nieuws

Utiliteitssector moet duurzamer gaan bouwen

bouwbreed Premium

Het bureau BouwWijzer uit Alkmaar zet de activiteiten in uitgebreide vorm voort. Vanaf 1 maart gebeurt dat door middel van een onafhankelijke stichting. Sinds de oprichting twee jaar geleden fungeert BouwWijzer als een pobureau dat gemeenten en marktpartijen in Noord-Holland adviseert bij het ontwikkelen en uitvoeren van milieubewust en duurzaam bouwbeleid. De financiers stellen voor de komende periode f. 500.000 beschikbaar. Het bureau wil ook in andere provincies aan de slag en zich naast woningnieuwbouw ook richten op renovaties en op de utiliteitsbouw.

BouwWijzer ontstond twee jaar geleden op initiatief van de Novem en de Noordhollandse energiebedrijven ENW Kop Noord-Holland en ENW Holding. In tegenstelling tot wat veel andere organisaties doen moest het projectbureau volgens voorzitter ir. W. Vlems van de Stuurgroep BouwWijzer meer doen dan discussieren en folders uitbrengen. De instantie moest betrokken raken bij bouwpoen en er op die manier voor zorgen dat ook volgende generaties de woningen die nu tot stand komen als goed beschouwen. Of het bureau in die opzet is geslaagd valt na twee jaar nog moeilijk te zeggen. Pas over een jaar ontstaat een beter inzicht in de vraag of het bureau in Noord-Holland de doelstellingen haalde.

Beleidsplan

Ook in Zuid-Holland en Utrecht groeit de belangstelling voor BouwWijzer, legt poleider C. Gijswijt uit. Het ligt in de bedoeling ook in deze provincies op termijn activiteiten uit te voeren. Later dit jaar presenteert het bureau een beleidsplan dat onder meer op die uitbreiding ingaat. De organisatie legde inmiddels ook contact met het ministerie van Economische Zaken. Dit departement wil de zakelijke aanpak van het duurzame bouwen bevorderen. Samen met VROM beheert het ministerie een subsidiefonds van f. 200 miljoen. BouwWijzer wil ke meepraten over de besteding van onder meer deze gelden. De genoemde ministeries beraden zich nog over een bijdrage aan het bureau.

In de komende tijd zal het bureau zich meer richten op de utiliteitsbouw en op de duurzame aanpak van renovatie en onderhoud. Vooral in de eerste sector blijkt het volgens Vlems uitermate moeilijk de betrokken partijen te bewegen tot het treffen van duurzame maatregelen. Een organisatie als BouwWijzer moet aan de hand van berekeningen aantonen dat extra investeringen niet alleen meer uitgaven vergen maar na verloop van tijd ook tot extra inkomsten leiden.

Vooralsnog denken weinigen in deze sector na over de effecten die een gebouw tijdens het gebruik op het milieu uitoefent en over de gevolgen die de latere sloop met zich meebrengt. Een voorbeeld van die andere aanpak biedt het aanbrengen van energiebesparende maatregelen. Het nut daarvan wordt duidelijk door voor te rekenen dat de energieprijzen straks beduidend hoger zullen liggen dan nu.

Aannemerij

Niet alleen de utilitaire sector moet tot andere gedachten komen. Ook de aannemerij moet volgens Gijswijt meer interesse opbrengen. Dat wil zeker niet zeggen dat de bouw als geheel aan het duurzame bouwen voorbij gaat. Temeer niet omdat het milieu meer in de belangstelling staat dan pakweg tien jaar geleden wat betekent dat meer mensen ‘met de aannemer meekijken’. Niet in de laatste plaats zien bijvoorbeeld projectontwikkelaars in de duurzame bouw een mogelijkheid zich extra te onderscheiden van anderen. In het verlengde daarvan zien ontwikkelaars steeds meer af van het gebruik van milieuschadelijke materialen omdat die hun goede naam ke ondermijnen.

Diezelfde markt zet echter vraagtekens achter de waarde van de vele organisaties die zich bezighouden met bouwen en milieu. Er dreigt volgens Vlems een zekere wildgroei te ontstaan die de praktijk van het duurzame bouwen niet ten goede komt. Met de Novem wil BouwWijzer de diverse instellingen op een lijn zien te krijgen. Vooralsnog is het bureau financieel afhankelijk van subsidieverstrekkers. De Novem vermindert het financiele belang maar blijft de organisatie met raad en daad steunen.

Mede daardoor komen er voor bijvoorbeeld particulieren mogelijkheden financieel deel te nemen. In het verlengde daarvan dienen zich ook kansen aan voor bedrijven. Te denken valt hier aan de grotere aannemers. Een andere mogelijkheid betreft de MAP-gelden van de energiebedrijven waarvan MKB-Nederland eerder vaststelde dat veel van deze middelen niet worden uitgegeven. Zou het bureau daarvan een deel toegewezen krijgen dan ke de activiteiten ook voorzien in energiepoen in nieuwe wijken. Als aanvulling daarop valt te denken aan het energiezuinig maken van bestaande woningen. Niet alle woningstichtingen beschikken over voldoende financiele middelen dergelijke poen uit te voeren.

Ook gemeenten tonen meer dan voorheen belangstelling voor het duurzame bouwen. De interesse komt volgens Gijswijt vooral van individuele ambtenaren; de organisatie waartoe ze behoren loopt niet altijd in hetzelfde tempo met hen mee. BouwWijzer kan er mede voor zorgen dat het gemeentelijke draagvlak vergroot. Dat gebeurt onder meer met het opstellen van managementplannen voor nieuwe wijken. Het bureau hielp Alkmaar en Zaandam inmiddels met deze beleidsondersteuning.

Andere voorbeelden bieden het Gewest Kop van Noord-Holland, de Gooi- en Vechtstreek en de regio Hoorn-Enkhuizen-Stede Broec. De vraag naar diensten blijft naar verwacht groot en zal alleen maar ke stijgen. Temeer omdat de uitvoering van de Vinex-plannen nog maar net begint. Ruim 70 procent van de woningen die daar tot stand komen valt onder de vrije sector wat aanzienlijke mogelijkheden schept voor het doorvoeren van milieusparende maatregelen.

Nadere inlichtingen verstrekt het bureau via telefoon 072-114545 en fax 072-126022.

Reageer op dit artikel