomen.” In de tweede week werd begonnen met het “ontgraven” (bedoeld zal wel zijn, het uitgraven van de grond ten behoeve van de fundamenten) van de toren. De vierde week verscheen de marechaussee op het werk en werd gelast dat er niet langer dan 8,5 uur gewerkt mocht worden.

Op 22 juli werd de eerste waterpassing gehouden. We citeren: “Uitgaande van peil tot toren tot bovenkant dorpel bij cafe-huis aan het kapelletje te Schimmert, op kaart nummer 60, waterpassing Roelants aangegeven als zijnde 132,989 +NAP, ligt het peil van den toren 6,993 meter hoger, dus is peil toren 132,989 + 6,993 = 139,982 +NAP.”

Ongeval

Woensdag 25 augustus stortte een handlanger van de steiger ter hoogte van de eerste verdieping naar beneden en kwam er met enige ontvellingen van af. De dokter kon geen letsel constateren.

In week 12 werd de vloer van de eerste verdieping gestort en afgepleisterd. Deze vloer bevond zich op 12 kolommen, welke het uiteindelijke waterreservoir moesten gaan dragen.

Ter verduidelijking, eerst werd het skelet (kolommen en vloer) getrokken waarna het metselen begon; beneden als halfsteens spouwmuur en boven als eensteensmuur. Vervolgens ging men verder met het storten der kolommen van de lekvloer.

In week 16 werd de lekvloer gestort waarna de kolommen boven de lekvloer aan de beurt kwamen. Het aanbrengen van de bekistingen en balken voor de reservoirvloer werden in week 18 aangebracht. In de week na Allerheiligen – 1 november 1926 – werd de benedenvloer van de opzichterswoning gestort terwijl boven aan de bekisting van reservoirwand en reservoirkolommen werd gewerkt.

Dinsdag 9 november stak er zo’n storm op dat het onverantwoord was de werklui op de toren te laten werken en werden alle werkzaamheden gestaakt. In week 25 (dinsdag 30 november) kwam de toenmalige Commissaris der Koningin een kijkje nemen en informeren naar de stand van zaken. Met het afpleisteren van het reservoir werd in week 30 begonnen en in de daarop volgende weken werd er druk afgemetseld (omgangsmuur, trappenhuis etc. etc.). Ook werden de leidingen van en naar de toren aangelegd.

Vullen

Dinsdag 7 februari 1927 werd begonnen met het vullen van het reservoir. ’s Avonds om 5 uur was het water tot vier meter gestegen. Woensdagmiddag om 3.30 uur was het reservoir tot de overloop (7,90 meter) gevuld.

In het weekrapport staat de opmerking, dat het reservoir op enkele plaatsen lekte, maar dat dit later zou worden dichtgemaakt. Om vijf uur gingen op de lekvloer de afsluiters voor de plaatsen Beek en Nuth open, waardoor het reservoir in bedrijf werd gesteld. De ruimte boven het reservoir diende aanvankelijk als uitzichttoren voor het publiek.

Na de Tweede Wereldoorlog werd besloten de toren niet meer voor het publiek open te stellen. Slechts incidenteel wordt een groep belangstellenden op de toren ontvangen. Gedurende een groot aantal jaren is de ruimte ook nog in bedrijf geweest als opleidingsruimte voor leerling-fitters.

Reageer op dit artikel