nieuws

Limburg wil aanpak ernstige spoorvorming

bouwbreed

De provincie Limburg werkt aan een plan van aanpak voor het verhelpen van de toegenomen ernstige spoorvorming op een aantal wegen. Onderzoek, dat inmiddels in volle gang is, moet uitwijzen welke maatregelen genomen moeten worden. Ingrijpende reconstructies zullen pas op zijn vroegst in het voorjaar van 1996 worden uitgevoerd.

Dit blijkt uit een notitie van gedeputeerde dr. J. J. Schrijen aan de vaste statencommissie van Verkeer en Waterstaat. Volgens hem is al geconstateerd dat “als gevolg van de aanhoudende en extreem hoge temperaturen sommige wegvakken ten aanzien van het schadebeeld spoorvorming een achteruitgang in onderhoudsconditie vertonen”. Incidenteel is dit ook het geval op enkele kruisingvlakken.

Op 12 augustus zijn metingen verricht op een ‘verdacht’ wegvak in de Midden-Peelweg (Zeeland-Kessel). In vergelijking met verrichte metingen uit het najaar van 1994 bleek op dat wegvak een toename van spoordiepten van 50% en meer. Na “matige spoorvorming” (13-20 mm) is binnen dit wegvak op enkele locaties thans sprake van “ernstige spoorvorming (meer dan 20 mm).

“Vooralsnog bestaat de indruk dat juist dit wegvak de grootste toename in spoorvorming vertoont”, aldus Schrijen. Inmiddels zijn borden geplaatst om het verkeer te waarschuwen en werden opgeduwde “asfaltruggen” weggefreesd.

Hoge temperaturen

Sensoren in het provinciale wegennet signaleerden op 22 augustus een asfalttemperatuur aan de oppervlakte van 45 graden Celsius en onder in het asfalt (op 25 cm diepte) van 27,5 graden Celsius. Niet alleen de temperatuur is een factor die spoorvorming veroorzaakt. Ook de verkeersbelasting speelt daarbij een belangrijke rol. De wegen die nu als “verdacht” bekend staan, zijn volgens de gedeputeerde wegen die bekend zijn vanwege hun hoge belastinggraad.

Meer concreet betreft het wegvakken in de Midden-Peelweg, de weg Eindhoven-Well en Venlo-Nijmegen. Schrijen wijst er op dat het hier bovendien wegen betreft met “een oude wegconstructie, veelal op zand, van ruim voor 1980. Toendertijd werden andere bitumina en andere asfaltmengsels gehanteerd. Toegepast werden wekere (temperatuurgevoeligere) bitumina en hogere percentages bitumen”.

Ontwerpen werden toen volgens hem ontworpen “in hoofdzaak op weerstand tegen scheurvorming en minder op het bestand zijn tegen vervorming. De mate van belasting was beduidend geringer”. Thans worden volgens Schrijen “andere mengsels en een andere constructie-opbouw voorgeschreven, waarmee de kans op spoorvorming wordt verkleind”.

Verrassing

Echt een verrassing was de aanwezigheid van spoorvorming op de genoemde wegvakken niet. Wel verrast is de provincie echter over “de meer dan normale toename van de spoorvorming”.

Alvorens tot (ingrijpende) maatregelen over te gaan, wordt nu 40 km aan wegvakken gecontroleerd. Daarbij wordt vooral gekeken naar de spoordiepte. Na analyse van de uitkomsten wordt een plan van aanpak opgesteld.

Daar waar ingrijpende maatregelen zijn voorzien, zullen aanvullende (boorkern)onderzoeken noodzakelijk zijn.

Overigens ke ingrijpende reconstructieve werkzaamheden niet eerder dan in het voorjaar van 1996 beginnen. Dit vanwege voorbereiding en aanbesteding. Bovendien moet de financiering worden zeker gesteld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels