nieuws

Spelregels loonbrutering na belastingcontrole

bouwbreed

De fiscus ontdekt dat er betalingen aan werknemers zijn gedaan die niet op uw loonlijst staan, of bovenmatige kostenvergoedingen zijn uitbetaald. Dus luidt de conclusie dat u geen of te weinig loonbelasting en premies volksverzekeringen heeft ingehouden en afgedragen. Dat komt u op een naheffing met een boete te staan. Op de netto-betaling aan de werknemer van f. 100 ‘zwart’ wordt het ‘anoniementarief’ van 60% losgelaten. Zo verandert f. 100 zwart in f. 250 bruto.

Het kostenplaatje voor u als werkgever is echter nog lang niet compleet. U moet ook nog een boete en naheffingsrente betalen. De hoogte van de boete kan varieren tussen de 10% en 100% over de verschuldigde loonheffing van f. 150. Het ligt er helemaal aan of het de eerste keer is en of nog meer onregelmatigheden in uw administratie worden gevonden. Bij de laagste boete loopt het kostenplaatje dus al op tot f. 265. Vervolgens informeert de fiscus uw bedrijfsvereniging. Tot voor kort ging de bedrijfsvereniging automatisch over tot oplegging van een naheffingsnota voor de premies sociale verzekeringen. Ook daarbij was het gebruteerde loon de grondslag voor de naheffing, omdat u als werkgever zelf op uw werknemer geen verhaalsrecht heeft. In de bouw komen daar ook nog de premies vut, aanvullingsfondsen en scholingsfonds bij – de zogenaamde cao-regelingen. Zo groeit het kostenplaatje van f. 100 zwart tot circa f. 350. De bedrijfsvereniging kan ook nog extra boetes toepassen van minimaal 25%. Betaalt u bewust ‘zwart loon’ dan loopt u dus grote risico’s.

Soms ligt die situatie helemaal niet zo duidelijk, bijvoorbeeld bij kostenvergoedingen. U kunt naast de in de cao gebruikelijke kostenvergoedingen, zoals kleding-, laarzen-, gereedschapsgeld en reiskostenvergoedingen ook andere kosten vergoeden zoals representatiekosten, reis- en verblijfkosten, telefoonkosten, etc. Maar altijd moet u ke aantonen dat die kosten ook daadwerkelijk gemaakt c.q. niet bovenmatig zijn. Indien u dat niet kan, behoren de kostenvergoedingen tot de niet vrijgestelde componenten van het loon. Daar ke met de fiscus dus gemakkelijk geschillen over ontstaan met als resultaat ‘brutering’ en navorderingen. Zo is ook de ‘onbelaste feestdagenuitkering’ vrijgesteld onbelast loon. Maar de werkgever die in 1993 een cadeautje van f. 110 voor nieuwjaarsdag ’94 verstrekte en in de loop van dat jaar ook nog f. 300 voor feestdagen uitkeert, heeft f. 110 teveel verstrekt. U kunt zich per slot van rekening een keer vergissen, nietwaar? Jammer, er is een grote kans dat de fiscus hieraan voorbij gaat en de f. 110 teveel, bruteert.

Wat is uw positie als werkgever indien de fiscus overgaat tot brutering? Er zijn twee opties. U kunt als werkgever besluiten de ten onrechte niet ingehouden loonheffing te verhalen op de werknemer of u doet dat niet. Als u – in het geval van de f. 110 teveel netto loon – bij een loonheffing van 50% de circa f. 55 op uw werknemer verhaalt en alsnog afdraagt is de kous af. Wellicht moet u hooguit over dat bedrag nog een boete van 25% en/of heffingsrente betalen. Wilt u wel verhalen, maar is de werknemer inmiddels uit dienst dan moet u verhaalsacties ke aantonen (dossier opbouwen). Zolang dat duurt zal de belastingdienst de navordering baseren op de netto uitbetaalde bedragen en derhalve niet overgaan tot brutering. Blijkt nu verhaal op uw vroegere werknemer onmogelijk, dan zal de fiscus definitief niet ke overgaan tot brutering (geen navordering). Verhaal ontbreekt bijvoorbeeld als uw voormalige werknemer naar het buitenland is vertrokken, of hij als gevolg van hoge schulden niet aan zijn betalingsverplichting aan u kan voldoen. In die situatie ontstaat een civiel-rechtelijke procedure tussen u als schuldeiser (werkgever) en de schuldenaar (werknemer). Daarin mag de fiscus zich niet mengen. Zo’n dossieropbouw (uitstel van navordering) kan jaren duren. Een mogelijke brutering en navordering (tot 5 jaar terug) in 1990 kan pas dit jaar bij een fiscale controle aan het licht komen. U kunt nog steeds besluiten of u wilt verhalen. De opbouw van een dossier zal ook enkele jaren ke duren. Zeker als het om bruteringen bij meerdere werknemers gaat zijn de belangen soms erg groot. De fiscus zal wellicht – hangende het onderzoek – overgaan tot een pro-forma aanslag ter behoud van rechten waarbij aan u uitstel van betaling wordt verleend.

Vindt u dat het netto-voordeel van die f. 110 toch aan uw werknemer toebehoort en ziet u af van ‘verhalen’ dan wordt de niet-verhaalde loonheffing ad f. 55 weer als een looncomponent beschouwd zodat hierover de gebruikelijke loonheffing en sociale verzekeringspremies worden geheven. De niet-verhaalde loonheffing wordt derhalve een bruto looncomponent die via de loonadministratie moet worden verwerkt. Het netto-effect dat hierdoor ontstaat dient u met de werknemer te verrekenen of voor eigen rekening te nemen. Kiest u voor het laatste dan heeft u bijvoorbeeld nog een mogelijkheid tot vergoeding via de spaar- of winstdelingsregeling.

Indien u tijdens de controle aan de fiscus reeds mededeelt dat u niet gaat verhalen, zal daar direct bij de brutering en naheffing rekening mee worden gehouden. De berekening verloopt dan zoals eerder geschetst.

Het verhaalsrecht regime is ook van toepassing in de relatie hoofdaannemer-onderaannemer volgens de wet Ketenaansprakelijkheid (WKA). Een aannemer als hoofdaannemer is aansprakelijk voor de afdrachten loonbelasting en premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen van zijn onderaannemer. Indien de hoofdaannemer door de fiscus en bedrijfsvereniging aansprakelijk wordt gesteld, kan hij die belasting en premies bij de werknemers van zijn onderaannemer verhalen. Ook hierbij is van belang dat de werkgever/ onderaannemer zich niet bewust was van de loonvoordelen die hij zijn werknemers deed toekomen. Het is dus erg belangrijk dat de hoofdaannemer de naam en adresgegevens van de werknemers van zijn onderaannemer kent, ofschoon verhaal niet altijd mogelijk zal blijken te zijn.

Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Paul Schol, Moret Ernst en Young, Arnhem. Tel. 085 – 209 500.

Bedrijfsvereniging

rekent verkeerd

De Bedrijfsvereniging mag het bruteringsbedrag volgens anoniementarief (60 procent op zwart loon) door de fiscus niet langer als grondslag gebruiken voor de naheffingen van de premies werknemersverzekeringen (ww, zw, zfw, wao). Op 8 december 1994 heeft de Centrale Raad van Beroep bepaald dat de wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. In de Coordinatiewet voor de Sociale Verzekeringen wordt het anoniementarief niet genoemd als grondslag voor de berekening van sociale premies. De raad vindt dat de bedrijfsvereniging moet uitgaan van tariefgroep 1 voor de loonheffing (37,25 procent).

Aannemers die een navorderingsheffing van de Bedrijfsvereniging volgens het 60 procent-tarief hebben ontvangen, ke daartegen bezwaar aantekenen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels