nieuws

Boeddha heeft vele gezichten

bouwbreed Premium

Na de dood van Boeddha (480 voor Chr.) duurde het een paar honderd jaar voordat werklieden het aandurfden om de leermeester van het boeddhisme fysiek te verbeelden. Vandaag de dag waagt niemand zich nog aan een schatting over het totale aantal afbeeldingen. In Thailand, ‘het land van miljoen boeddha’s’ onderging hij in de loop der tijd een groot aantal gedaantewisselingen. Zittende, liggende en lopende boeddha’s van verschillend formaat en materiaal zijn momenteel te zien in De Nieuwe Kerk te Amsterdam. Het boeddhisme is de eerste religie in een reeks over wereldgodsdiensten die de komende tijd in het gotische gebedshuis onder de aandacht worden gebracht.

Ver uitstekende hielen, tenen van gelijke lengte en benen als een antiloop, het zijn slecht enkele bovennatuurlijke fysieke kenmerken die aan de Boeddha worden toegedicht. In heilige teksten wordt zijn totale lichaamslengte aangeduid met 18 onderarmslengten, zo’n negen meter. Slechts een van de honderdtal geexposeerde objecten op de tentoonstelling ‘De Boeddha’s van Siam, Kunstschatten uit het Koninkrijk Thailand’ voldoet aan deze immense afmeting. Het betreft een 1,57 meter lange, deels gehavend boeddha-hoofd van verguld brons.

Zestig miljoen

Dit portret op ware grootte in Ayutthaya-stijl is afkomstig uit het Nationaal Museum te Bangkok. Uit de Ayutthaya-tijd (14 tot 18de eeuw) is relatief veel bewaard gebleven omdat de boeddha-beelden destijds massaal werden geproduceerd. Dat is ook nu nog het geval; vrijwel iedere Thai, en dat zijn er bijna 60 miljoen, heeft minimaal een boeddha-beeld in zijn bezit, waardoor men iets van zijn onuitputtelijke energie kan ontvangen.

De eerste beeltenissen werden vijfhonderd jaar na de dood van Boeddha gemaakt. Zijn gestalte werd uit steen gehouwen, of in stucco en terracotta gemodelleerd. De makers gebruikten prototypen, om zijn ware gestalte zo nauwkeurig mogelijk af te beelden. Toch lijken niet alle Boeddha’s op elkaar; de leermeester is soms dikbuikig verbeeld, soms op het slanke af en ook de gelaatsuitdrukking vertoont een grote verscheidenheid.

Boeddha kent vele gezichten. Doorgaans wordt hij in alle eenvoud weergegeven, maar in de Ayutthaya-periode werd hij voorzien van een rijke vorstentooi.

Wijsheidsbult

De daarvoorafgaande Sukhothai-periode voorzag de Boeddha van een ander extra; een ‘vlammende’ wijsheidsbult. Ook zijn gelaatstrekken zijn in de loop der tijd aan verandering onderhevig geweest. Menig volk kon zich in de afbeeldingen herkennen. De gelaatstrekken van een zittende boeddha uit tgenoemd tijdperk zijn een verwijzing naar het Thai-volk: een ‘neus als een papegaaiesnavel’, de ‘armen als de snuit van een olifant’, vingers ‘als de jonge bloembladen van de lotus’ en de ronde ‘kin als een mango vrucht’. De Sukhothai-tijd wordt door veel Thai gezien als het begin van Thailand als zelfstandige natie.

In De Nieuwe kerk treffen we niet alleen maar zittende boeddha’s aan. Ook liggende en zelfs lopende boeddha’s verschijnen ten tonele. Deze zich verplaatsende Boeddha is alleen in Thailand terug te vinden.

Doorzichtig

Op de tentoonstelling zijn naast de Boeddha-beelden ook gouden relikwieen en andere heilige voorwerpen, afkomstig uit de schatkamers van grote tempel- en paleiscomplexen. De tempelbouw werd gekenmerkt door een open architectuur, zoals een tweedimensionaal houten relief van een tempelgebouw illustreert. Deze doorzichtigheid is ook terug te vinden in een bronzen model van een Vih – ra, waar doorgaans de boeddha-beelden werden ondergebracht. Het getrapte, diep neerhangende gedragen dak en geperforeerde wanden zijn typerend voor de bouwstijl van Noord-Thailand. De kleinere kunstvoorwerpen werden bewaard en ontdekt in chedi’s (klok- of halve bolvormige bouwsels) en prangs (torentempels of kloostertorens).

De bezienswaardigheden zijn afkomstig uit Thaise musea, maar ook koning Bhumibol stond voor deze tentoonstelling, die mede plaatsvindt in het kader van zijn gouden regeringsjubileum, iets af. Zijn bijdrage betreft een bronzen beeld uit het recente verleden; de oudste voorwerpen in De Nieuwe Kerk dateren uit het tweede millennium voor Christus. Leden van de koninklijke familie houden zich in tegenstelling tot hun buurlanden al generaties bezig met het behoud en beschrijven van hun culturele erfgoed.

‘De Boeddha’s van Siam, Kunstschatten uit het koninkrijk Thailand’ is nog t/m 15 april te zien in De Nieuwe Kerk, Dam te Amsterdam. Toegang: f. 15, houders MJK gratis. De catalogus kost f. 25.

Reageer op dit artikel