nieuws

‘Paniek over gettovorming en segregatie overdreven’

bouwbreed Premium

Paniekverhalen over gettovorming en ruimtelijke segregatie in Nederland hoeven voorlopig nog niet te worden afgestoken. De omvang ervan is bescheiden, en is in de afgelopen decennia amper toegenomen. De volkshuisvesting kan aan de bestrijding van inkomensongelijkheid maar bar weinig bijdragen. Men kan de illusie hebben dat nog enig resultaat is te boeken door gemengd te bouwen voor uiteenlopende inkomens. Volgens de onderzoekers zijn daar echter maar zeer bescheiden mogelijkheden voor succes.

Dat stellen S. Musterd en W. Ostendorf van de Universiteit van Amsterdam in een notitie ten behoeve van de OTB-studiedag ‘Ruimtelijke segregatie en volkshuisvesting’, die gisteren in Delft werd gehouden.

Velen binnen en buiten de volkshuisvesting maken zich de laatste druk over de toenemende segregatie in de steden en de dreigende segregatie op Vinex-locaties. Het gaat daarbij met name om de vrees voor het ontstaan van inkomenswijken. In de grote steden ontstaan, door een te grote concentratie van lage inkomens en kansarmen, achterstandsbuurten met veel sociaal-economische problemen; op Vinex-locaties worden woningen gebouwd die te duur zijn en dus voor de minst draagkrachtigen niet bereikbaar blijken.

In de Tweede Kamer is hier de laatste tijd veel discussie over gevoerd. De dreigende segregatie was het thema bij de parlementaire behandeling van de VROM-begroting, en is een van de aanleidingen voor het Grote Stedenbeleid en de Armoedenota van minister Melkert.

De onderzoekers vinden al die aandacht overdreven. Er is op dit moment geen aanleiding om paniekverhalen de wereld in te sturen, laat staan om alarm te slaan. Zo blijkt tenminste uit hun notitie.

Geen onderbouwing

Musterd en Ostendorf menen dat er ten eerste nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing te vinden is voor de stellingen dat de segregatie is toegenomen en dat er zoveel negatieve invloed uitgaat van bevolkingsconcentraties. “De argumenten tegen segregatie lijken voor een deel ideologisch bepaald en geworteld in angst en superioriteitsgevoel en voor een ander deel gebaseerd op veronderstellingen die nog weinig gefundeerd zijn in empirisch onderzoek.”

Bovendien is de segregatie in omvang bescheiden, en zijn noch op regionaal niveau noch op lokaal niveau duidelijke tekenen te bespeuren van toenemende tegenstellingen tussen wijken in termen van inkomen. Integendeel, er is op dit moment in sommige gevallen zelfs een tegenovergestelde ontwikkeling gaande. Sommige milieus die voorheen een relatief hogere status hadden en tot de zeer stabiele en gewenste woonmilieus behoorden zijn meer huishoudens met lage inkomens gaan huisvesten. En de verpauperde delen van de stad worden in toenemende mate verbeterd.

Zelfs in een grote stad als Amsterdam is geen reden tot angst. Uit het bevolkingsregister blijkt juist een enorme menging in de wijken van huishoudens, gemeten naar inkomen. “De angst voor inkomenswijken lijkt, althans in Amsterdam, voorlopig overdreven.”

En dus is de tweede conclusie van Musterd en Ostendorf dat er op dit moment weinig aanleiding is om in paniek te raken over de bevolksingssegegratie. Van getto-ontwikkeling is geen sprake.

Beleid

De vraag is of er beleidsmatig aandacht aan segregatie moet worden besteed. Uit oogpunt van ‘voorkomen is beter dan genezen’ en rekening houdend met de wens ook minimale segregatie te bestrijden, kan daarop positief worden geantwoord.

De volkshuisvesting kan aan de bestrijding van inkomensongelijkheid echter maar bar weinig bijdragen. Men kan de illusie hebben dat via het volkshuisvestingsbeleid nog enig resultaat is te boeken door gemengd te bouwen voor uiteenlopende inkomens. Volgens de onderzoekers zijn daar maar zeer bescheiden mogelijkheden voor succes.

Staatssecretaris Tommel gaat in zijn streven te komen tot een gedifferentieerd woningaanbod namelijk voorbij aan de werking van de markt. De waarde van een woning wordt immers bepaald door de omgeving van de woning. Een dure woning in een ‘slechte’ wijk ligt slecht in de markt, en zal slecht te verhuren en/of te verkopen zijn. Met een goedkope woning in een ‘goede’ wijk gebeurt het omgekeerde. “Het is een lot uit de loterij, waar je als huurder met geen stok uit weg te krijgen bent, tenzij de overheid je dat gebiedt.”

“Kortom”, aldus Musterd en Ostendorf, “volkshuisvestingsbeleid kan geen of maar een zeer bescheiden bijdrage leveren aan het beinvloeden van ruimtelijke segregatie. Het lijkt contraproduktief om daar teveel op in te zetten, en in feite kan de overheid nauwelijks van de corporaties verlangen dat zij sterk gedifferentieerde woonmilieus realiseren.”

Reageer op dit artikel