nieuws

‘Argumenten voor verbod creosootolie deugen niet’

bouwbreed Premium

De Vereniging van Houtimpregneerinrichtingen in Nederland (VHN) is niet onder de indruk van het verbod op het gebruik van gecreosoteerd hout in de waterbouw, waartoe het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) vorige week de eerste stap heeft gezet. De houtimpregneerders vinden dat de CTB zijn conclusies baseert op foutieve gegevens en denken daarom dat het niet daadwerkelijk tot een verbod zal komen.

De CTB vindt dat met creosootolie verduurzaamd hout schade aan het milieu kan aanrichten als het in contact komt met water, zoals bij beschoeiingen en grondpalen. De commissie wil dan ook dergelijke toepassingen verbieden en is een procedure gestart die uiteindelijk moet leiden tot een verbod.

Voorzitter ing. Kees Boon van de VHN is daar niet echt van geschrokken. In de eerste plaats heeft de beslissing van de CTB nog geen directe consequenties voor de houtimpregneerbedrijven. Als de CTB bij zijn standpunt blijft wordt het voorgestelde verbod pas van kracht nadat de Europese Commissie ermee heeft ingestemd en de procedure die daarmee is gemoeid duurt ten minste drie jaar.

Boon verwacht echter dat het helemaal niet zover zal komen. Niet alleen omdat het “juridisch nog een hele toer zal zijn om de bestaande Europese regelgeving open te breken”, maar vooral omdat de argumenten die aan het CTB-standpunt ten grondslag liggen, technisch niet kloppen.

“Er is ons geen enkele deugdelijke rapportage bekend waarin wordt aangetoond dat er een oorzakelijk verband is tussen waterverontreiniging en het gebruik van gecreosoteerd hout.” Rapporten van bijvoorbeeld de waterschappen Rijnland en Uitwaterende Sluizen die dat verband wel zouden aantonen, noemt hij schromelijk overdreven. Bovendien deugen die rapporten volgens Boon niet omdat ze zijn gebaseerd op laboratoriumproeven zonder dat ook metingen in het veld zijn verricht. De VHN weet zich daarbij gesteund door een TNO-rapport.

De VHN vindt bovendien dat de CTB de modelmatige benadering die is gehanteerd niet had mogen toepassen. “Die is normaliter uitsluitend bestemd voor de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen. Bij houtverduurzamingsmiddelen gaat het echter om een wezenlijk andere toepassing. In tegenstelling tot gewasbeschermingsmiddelen breken deze namelijk niet snel af en komen in principe juist niet in het milieu terecht”, aldus Boon.

Boon constateert overigens verheugd dat dezelfde CTB te zelfder tijd heeft besloten om het gebruik van creosootolie in allerlei andere toepassingen weer voor een periode van vijf jaar toe te laten.

Volgens de VHN-voorzitter is nu in elk geval aangetoond dat de beoordeling van de CTB zich wel degelijk uitstrekt tot de gebruiksfase van verduurzaamd hout. Daarmee krijgen de houtverduurzamers gelijk in hun bewering dat de Bestrijdingsmiddelenwet de geeigende weg is om toepassing van verduurzaamd hout al dan niet toe te staan. Enkele waterschappen hebben daaraan nog een vergunningplicht in het kader van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren toegevoegd, hetgeen volgens de VHN niet nodig is.

Reageer op dit artikel