nieuws

Overkapping Lakenhal zal toch verdwijnen

bouwbreed

Monumentenminaars in Leiden ergeren zich al enkele jaren aan de lelijke plexiglas overkapping van het historische voorplein van het Leidse Stedelijk Museum De Lakenhal. Zij vrezen, dat deze tijdelijk bedoelde kap een permanent karakter gaat krijgen.

De Lakenhal, een prachtig specimen van Classicistische Barok is een paar jaar geleden fraai gerestaureerd. Vooral de voorgevel ziet er weer schitterend uit met zijn speelse guirlandes en ornamenten. Het interieur werd echter opnieuw flink aangepast i.v.m. de eisen, die een modern museum nu eenmaal stelt.

Het unieke voorplein behield zijn originele karakter. En juist dat open voorplein werd in 1991 overdekt met plexiglas. Dit is het D66 raadslid Alex Pechtold al jaren een gruwel. Hij is kunsthistoricus en zag in 1991 met lede ogen aan, hoe het plein werd overkapt. De reden hiervan was de komst van de groots opgezette tentoonstelling ‘Rembrandt en Lievens’. Om de te verwachten grote bezoekersstroom goed te ke verwerken was het nodig extra ruimte te creeren op het plein voor o.m. garderobe en kassa. Pechtold had daar toen wel begrip voor, te meer omdat het om een tijdelijke overdekking ging.

Tomatenkasmodel

Wel vond hij de kap weinig fraai. De kap was vervaardigd door een kassenbouwer, die in feite een aangepast tomatenkasmodel voor het voorplein ontwierp. Plexiglas in bogen, rustend op een aluminium constructie. Plechtold: “Het lekt aan de zijkanten en het wordt vooral in de zomer vreselijk heet onder die kap. Door dat lekken gaat de muur van de voorgevel werken. Maar het allerergste is, dat het karakter van het enige deel van de Lakenhal, dat volstrekt authentiek is, wordt aangetast en dat je, als het foliegordijn bij zonnig weer onder de kas wordt geschoven, niets meer kunt zien van de prachtige gevel van de Lakenhal. Je moet nu helemaal op de Oude Vest gaan staan aan de overkant van de Singel om de gevel in volle glorie te ke aanschouwen.”

Vreemd

“De kap is er nu al weer vier jaar en ik vreesde toen al dat, als hij er eenmaal zou zijn, hij nooit meer weggehaald zou worden. Ik heb begrepen, dat er opnieuw een vergunning is aangevraagd en dit maal mogelijk voor een definitieve overkapping. Ik vind dat heel vreemd want de kap is aangebracht in verband met ruimtegebrek en het is inmiddels zeker, dat de Lakenhal over een paar jaar wordt uitgebreid. De kap zou blijven tot de uitbreiding is gerealiseerd en daar heb ik op zichzelf vrede mee. Het zou dus heel tegenstrijdig zijn als er toch een permanente kap zou komen.”

Plaatsvervangend directeur Vogelaar, om commentaar gevraagd, zegt dat het nog steeds de bedoeling is, dat de lelijke kap weg gaat zodra de Lakenhal is uitgebreid. Ook hem is de kap een door in het oog. Zelfs een kap met de allure van de glazen piramide op het plein van het Louvre in Parijs zou hij nog niet wensen op het voorplein van de Lakenhal.

Hij begrijpt de onrust van de cultuurminnaars dus niet goed al kan hij zich de ergernis heel goed voorstellen. “Pechtold begint zeker ongeduldig te worden. Het beste wat hij als raadslid kan doen is zijn eigen wethouder van D66 aansporen vaart te zetten achter de uitbreiding van de Lakenhal want dan kan dat lelijke ding ook weg.”

Procedure

Op het stadhuis vertelt beleidsambtenaar Van der Ree, dat het nog steeds absoluut het plan is om de overkapping te verwijderen zodra de Lakenhal is uitgebreid. “We werden in feite door de cultuuractivisten zelf min of meer gedwongen weer een procedure in gang te zetten en opnieuw een vergunning aan te vragen. De tijdelijkheid was er immers een beetje af, leek het. Als zij niet in actie waren gekomen was er waarschijnlijk geen procedure gestart maar nu moesten we wel. Nu vrezen diezelfde actievoerders, dat de door hen afgedwongen procedure het leed gaat veroorzaken, waartegen zij juist strijden. Maar ze ke gerust zijn want er is geen enkele wijziging gekomen in het beleid van tijdelijke plaatsing van de kap.”

De Bond Heemschut, altijd paraat als cultuurminnaars in actie komen, reageert vrij laconiek. Technisch directeur Van der Haagen is de overkapping natuurlijk ook een doorn in het oog maar “wij begrepen, dat het toen om een tijdelijke noodoplossing ging en hebben daarom geen stappen ondernomen. Tot zo’n overkapping beslis je alleen als er echt een keiharde functionele noodzaak voor is. Die noodzaak valt dus over een paar jaar weg. Dan moet de kap dus ook weg.” Daarmee zit de Bond geheel op dezelfde lijn als de directie van de Lakenhal, die nu nog de ruimte van het plein nodig heeft bij grote exposities. Over een jaar of vijf, als de nieuwe vleugel er is, kan al het culturele leed geleden zijn. Kunstminnend Leiden kan gerust zijn.

De bezoeker van de Lakenhal treedt via de ingang een met plexiglas overdekt plein binnen, dat bij zonneschijn ook nog met folie wordt afgedekt. Het zicht op de fraaie voorgevel gaat geheel verloren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels