nieuws

Afvalwater hoort niet uitsluitend in een buis

bouwbreed Premium

Alternatieven voor het riool leiden niet per definitie tot ‘poelen van bederf’. Kleine zuiveringssystemen bieden goede mogelijkheden afvalwater van verspreide bebouwing schoon te maken waarna de kwaliteit in grote lijnen overeenkomt met de prestaties van grote zuiveringen. De meeste beproefde systemen veroorzaken weinig tot geen overlast voor de omgeving. Willen dergelijke alternatieven voor het riool op grote(re) schaal in praktijk komen dan moet de traditionele aanname dat afvalwater in een buis hoort veranderen.

Aldus G. van der Zanden van het bureau A+ uit Roermond in het rapport ‘Bieden individuele afvalwaterzuiveringssytemen toekomstmogelijkheden?’ *)

Een milieubewuster vormgegeven riolering vergroot het resultaat van de maatregelen inzake het duurzame bouwen, licht Van der Zanden in een gesprek met deze krant toe. Momenteel bestaat om en nabij driekwart van de Nederlandse riolering uit een gemengd systeem dat naast uitgesproken afvalwater ook regenwater afvoert. Omdat er steeds meer verhard oppervlak komt stroomt er ook steeds meer regenwater in het riool. Dat probleem speelt vooral op industrietereinen waar over het geheel genomen veel verhard oppervlak ligt. Door deze terreinen af te koppelen van het riool en het regenwater via voorbezinkvijvers te infiltreren kan de waterbalans herstellen. Voor de gemeente treedt dan het nadeel op dat de dure bedrijvengrond opgaat aan dergelijke vijvers. Aan de andere kant ontstaat evenwel een voordeel omdat een riool met een kleinere capaciteit met minder zware buizen toe kan. Dergelijke leidingen vertonen door het geringere gewicht ook minder neiging tot verzakken.

Overstorten

Een schoner milieu vergt volgens velen een afdoende riolering. De toenemende rioleringsgraad komt de kwaliteit van het milieu volgens Van der Zanden echter niet altijd ten goede. Te denken valt aan de ruim 20.000 riooloverstorten in Nederland. Na elke forse regenbui of tijdens een overstroming lopen die niet zelden over. Het water komt bijvoorbeeld in beken terecht. Ter plaatse van de overstort blijft slib liggen dat het beekwater vervuild. Op die manier raken ook gewassen en weilanden vervuild wanneer het water in droge periodes aan beregening opgaat. In de omvang van dat probleem bestaat nog weinig inzicht omdat er geen echte registratie wordt bijgehouden van overlopende overstorten. Ook anderszins veroorzaakt de huidige rioleringsvorm problemen. Het systeem voert regenwater zo snel af dat het geen kans krijgt in de bodem te dringen waardoor verdroging ontstaat. Afgevoerd naar de rivieren kan het regenwater de kans op overstromingen aanmerkelijk vergroten.

Aansluiting

Tegenwoordig beschikt ruim 95 procent van het land volgens Van der Zanden over een aansluiting op het riool. Bij het restant gaat het voornamelijk om woningen in het buitengebied. Ook daar moet op niet al te lange termijn een aansluiting volgen. Elke Nederlandse gemeente dient formeel sinds 1 januari 1994 te beschikken over een rioleringsplan. Binnen het gemeentelijke rioleringsbeleid geeft het aan wat er moet gebeuren, op welke wijze dat plaats vindt, wat dat kost en wie de rekening betaalt. In het geval van het laatste blijkt dat doorgaans de vervuiler oftewel elke inwoner van een gemeente.

Dit plan levert ook de gegevens om een verantwoorde afweging te maken tussen de traditionele manier van lozing via een centraal riool en mogelijke alternatieven. Op Vinex-locaties ke de kosten voor het riool door de slechtere grondslag fors oplopen. Mede daardoor staan alternatieven voor deze gebieden sterk in de belangstelling. Temeer omdat de grote woongebieden de bestaande waterzuivering ke overbelasten wat nieuwbouw en dus grote investeringen betekent.

Biezenveld

Bij alternatieven valt volgens Van der Zanden te denken aan biezenvelden. De kosten van een dergelijke voorziening van gemiddelde omvang belopen ongeveer f. 10.000. Een traditionele rioolaansluiting vergt in doorsnee ruim f. 40.000. Waterschappen en gemeenten kijken enigszins ongemakkelijk aan tegen dat prijsverschil omdat ze door de keuze voor het alternatief gelden mislopen voor het rioleringsplan. Het wordt dan tevens een vraag hoe de baten en lasten van de bestaande systemen in evenwicht ke blijven.

Waterschappen stellen soms dat alternatieven tot op heden een nogal wisselend succes kenden. Daarbij rijzen er vragen omtrent het beheer ervan. Een centrale riolering voorkomt veel problemen maar maakt het uitvoeren van maatregelen die het milieu minder bederven evenwel moeilijk. Door de verdunning en de grootschaligheid valt niet vast te stellen wie het riool vervuilt. Bij een kleinschaliger voorziening lukt dat beter. Voorbeeldpoen toonden inmiddels aan dat mensen hun gedrag aanpassen aan de voorziening.

Afweging

De hoge eisen die voor de kwaliteit van het oppervlaktewater gelden maken een goede afweging nodig tussen de beschikbare systemen. Een normaal en verstandig gebruik van stoffen verstoort de werking van een IBA-systeem niet. De voorziening kan volgens Van der Zanden in bepaalde gevallen ook als voorreiniger dienen voor de grote zuiveringsinstallatie. De centrale voorziening verwijdert dan fosfaat en stikstof uit het water. Kleinschalige proef poen op verschillende locaties in het land ke de waarde van kleinschalige zuiveringen voor afvalwater verder aantonen.

Tevens neemt dan de kennis toe over het inpassen van dergelijke systemen in stedelijke gebieden. De betrokken overheden dienen deze initiatieven met raad en daad te ondersteunen. Deze voorwaarde maakt het noodzakelijk dat partijen die aanvankelijk weinig of geen contact met elkaar onderhielden en zich alleen concentreerden op de eigen verantwoordelijkheden zich gezamenlijk over deze opgave buigen.

Ontwikkelaar

Een dergelijke opgave dient zich bijvoorbeeld aan wanneer een ontwikkelaar in eigen beheer een po van een gesloten waterhuishouding wil voorzien. In dat geval verdwijnt de noodzaak van een aansluiting op het riool, tenzij er lozing plaatsvindt die beneden de norm voor een verbeterd gescheiden stelsel komt. Beheersing bij de bron kan dat probleem volgens Van der Zanden echter in belangrijke mate verminderen. In goed overleg tussen de leveranciers van de zuiveringsystemen en de opstellers van stedebouwkundige ontwerpen kan echter met behulp van de kennis van waterkwaliteitbeheersers via een eventueel in te stellen certificering een aanzienlijke kostenbesparing ontstaan. De keuze voor aansluiting van een nieuwe wijk op de centrale zuivering en/of op een combinatie met een alternatief systeem hangt ook nauw samen met de overige voorzieningen. Een integrale opzet daarvan vermindert eveneens de kosten.

*) A+ stelde het genoemde rapport op in opdracht van de stichting Bouwresearch uit Rotterdam. Nadere inlichtingen verstrekt het bureau via telefoon 0475-317400/315333. De SBR doet hetzelfde via telefoon 010-4123528.

Reageer op dit artikel