nieuws

Uitgave wijst Vlamingen de weg in Nederlandse bouw

bouwbreed Premium

De Belgisch-Luxemburgse Kamer van Koophandel voor Nederland (Beluned) te ‘s-Gravenhage heeft een boek uitgegeven met als titel ‘Bouwen in Nederland, wegwijzer bij het uitvoeren van werken’. De uitgave biedt een uitgebreide handleiding voor Vlaamse aannemers, die zich op de Nederlandse bouwmarkt (willen) begeven.

Het boek is gefinancierd door de Vlaamse Confederatie Bouw te Brussel, die tijdens Batibouw onder meer deze uitgave op haar schappen had staan. In het voorwoord stelt P. Kumpen, voorzitter van de werkgroep Export van de Vlaamse Confederatie Bouw: “Geen bouwexport zonder gedegen voorbereiding”. Er is dan ook geen half werk verricht. Het boek biedt niet minder dan 377 bladzijden gedegen informatie over de bouw in Nederland.

Volgens Kumpen is de Belgische bouwexport traditioneel gericht op verre landen. Het volume van de export naar naburige landen is in verhouding gering, maar daarin komt verandering, door de ontwikkeling van de Europese markt. “Als het volume even groot zou worden als van de huidige export naar verre landen, zou dit voor onze bouwnijverheid een belangrijke impuls vormen”, aldus Kumpen. “Meer nog, want terwijl de de verre export uitsluitend in handen is van zeer grote of zeer gespecialiseerde bedrijven, kan de grensoverschrijdende export ook kleinere bedrijven ten goede komen. Daarbij worden meer eigen werknemers ingeschakeld, wat de tewerkstelling in de bouwsector bevordert.”

Obstakels

Volgens Kumpen is Nederland een exportregio bij uitstek, vooral voor de Vlaamse bouwbedrijven die dichtbij de grens zijn gevestigd. Een taalbarriere is er niet en de grens tussen Vlaanderen en Nederland is langer dan die tussen Vlaanderen en het Frans-sprekende gedeelte van Belgie.

“Ondanks die hoopvolle perspectieven moeten we echter vaststellen dat in de dagelijkse praktijk nog heel wat obstakels een vlotte uitvoering van bouwwerken in Nederland verhinderen”, aldus Kumpen. Er is al eens een onderzoek geweest naar de procedures en formaliteiten in Nederland. Dat is geactualiseerd en opgevat als een concrete wegwijzer die precies aangeeft wat een aannemer moet ondernemen als hij de Nederlandse bouwmarkt betreedt.

De steun voor die aannemer houdt overigens niet op bij dit boek. Er wordt verdere ondersteuning gegeven door de Vlaamse Dienst voor Buitenlandse Handel (VDBH), het Flanders International Technical Agency (Fita) en Beluned. Daarbij komen ook de cultuurverschillen aan de orde, die in het boek niet expliciet worden behandeld. Bovendien is er de werkgroep Export van de Vlaamse Confederatie Bouw.

Cobouw aan te raden

‘Bouwen in Nederland’ is opgedeeld in een orienterende fase, een voorbereidende fase en een uitvoerende fase. De laatste is opvallend beperkt in verhouding tot de andere twee. Blijkbaar is het succes vooral gelegen in een goede orientatie en voorbereiding. Om te beginnen is het “zeker aan te raden om een abonnement te nemen op het dagblad Cobouw”, maar ook op de Staatscourant en enkele andere uitgaven. De informatie in ‘Bouwen in Nederland’ is behoorlijk ‘up to date’. De eerste druk is in oktober 1995 verschenen en daarin zijn actuele zaken verwerkt, zoals de verhuizing van de uitgever van Cobouw en de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van februari 1995 over het Uniforme Prijsregelende Reglement.

Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de verschillende soorten opdrachtgevers. Opvallend is, dat de particuliere opdrachtgevers niet behandeld worden, terwijl die juist in de Belgische bouw een grote rol spelen. In Nederland zijn ze minder talrijk, maar ontbreken doen ze niet.

Battle of forms

Bij de orienterende fase worden ook onder andere de arbeidsomstandigheden, certificaten, bouwvoorschriften en eisen voor wat betreft het milieu behandeld. In het gedeelte over de voorbereidende fase komen juridische, fiscale, sociale en financiele aspecten van het bouwen in Nederland aan de orde. Van belang is onder meer de ‘battle of forms’, een situatie die ontstaat als een aannemer zowel de Vlaamse als de Nederlandse algemene voorwaarden van toepassing verklaart. Volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek geldt de tweede verwijzing dan niet. Ook zijn de voorwaarden die een hoofdaannemer bij een verzoek tot offerte meestuurt niet automatisch van toepassing. De hoofdaannemer en de onderaannemer zullen moeten overleggen, als zij het niet eens zijn over de geldigheid van de verschillende algemene voorwaarden. Een verhaal apart is het, als de aannemer een consument als opdrachtgever heeft. Consumenten beschikken over meer rechtsmiddelen om zichzelf te beschermen dan hoofdaannemers.

Checklist

Tenslotte passeren ook de belastingen in Nederland, de Wet Ketenaansprakelijkheid, de G-rekening en vele andere onderwerpen de revue. Bij de uitvoeringsfase worden slechts de praktische aspecten behandeld. Er wordt een handige checklist geboden, aan de hand waarvan de Vlaamse aannemer na kan gaan of alle nodige stappen zijn genomen. Er wordt steeds verwezen naar de hoofdstukken, waarin de betreffende actie wordt behandeld.

Het laatste en zeker niet minste deel van ‘Bouwen in Nederland’ is een uitgebreide opsomming van afkortingen, een literatuurlijst, een overzicht van vakbladen en andere publikaties, een vragenlijst voor kwaliteitszorg, de modelovereenkomst van onderaanneming van het Algemeen Verbond Bouwbedrijven (AVBB) en de Stichting Federatie Aannemers in de Afbouw- en Nevenbedrijven van de Bouwnijverheid (FAANB), de RAW-systematiek, een adressenoverzicht en een trefwoordenlijst. De hoeveelheid informatie is bijzonder groot en van hoge kwaliteit.

‘Bouwen in Nederland’ is een uitgave van de Belgisch-Luxemburgse Kamer van Koophandel voor Nederland te ‘s-Gravenhage, tel. 070 3467118.

Reageer op dit artikel