nieuws

Gedeputeerde Staten Limburg stellen eisen aan infra-poen

bouwbreed Premium

Rendement, realiseerbaarheid en geografische spreiding. Aan deze criteria moeten infrastructurele poen voldoen om op een ontwerp-poenlijst te worden vermeld. Pas na vermelding kan het project voor een subsidie uit het fonds van de gebundelde doel uitkering (gdu) in aanmerking komen.

Dit stelt het Limburgse college van Gedeputeerde Staten in een toelichting op de regionalisering, decentralisatie en integratie van het verkeers- en vervoersbeleid (verdi). Het omgaan met gdu-gelden is een van de belangrijkste onderdelen in het concept convenant verdi dat eind vorig jaar door GS, gemeenten en rijk is ondertekend. Het gaat hierbij om een omvangrijk en complex stelsel van afspraken dat richting en inhoud moet geven aan de wijze waarop de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor verkeers- en vervoersbeleid vorm zal krijgen.

Provinciale Staten buigen zich binnenkort over het concept convenant dat uiteindelijk een looptijd tot 1 januari 2001 zal krijgen.

Volgens GS is dit convenant een “eerste zeer belangrijke stap vooruit” ten aanzien van een “maatschappelijk zo ingrijpend onderwerp als mobiliteit”. Voor wat betreft de uitvoering van diverse infrastructurele werken zal in de komende jaren een beroep op gdu-gelden worden gedaan. Het nationale gdu-budget buiten de kaderwetgebieden bedraagt dit jaar ongeveer f. 200 miljoen. Op basis van de verdeelsleutel in het Besluit InfrastructuurFonds (BIF) krijgt Limburg hier ongeveer f. 17 miljoen van.

Projectenlijst

GS van Limburg stellen voor om ten behoeve van de verdeling van deze gelden een zogenoemde poenlijst samen te stellen. Deze samenstelling moet in nauw overleg met gemeenten, waterschappen en vervoersbedrijven gebeuren. Verder, zo benadrukken GS, moeten de regionale verkeers- en vervoersplannen de basis zijn voor de ontwerp-poenlijst. Mocht overigens, zo wordt er door het provinciale college aan toegevoegd, het overleg met gemeenten niet leiden tot een gezamenlijke poenlijst dan stelt de provincie er zelf een op.

Criteria

Slechts 20 procent van het GDU-budget mag voor provinciale poen op de concept lijst worden gezet. Verder wil het provinciebestuur dat de projecten die op de concept lijst worden geplaatst, voldoen aan drie hoofdcriteria. Daarbij gaat het om het rendement van het po, “uitgedrukt in de bijdrage die het levert aan het mobiliteitsbeleid”, de realiseerbaarheid, “in die zin dat start van de porealisatie voor 1 januari 1998 moet plaatshebben”, en tenslotte de geografische spreiding. “Hierbij gaat het erom dat bij de verdeling over poen rekening wordt gehouden met regionaal samenhangende gebieden binnen de provincie.”

Voor 1 april moet de lijst klaar zijn. Vervolgens krijgen provinciale staten rond mei de lijst ter vaststelling onder ogen.

Reageer op dit artikel