nieuws

Procedures woningbouw in stad stroperig

bouwbreed

Bij gemeenten is men niet bezig met visionair en gedreven ontwikkelen van grote vernieuwingspoen. Veel gemeenten zijn op het ogenblik eigenlijk alleen bezig te overleven. Woningbouw in de stad is complex. Er spelen zeer verschillende belangen. En die zijn vrijwel onmogelijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Het enorme arsenaal van inspraak- en beroepsmogelijkheden maakt het verloop van elke procedure maar ‘stroperig’.

Dit blijkt uit de voordracht van W.G.M. Giezeman van de gemeente Den Haag op de studiedag ‘Woningbouw op binnenstedelijke locaties’ van het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft. In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening is bepaald dat open landschappen zoveel als mogelijk in stand gehouden moeten worden. Nieuwbouw wordt gedacht plaats te vinden op locaties in, of dicht bij de steden. Dat geeft een “compacte en vitale” stad. Het streven is om de opbouw van de woningvoorraad meer te varieren sluit daarbij aan. Dat kan als zowel woningcorporaties, als projectontwikkelaars en beleggers woningen ontwikkelen. In zijn voordracht ging Giezeman in op de ervaring van de gemeente Den Haag met met de realisering van binnenstedelijke woninglocaties.

Gemeenten zien zich geconfronteerd met beperkte middelen voor het realiseren van de stadsvernieuwing. Het oplossen van stedelijke vraagstukken is uitermate kostbaar. Voor de vier grote steden zal afmaken van de voorgenomen stadsvernieuwing alleen al f. 40 miljard kosten. De grote steden knopen al jaren de financiele eindjes maar moeizaam aan elkaar, stelt Giezeman. Sommige lukt zelfs dat.

Men is bij de grote gemeenten helemaal niet bezig met het visionair en gedreven ontwikkelen van grote vernieuwingspoen. Giezeman: “De tijd van een grootschalige en enthousiasmerende aanpak van de gebouwde omgeving onder leiding van een wethouder is verleden tijd. De wethouder stadsbeheer is in veel steden invloedrijker dan zijn collega van ruimtelijke ordening. Het is zo dat de nood van vandaag groter wordt geacht dan de nood van morgen.”

Visie

Bij de herontwikkeling van stedelijke bouwlocaties in de toekomst zullen plannen vervangen worden door reeksen van min of meer samenhangende projecten, verwacht Giezeman. De gemeentelijke plannen die op dit moment gemaakt en gepresenteerd worden zullen zonder uitzondering terecht komen in het standaardwerk ‘Nooit gebouwd Nederland’. De tijd is voorbij dat er nog grote gebieden met een plan zullen worden aangepakt. Het binnenstedelijke ontwikkelingsproces is daarvoor te complex.

In de toekomst zal het imago van de gemeente belangrijker zijn dan het hebben van een uitgesproken visie. De visie die wel gehanteerd wordt zal voortaan het produkt zijn van gezamenlijke inspanning. De rol van de gemeente zal bij stedelijke ontwikkelingsprocessen van enige omvang die van coach moeten zijn voor burgers, corporaties, ontwikkelaars en ondernemers met allemaal een eigen betrokkenheid met de vraagstukken van de stad.

Verleidelijk

In Den Haag is met de locatie Den Haag Zuidwest veel ervaring opgedaan met binnenstedelijke ontwikkeling.

Gebleken is bijvoorbeeld dat alles “geintegreerd aanpakken” verleidelijk is. Integraliteit kan wel noodzakelijk zijn. Maar integraliteit is te ingewikkeld vindt Giezeman. Een daadkrachtige aanpak is nu eenmaal niet te combineren met alles onder een breedgedragen en uitvoerbaar plan te brengen. “Integraliteit lijkt zinnig, maar wie op wil schieten neemt het woord integraliteit niet op”, zo is de ervaring in Den Haag.

De tijd is voorbij dat de gemeentelijke overheid de regie voert over de ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling. Daarvoor ontbreekt het eenvoudigweg aan voldoende financiele en juridische instrumenten. Maar met een centrale doelstelling van leveren van gedifferentieerde oplossingen voor een heterogene bevolking is dat ook niet nodig. De rol van de gemeente ligt meer in voeren van stedelijke regie gericht op inspireren van alle betrokkenen. Zo’n regie vereist een helder en blijvend thema.

De gemeente moet in de gaten houden of alle betrokkenen zich bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties in de stad daardoor laten leiden.

Reageer op dit artikel