nieuws

Typisch een geval van Re-Arch

bouwbreed

Re-Arch is een nieuwe manier om monumenten te benutten. Het plan voor hergebruik van de kasteelruine in Deurne is er een voorbeeld van. Of is het oude wijn in nieuwe zakken?

Het “romantische” plan van de architecten P. en F. Wintermans om de ruine van het kasteel van Deurne gedeeltelijk te herbouwen en van nieuwbouw te herzien staat centraal in een kleine tentoonstelling over Re-Arch in het Architectuurinstituut. Daar is ook een boekje gepresenteerd met nog meer voorbeelden van hergebruik en nieuwbouw bij monumenten. Het theoretische verhaal daarbij, over Re-Arch, komt van het architectuurhistorisch onderzoeksbureau Crimson. Het werkte in opdracht van het Stimuleringsfonds voor Architectuur.

Een nieuwe benadering is nodig omdat de oude terminologie versleten is, vindt Crimson. De laatste decennia is het te vaak gebleven bij contrasten tussen oud en nieuw en nietszeggende verklaringen van het type “eigentijdse toevoeging met respect voor het verleden”. Michelle Provoost van Crimson hekelde dit cliche bij de presentatie van Re-Arch (bij voorkeur op zijn Engels uit te spreken als ‘rie-ark’). “In mode is nostalgie of imitatie gewoon, bij architectuur verdacht. Maar wat is er mis mee?”

‘Retorische figuren’

In de theorie van Re-Arch is geschiedenis geen objectief gegeven, maar een subjectief wisselende ervaring. Er bestaat geen scherpe tegenstelling tussen inventie (het toevoegen van iets nieuws) en conservatie (het bewaren in de ‘oorspronkelijke’ staat), noch iets aparts als restauratie of monumentenzorg – het is uiteindelijk allemaal architectuur.

Bij het gebruik van de steeds grotere voorraad aan monumenten, moet elke keer opnieuw worden uitgegaan van de uniciteit van het onderhavige monument en de ontwerpopgave. Die twee ke op allerlei manieren samengaan: als paradox, gelaagdheid of als twee verschillende concepten die blijven wringen. Crimson heeft acht “retorische figuren” benoemd waaronder alle variaties zijn te vangen, van “optelling” tot “continuiteit” of “face lift”. Het boekje bespreekt van de acht benaderingen in totaal twintig voorbeeldpoen.

In het betoog ontbreken verwijzingen naar soortgelijke, eerdere bevindingen. Het subjectieve ‘anything goes’ in Re-Arch is wellicht een nieuw postmodernistisch trekje (hoewel pomo alweer uit is), maar verder zijn de voorgestelde “retorische figuren” al langer bekend. Om het oude wijn in nieuwe zakken te noemen klinkt onaardig. Uit waardering voor het elan maakte Ruud Brouwers van het Architectuurinstituut in zijn openingswoordje eleganter gewag van “een frisse tred op reeds lang betreden terrein”.

Over zijn eigen kasteelontwerp zei Wintermans: “Het is niet ‘eigentijds en internationaal’, het is romantiek! De overdreven aandacht voor vernieuwing scheidt teveel en verbindt te weinig.” Als een echte architect heeft hij alle middelen uit de geschiedenis gebruikt die nodig waren: sloop van ongeschikte elementen, een quasi oude kap op de ruine en daarnaast (toch) eigentijdse nieuwbouw.

Het plan van de architecten Wintermans om de kasteelruine in Deurne als cultureel centrum deels te herbouwen en van nieuwbouw te voorzien.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels