nieuws

Factor arbeid blijft scheidende NVOB-directeur ‘achtervolgen’

bouwbreed

Ze zegt niet echt aan carriereplanning te hebben gedaan, de scheidende directeur van het NVOB. Daarom is het des te opvallender dat in die carriere zo vaak ‘de factor arbeid’ opduikt. Zo is Sybilla M. Dekker voor haar zes jaren NVOB o.a. werkzaam geweest als Inspectrice en staffunctionaris van de Arbeidsinspectie en in directie-functies bij het ministerie van Landbouw voor personeelszaken, organisatie en bouwzaken. En heeft ze per 15 april het NVOB verwisseld voor een directeurschap bij de Algemene Werkgevers Vereniging in Haarlem dat ook weer hoog in het vaandel heeft staan.

“Ik herinner me nog mijn allereerste optreden namens het NVOB naar buiten toe. Dat was ergens in Noord-Holland, waar ik moest spreken over arbeidsomstandigheden. En dat is tenslotte een van de facetten van de factor arbeid.”

De Algemene Werkgevers Vereniging manifesteert zich van origine vooral in de industrie – de papierindustrie, de zuivel en vooral ook de procesindustrie, vertelt ze ons bij de kennismaking. Maar ook de zakelijke dienstverlening, het vervoer, de havens en privatiserende organisaties mag de AWV tot haar leden rekenen. In totaal behartigt men de belangen van 680 van die ondernemingen en 45 branche-organisaties. Zo zorgt men voor zo’n 375 cao’s en regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden voor in totaal 500.000 werknemers.

Onder de AWV-leden heeft ze in haar pas vier dagen oude baan tot haar verwondering ook toeleveranciers aan de bouw ontdekt, zoals Rockwool en Wavin, maar ook de branche-organisatie in de betonwarenindustrie.

Cao van deze tijd

Arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, personeelszaken, functie-waardering, allemaal onderdelen die onder die factor arbeid zijn te brengen, hebben nu meer dan ooit haar aandacht.

En moeten ook in de bouw toenemende aandacht krijgen, zo vindt ze.

“In de bouw moeten we nu eens uitgaan van het gegeven dat er heel wat verschillende typen bedrijven en bouworganisaties zijn. En daarom moeten de afspraken op arbeidsvoorwaardelijk terrein een afspiegeling zijn via die verscheidenheid aan ondernemingen. We ( zegt ze nog maar eens per ongeluk) zijn op de goede weg naar de opzet van een kadercao, die veel meer van deze tijd is.”

Eigenlijk is de bouw gezien de maatschappelijke ontwikkeling op dit terrein aan een inhaalslag bezig, zo is haar mening. Om er aan toe te voegen dat je”aan de systematiek van arbeidsvoorwaarden moet blijven werken. Achterover leunen is er op dit punt niet bij”.

Moderniseren

Gedurende de zes jaren dat ze het NVOB-secretariaat leidde “alsof het een bedrijf was, zo had ik het verbondsbestuur ook voorgesteld”, heeft ze ook ervaren hoe belangrijk het is op dit punt de leden goed en uitvoerig te informeren. Nog te veel, zo begrijpen we van haar, hebben NVOB-leden als het ging om weer een nieuwe cao het gevoel gekregen ‘uit elkaar te zijn gespeeld’.

“Nu gaat het al heel wat beter doordat het AVBB voor alles algemene uitgangspunten presenteert, waardoor de leden kennis ke nemen van de ontwikkelingen, die tot een aanvaardbare cao moeten leiden.”

De bouwnijverheid verkeert op het punt van personeelsbinding toch al in een wat moeilijke positie als gevolg van het seizoens- en pogebonden karakter. Dat neemt niet weg dat ze de manier, waarop werknemers aan hun vakantiegeld moeten komen uit de tijd vindt en nodig moet worden gemoderniseerd. Met de collectieve vakanties, die wij ‘als voorbeeld van wat eigenlijk niet meer kan ‘ opvoeren, zegt ze minder moeite te hebben.

Achterban winnen

Wat haar het meest opviel bij haar overstap van het ministerie van Landbouw, waar ze onder meer leiding gaf aan 230 mensen die zich met onroerend goed bezig hielden, naar het NVOB waren de korte bestuurlijke lijnen die ze in Baarn aantrof.

“Bij de overheid liep de besluitvorming over veel langere lijnen en had je bij je werk altijd te maken met de mogelijke politieke consequenties. Bij het NVOB voelde ik me echt als een spin in het web, ik kreeg er veel ruimte om beleidslijnen op te stellen en verdere invulling te geven.

Dat heb ik altijd belangrijk gevonden. Het uitstippelen van beleid, waarvoor je de achterban kon winnen. Daarom stelde ik beleidsconferenties op, zodat we door goede informatieverstrekking de leden de mogelijkheid boden tot een gezamenlijk standpunt te komen. Op die manier hebben we ook veel aan ledenbinding ke doen”.

Topper van beleid

De acceptatie van de beleidsverklaring in 1991 na die beleidsrondes in het land, noemt ze achteraf een topper van beleid. Een andere topper noemt ze het NVOB-initiatief om tot eenduidige voorschriften en aanbevelingen te komen op het punt van duurzaam bouwen. “We werden geconfronteerd met honderden gemeenten, die op dit terrein allemaal (verschillende) eisen wensten te stellen. Daarom was het goed dat we niet hebben afgewacht wat de overheid ons op dit terrein zou gaan voorschrijven. Maar we hebben het voortouw genomen en laten weten wat we wel wilden in plaats van achteraf te zeggen wat we perse niet wensten.”

Samenwerken

Behalve het betrekken van leden bij het beleid van de eigen organisatie heeft ze ook de samenwerking met andere organisaties in de bouw altijd belangrijk gevonden. “Met respect voor elkaars doelgroep. Natuurlijk zijn er verschillen, maar het lijkt er op dat die verschillen zijn geinstitutionaliseerd. Het ware veel beter”, zo laat ze nog eens nadrukkelijk weten, “zonder direct aan fusies te denken, op zoek te gaan naar wat verbindt in plaats van wat je scheidt en de mogelijkheden te benutten om dingen samen te doen”.

Met een bouwhelm in de hand presenteerde Sybilla Dekker zich in 1990 bij haar aantreden als directeur van het NVOB. Het onderstreepte haar wens niet in Baarn te blijven zitten, maar de leden te bezoeken.

Reageer op dit artikel