nieuws

Duurzaam bouwen met schelpen Met schelpkalkmortel is doormetselen wel mogelijk

bouwbreed Premium

Het is wel degelijk mogelijk om door te metselen met schelpkalkmortel, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen. Een mortel van de juiste samenstelling hardt snel genoeg uit en levert geen wachttijd op.

Dat is gebleken bij de bouw van 35 woningen te Deventer, waarbij steigerhoog werd gemetseld met dikke betonsteen. Binnen een week konden de vloeren gelegd worden. De woningen werden gebouwd door bouwbedrijf Obdeijn te Deventer. De schelpkalkmortel was afkomstig van EBC Mix Droge Mortels BV te Ede en werd geleverd door Altena Steenhandel te ’t Harde.

Niet bekend

Bouwbedrijf Obdeijn is niet de enige aannemer met deze ervaring. Ook aannemingsbedrijf Kaandorp BV te Kampen werkt met schelpkalkmortel van de EBC. “In de praktijk blijkt dat het de bouwproduktie niet tegenhoudt. Bij een bouwstroom van vijf a zes woningen per week kun je gewoon doormetselen”, aldus directeur G.J.W. Kaandorp. Hij is betrokken bij de Aannemers Combinatie Kampen, die een po in uitvoering heeft in het uitbreidingsgebied De Maten te Kampen. “Wij promoten het metselen met schelpkalkmortel. Financieel is het zelfs voordeliger als er vol en zat wordt gemetseld, maar dat moet je wel ke. Voor de oudere bouwvakker is schelpkalkmortel een bekend produkt. De jongeren hebben er echter tijdens hun opleiding niet mee leren werken. Toch is er geen metselaar die er op tegen is. De mortel is een fractie lichter dan cementmortel en is van zichzelf smeuig en luchtig, zonder toevoegingen.”

Voegmortel

Sinds oktober levert de EBC droge, voorgemengde schelpkalkmortel in silo’s van 8 of 25 ton, met Komo-certificaat. Het gebruik is eenvoudig, water aansluiten en een druk op de knop (de kleine silo’s werken ook op 220V in plaats van krachtstroom). Volgens Harenberg zal de metselaar niet onmiddellijk door hebben dat er sprake is van schelpkalkmortel. Een ervaren bouwvakker heeft het echter wel dadelijk in de gaten. De metselmortel is ook als voegmortel te gebruiken. Bij vol en zat metselen wordt de kleur van de voeg bepaald door de kleur van de mortel. Dat legt beperkingen op aan de esthetiek. Architecten kiezen vaak voor een voeg met een bepaalde uitstraling. Er wordt daarom wel aan de ontwikkeling van voegmortels op basis van schelpkalk gewerkt. Volgens Harenberg komen zij op zeer korte termijn op de markt. Hij verwacht ook binnenkort mortels te ke leveren met uitsluitend schelpkalk en geen aandeel cement, waarmee desondanks doorgemetseld kan worden.

Schelpkalkbranderij

EBC is de enige producent van in silo’s geleverde metselmortels op basis van schelpkalk in Nederland, volgens Harenberg. De kalk is afkomstig van de Schelpkalkbranderij Nederland BV te Harlingen, de enige nog actieve en geheel gemoderniseerde fabriek in Nederland (er zijn nog enkele ovens in gebruik voor demonstraties, te Hasselt en Enkhuizen. Andere zijn omgebouwd tot restaurant, bijvoorbeeld te Dieverbrug). Volgens J.G.H. Pannekoek, directeur van Altena Steenhandel, is de opkomst van cementmortel in de jaren ’30 begonnen. Met dat produkt kon sneller gewerkt worden. In de jaren ’60 is men begonnen in het geheel geen schelpkalk meer in de mortel op te nemen. De schelpkalkfabrikanten hebben zich daar niet tegen ke verweren, omdat het ging om veel kleinschalige bedrijven zonder een gezamenlijke, sterke marketing.

Sponsachtig

Door de jaren heen wordt echter steeds duidelijker dat schelpkalkmortel kwaliteiten heeft die cementmortel niet kan bieden. Pannekoek legt dat als volgt uit: “Schelpkalk heeft een ‘bolletjes’-kristalstructuur en cement en steenkalk een ‘plaatjes’-structuur. Metselwerk met cement gaat uitbloeden op de grens tussen steen en voeg. De zouten in de muur worden horizontaal verplaatst, met als gevolg uitslag. Bij schelpkalk is er wel verticaal transport in de muur mogelijk. Bovendien heeft schelpkalk een meer sponsachtige structuur en daardoor het vermogen tijdens het verhardingsproces zouten te binden. De mortel is meer elastisch en zelfherstellend. Eventuele uitslag is van tijdelijke aard en wordt direct in water opgelost.”

Pannekoek wijst erop dat schelpkalkmortel geen experimenteel produkt is. “Wij vinden het wiel niet opnieuw uit. Bij de restauratie van monumenten is schelpkalkmortel voorschrift. Het produkt is uitgebreid onderzocht aan de Universiteit van Aken in Duitsland. We kiezen aan de hand van bepaalde kenmerken van de gekozen steensoort voor een passende samenstelling van de mortel.”

Groeimarkt

Bovendien worden de komende jaren de ervaringen met schelpkalkmortel in een logboek bijgehouden. Op die manier hoopt Pannekoek aan een overzicht te komen, zodat niet telkens opnieuw de steensoort onderzocht hoeft te worden. De markt voor schelpkalkmortel zal waarschijnlijk krachtig groeien. Volgens Harenberg zal het produkt tot 25% van de markt gaan veroveren. Vooralsnog hebben de fabriek in Harlingen en de centrale te Ede voldoende capaciteit.

Volgens Kaandorp zouden aannemers voor schelpkalkmortel moeten kiezen vanwege de kwaliteit. Metselwerk met schelpkalk is elastisch en is minder gevoelig voor scheurvorming dan metselwerk met cement. Voor de prijs hoeft niet van schelpkalk afgezien te worden. Het is fractioneel duurder dan cementmortel, maar als er vol en zat gewerkt wordt is het in gebruik goedkoper.

Pannekoek benadrukt, dat schelpkalkmortels zeer duurzaam zijn. Er zijn veel monumenten in Nederland, waarvan het voegwerk door de eeuwen heen weinig heeft geleden. Ze zijn met schelpkalkmortel gemetseld. Dat komt onder meer, omdat voegwerk met schelpkalk elastisch is en zelfherstellend. Als het toch tot sloop komt, dan laten de voegen zich goed losbikken van de stenen.

Ook wordt de milieuvriendelijkheid van schelpkalkmortel genoemd. De voorraad schelpen is bijzonder groot en groeit steeds weer aan. Voor de produktie is minder energie nodig dan voor cementmortel. Bovendien worden geen chemicalien toegevoegd, is schelpkalkmortel desinfecterend en schimmelwerend en bindt het de CO2 die tijdens het branden is ontstaan. Tenslotte is schelpkalk waterdampdoorlatend en vochtregulerend, waardoor het stank tegengaat en bijdraagt aan het drooghouden van het isolatiemateriaal. Stikstof- en zwavenlstofoxiden, die vrijkomen bij het gebruik van brandstoffen, worden door kalk gebonden.

Als laatste voordeel wordt genoemd, dat voegwerk van schelpkalkmortel weinig onderhoud behoeft.

Reageer op dit artikel