nieuws

Ontpoldering in Zeeland blijft onbespreekbaar

bouwbreed Premium

De ontpoldering in Zeeland, waardoor natuurwaarden die verloren gaan door verdieping van de Westerschelde gecompenseerd ke worden, blijft onbespreekbaar.

Er gaapt een onoverbrugbare kloof tussen maatschappelijk en regionaal-bestuurlijk draagvlak en de vanuit het watersysteem meest gewenste maatregelen, zoals die nu onderzocht zijn. Deze conclusie brengt het Bestuurlijk Overleg Westerschelde ertoe af te zien van voorstellen over ontpoldering.

“Wij constateren dat momenteel voor ingrijpende en omvangrijke maatregelen het draagvlak in de regio totaal ontbreekt. De informatieronde heeft dit duidelijk gemaakt”, zo schrijft BOW-voorzitter J. van Zwieten in een concept-advies aan de minister van Verkeer en Waterstaat dat eind april besproken zal worden.

Onvoldoende

In plaats daarvan ziet het slechts mogelijkheden voor drie compensatie-gebieden, hetgeen onvoldoende compensatie biedt. Twee van die maatregelen zijn buitendijks. Het gaat dan om de aanleg van een westelijke strekdam bij de Zuidgors voor f. 6 miljoen en ophogen van Hooge Spinger waardoor er een broedgebied ontstaat voor zeldzame vogelsoorten.

Als binnendijkse maatregel wordt voorgesteld Rammekenshoek-West bij Vlissingen direct grenzend aan het bestaande natuurgebied. Hier zou 20 ha aan toegevoegd ke worden voor een bedrag van f. 2 miljoen.

Vertegenwoordigers van het ministerie van Verkeer en Water-staat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het BOW hebben al laten weten dat zij dit onvoldoende vinden.

Zij wijzen daarbij op het verdrag met Belgie over de verdieping en het compensatiebeginsel. Dit beginsel dat is vastgelegd in de ook door Nederland geratificeerde Conventie van Ramshar, schrijft voor dat natuur die door cultuurtechnische werken wordt vernietigd elders in de regio gelijkwaardig moet worden gecompenseerd.

Aangezien de verdieping van de Westerschelde ten koste gaat van zilte schorren, slikken en ondiepwatergebieden, zouden soortgelijke gebieden ontwikkeld moeten worden. De drie door het BOW aangedragen compensatie-gebieden voldoen daar niet aan.

De tegenstand tegen ontpoldering in Zeeland is vooral emotioneel van aard. “De latente angst voor de zee, de zwaarbevochten Delta-veiligheid en de littekens van 1953 maakten zoveel emoties los, dat voor velen zelfs het nadenken over ontpolderingsplannen niet bespreekbaar was”, zo staat in het concept-advies. Daarnaast spelen ook zakelijke argumenten als de kapitaalsvernietiging van de Deltadijken, de toename van de lengte van de zeedijken en de kans op meer zilte kwel in het aangrenzende polderland.

Reageer op dit artikel