nieuws

‘Wie het verleden verloochent is ook geen toekomst waard’

bouwbreed Premium

De Stichting Oude Groninger Kerken laat historische godshuizen en begraafplaatsen restaureren. Hiermee wil de organisatie voorkomen dat deze monumenten op grote schaal verloren gaan. De organisatie schakelt bij de restauratie aannemers en hoveniers in.

Een stenen putdeksel siert het graf van Bertus Slagter op het kerkhof in het Groningse dorp Thesinge. In primitieve sierletters vermeldt de steen onder meer zijn naam en sterfdatum. Bertus Slagter stierf op 18 april 1925 op de prille leeftijd van 28 jaar.

“Ik denk dat de familie te arm was om een echte grafsteen te kopen”, zegt Jur. Bekooy, als bouwkundige verbonden aan de Stichting Oude Groninger Kerken. “Je moet het natuurlijk niet romantiseren, maar in gedachten zie ik voor me hoe zijn vrouw in de keuken de gegevens van haar geliefde op dat putdeksel schilderde.”

De bouwkundige stuitte op het verweerde grafmonument tijdens een inventarisatie van de zerken op het kerkhof. Bekooy: “Van alle begraafplaatsen die in ons bezit zijn, bekijken we de grafstenen. We onderzoeken de bouwkundige staat en als dat nodig is, laten we ze herstellen.” Soms zijn de letters zo verweerd dat herstel niet meer mogelijk is, maar het opschrift op de steen van Bertus Slagter was nog net te lezen en zodoende kon de aannemer ze opnieuw schilderen.

De stichting bezit 41 kerken en 11 kerkhoven. In Noord Nederland zijn zeer veel bijzondere kerkhoven en begraafplaatsen, zegt Bekooy. Door ontvolking van het platteland, secularisering en het samengaan van kerkgenootschappen dreigt voor veel van deze godshuizen en dodenakkers verval. De organisatie probeert dit te voorkomen door restauraties te laten uitvoeren. Waar nodig krijgt ook de omgeving een beurt. Een hovenier snoeide de uitgegroeide knotwilgen op de begraafplaats te Thesinge, terwijl Bekooy een aannemer in de arm nam om het hek rond de dodenakker te herstellen.

Overheidssubsidies

“Kerken komen leeg te staan en vervallen tot ruines. Met begraafplaatsen gaat het precies eender. Vervallen grafmonumenten worden veelal opgeruimd in plaats van gerestaureerd. Ik heb daar geen begrip voor. Als je het verleden verloochent, ben je ook geen toekomst waard”, aldus Bekooy. Hij benadrukt dat het niet nodig is om begraafplaatsen in oude luister te herstellen. “Grafstenen mogen gerust scheef staan. Zo lang het geen gevaar oplevert moet je er niets aan doen. Pas als er iets verloren dreigt te gaan moet je ingrijpen. Laat de eeuwen spreken is ons uitgangspunt.”

De inventarisatie van de grafmonumenten gebeurt grotendeels door vrijwilligers, maar bij het onderhoud en herstel van begraafplaatsen en kerken werkt de stichting uitsluitend met aannemers en hoveniers. De kosten worden voor een belangrijk deel betaald uit overheidsubsidies. In 1996 besteedt de organisatie f. 373.000 aan onderhoud. Ongeveer de helft van dat bedrag betaalt de stichting uit eigen zak, terwijl de rest komt van de overheid en bijdragen uit fondsen of van schenkingen van particuliere organisaties zoals de Rotary Club. Bekooy: “Vorig jaar werd door de regering f. 275 miljoen extra uitgetrokken voor monumentenzorg. Aan circa f. 10 miljoen zouden we genoeg hebben om ons totale bezit op te knappen.”

De kans dat de overheid met zo’n bedrag over de brug komt is nihil. “Restaureren is spectaculair. Het lukt bijna altijd om subsidie te krijgen voor een gebouw dat je eerst hebt laten verpauperen, maar als je een onderhoudsregeling voorstelt voor een gebouw dat er nog relatief goed uitziet, krijg je niks. Dat is heel frustrerend.”

Plakletters

Een platte rechtop staande steen markeert de laatste rustplaats van Evert Jakobs Dijk. De letters zijn duidelijk leesbaar, maar aan de zijkant en de achterkant zitten korstmossen op de steen. “We proberen de monumenten met minimale middelen maximaal te conserveren”, zegt Bekooy. “We zijn terughoudend met het toepassen van nieuwe technieken, daarom werken we ook nooit met bedrijven die grafstenen leveren. Ze restaureren de stenen te mooi. Een grafmonument moet je niet poetsen en polijsten totdat het nieuw lijkt. Dan wordt het te ‘clean’. De letters moeten leesbaar blijven, maar spelfouten die soms op de stenen staan mogen niet worden hersteld en de mossen die zich in de loop der jaren hebben vastgezet moeten zover mogelijk ook blijven zitten. Ze schaden de zerk niet en zijn een onderdeel van de begraafplaats. Daarom werken we met echte bouwaannemers omdat die de restauratie niet fraaier uitvoeren dan we willen.”

Hij wrijft met de palm van zijn hand over een grafzerk. “Plakletters voel maar. De aannemer dacht eerst dat ik een grapje maakte toen ik vroeg of hij er letters op wilde plakken, maar ik meende het serieus. Ooit heeft iemand besloten de steen te herstellen door er letters op te plakken en dat is een onderdeel van de geschiedenis van dit kerkhof. Dat moeten we handhaven.”

Reageer op dit artikel