nieuws

Verstandige opdrachtgevers stoppen reserve in bouwbudget

bouwbreed Premium

Het budget voor het gehele po voor aanleg van een vaste oeververbinding van Kopenhagen naar het vaste land van Denemarken is al vier jaar lang DKr 21,6 miljard (circa f. 6,2 miljard), prijspeil 1988. Reeds uitbetaalde – en mogelijk nog uit te betalen claims – brengen daar geen verandering in. Verstandige opdrachtgevers zorgen namelijk voor reserve in het bouwbudget.

Dat blijkt uit de reactie van de Deense opdrachtgever A/S Storebaeltsforbindelsen op toekennen van twee claims uit een serie van negen aan Great Belt Contractors (GBC). Deze internationale aannemerscombinatie, waarin Hollandsche Beton en Waterbouw uit Gouda deelneemt, is de bouwer van de betonnen onderbouw van de Oostbrug. Dat is een brugverbinding met een totale lengte van 6,8 km. De hangbrug in deze verbinding heeft een vrije overspanning van 1624 m. In juli vorig jaar liet GBC weten compensatie van de opdrachtgever te eisen omdat de kosten van dit po 40% duurder uitvielen dan het overeengekomen bedrag van DKr 2,8 miljard (circa f. 780 miljoen) als gevolg van aanvullende kwaliteitseisen van de opdrachtgever. Vanwege het afwijzende standpunt van de opdrachtgever zijn de GBC-eisen in negen arbitragezaken gevat. Die zullen in juli dit jaar zijn afgerond.

Als eerste resultaat bij de arbitragezaken werd GBC een compensatie toegekend van iets meer dan DKr 140 miljoen ( f. 40 miljoen). Op 5 december 1995 werd Great Belt A/S opgedragen door het arbitragetribunaal om DKr 81,4 miljoen ( f. 23,3 miljoen) aan GBC te betalen. Dat is ongeveer een derde van het bedrag dat toen werd geclaimd.

Reserve

De toegekende bedragen hebben volgens de opdrachtgever A/S Storebaeltsforbindelsen echter geen invloed op het totale budget van het project voor aanleg van een vaste oeververbinding over de Grote Belt in Denemarken. Dat is nog steeds DKr 21,6 miljard ( f. 6,188 miljard), prijspeil 1988. “Elke verstandige opdrachtgever zal bedragen reserveren van het bouwbudget om verschillen van mening met de aannemer te dekken die tijdens de uitvoering van het werk nu eenmaal optreden. Natuurlijk hebben ook wij dergelijke reserves in het budget voor de onderbouw van de Oostbrug opgenomen. Het resultaat van de arbitrage heeft dan ook geen invloed op het budget gehad”, zo heeft managing director Mogens Bundgaard-Nielsen laten weten.

Ook de afloop van volgende claims zal geen invloed hebben op het bouwbudget, meent Bundgaard-Nielsen. Ze betreffen het versnellen van, onderbrekingen bij en vertragingen in het werk voor de pylonen, de ankerblokken en de pijlerschachten. In totaal gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer DKr 1,1 miljard ( f. 315 miljoen).

Meningsverschillen

Ook uitvoering van andere onderdelen van het Storebaeltpo heeft tot diepe verschillen van inzicht tussen de aannemers en de opdrachtgever geleid. Storebaeltsforbindelsen en de MT Group, de boorders van de Oosttunnel, hebben in 1992 alle claims geschikt in een overeenkomst waarin de MT Group DKr 300 miljoen ( f. 86 miljoen) werd toegekend. Bovendien heeft MT Group een bedrag van DKr 650 miljoen (186,25 miljoen) ontvangen in verband met het wijzigen van de voorwaarden voor de uitvoering van de hoofdtunnelbuizen en de vluchtgangen, extra veiligheidsmaatregelen en een verschuiving van de toewijzing van de risico’s.

In mei 1994 hebben Storebaeltsforbindelsen en MT Group overeenstemming bereikt over de voorwaarden voor afronden van het po voor de Oosttunnel. De uiteindelijke bedrag voor het tunnelpo werd verhoogd tot DKr 4,9 miljard ( prijspeil 1988) ( f. 1,4 miljard). Dit was evenwel geen reden het totale bouwbudget van DKr 21,6 miljard ( f. 6,188 miljard) te verhogen.

Op 24 januari 1994 hebben de aannemer van de Westbrug , European Storebaelt Group (ESG) , en Storebaeltsforbindelsen een schikking getroffen waarmee alle financiele en contractuele verschillen van mening werden opgelost. Storebaeltsforbindelsen heeft ESG, waarin het Nederlandse Ballast Nedam deelneemt, een bedrag van DKr 567 miljoen ( f. 162 miljoen) betaald. Het oorspronkelijke geclaimde bedrag was DKr 2,3 miljard (660 miljoen). De totale kosten van de Westbrug komen daarmee uit op DKr 4,4 miljard (prijspeil 1994) ( f. 1,26 miljard).

Reageer op dit artikel