nieuws

Schilders aarzelend over markt in 1996

bouwbreed Premium

Schildersbedrijven verwachten in het eerste kwartaal van 1996 nog slechts een minimale omzetstijging van 0,1 procent. Dat komt doordat de verwachte groei in onderhoudsschilderwerk en metaalconservering vrijwel helemaal wegvalt tegen de daling van ruim 2 procent die in het nieuwbouwschilderwerk wordt voorzien.

Dat blijkt uit de Economische Barometer voor de Schildersbranche, de conjunctuurenquete die het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) ieder kwartaal uitvoert in opdracht van het Bedrijfschap Schildersbedrijf. Het EIB ziet in de aarzeling van de schildersbranche echter nog geen reden om op korte termijn een conjuncturele omslag in negatieve zin te verwachten. Toch constateren de onderzoekers dat ook de bouw als geheel terrein moet prijsgeven. In de nieuwbouwproduktie wordt een terugval van 3 procent verwacht, terwijl de voor het schilderwerk zeer belangrijke markt voor afwerkonderhoud het met een groei van 1,9 procent moet doen, een kleinere stijging dan vorig jaar werd verwacht.

Het EIB ondervroeg in december 1995 en januari 1996 441 schildersbedrijven met in totaal 7600 werknemers. Dat is bijna 9 procent van het totaal aantal bedrijven in de branche.

Omzetstijging

Het ging de ondervraagde bedrijven in het derde kwartaal van 1995 iets beter dan in dezelfde periode van 1994. Voor het vijfde achtereenvolgende kwartaal waren de omzetcijfers hoger, met uitzondering van de sector metaalconservering. Ook in het nieuwbouwschilderwerk, waar een kwartaal eerder nog een omzetdaling werd geconstateerd, was weer sprake van een stijging.

De stijging voor de branche als geheel bedroeg 2,4 procent. Vooral de kleine bedrijven zetten meer om. In het onderhouds- en nieuwbouwschilderwerk noteerden bedrijven met vijf werknemers of minder bijvoorbeeld omzetstijgingen van respectievelijk 5,5 en 3,3 procent. Dat is een opmerkelijk verschil met de uitkomsten van de enquete die een jaar eerder werd gehouden. Toen kwam de sterkste groei nog van de grote bedrijven.

Werk op de plank

De omvang van de orderportefeuille van schildersbedrijven was op het moment van de enquete een stuk groter dan een jaar eerder. Gemiddeld lag er nog voor 10,7 weken werk op de plank. Dat is ruim 10 procent meer dan eind 1994, toen de werkvoorraad 9,5 weken bedroeg. Volgens het EIB wijkt de ontwikkeling van de orderportefeuille in de schildersbranche daarmee nauwelijks af van die in de bouw in het algemeen.

Ook de winstgevendheid van de schildersbedrijven verbeterde. Ruim eenderde (37 procent) maakte in het derde kwartaal van 1995 meer winst dan in dezelfde periode van 1994.

Reageer op dit artikel