nieuws

LCA’s niet gebruiken als verkoopstunt

bouwbreed

“LCA’s (Leeftijd Cyclus Analyses) van produkten moeten niet worden gebruikt als verkoopstunt, maar dienen allereerst te worden gebruikt voor het verbeteren van de produkten in de bedrijven zelf.” Dat is de mening van G.P.L. Verlind, milieu-, Arbo- en kwaliteitsadviseur van Unidekbeheer te Gemert.

LCA’s moeten de hele lijn van het produkt bevatten, waarbij alle factoren voor het milieu worden gewogen vanaf grondstof, het gebruik in de bouw tot en met de afvalfase. Daarbij moet worden bepaald wat het energieverbruik is, ook voor transport en de mileu-effecten in al zijn geledingen, van emissies tot en met storten of verbranden. Volgens Verlind laten te veel bedrijven laten tegenwoordig van hun produkten Leeftijd Cyclus Analyses opstellen door externe instellingen.

“De bedrijven die onverantwoord met LCA’s omspringen, willen met de LCA in de hand indruk maken bij hun afnemers en ermee aantonen, dat hun produkten voldoen aan milieuvriendelijke eisen en zo mogelijk aan de recyclebaarheid ervan. Externe instituten zijn vaak niet op de hoogte van de specifieke eigenschappen van de produkten, waardoor de waarde van dergelijke LCA’s twijfelachtig is. Niemand kent de produkten van zijn bedrijf beter, dan het bedrijf zelf, ten minste dat behoort zo te zijn. Milieubewuste bedrijven behoren derhalve hun LCA’s niet te hanteren als verkoopargument, maar dienen met hun LCA’s in de hand door vergelijking hun produktieprocessen en afvalstromen te verbeteren. Het is onbegrijpelijk”, aldus Verlind, “dat bedrijven hun LCA’s door externe bureaus laten opstellen zonder zelf enig begrip te hebben van de milieu-effecten van hun produkten. Als bedrijven niet eens weten wat voor stoffen ze bij de produktie de lucht inblazen, hoe ke dan verantwoorde LCA’s worden opgesteld. Unidek doet dat niet.”

Milieutak

Het bedrijf heeft als een van de weinige producenten en toeleveranciers in de daken-branche een complete milieutak. Het bedrijf voert 15 produktgroepen, die alle in het bezit zijn van LCA’s. Deze zijn door Unidek zelf opgesteld, waar nodig met behulp van externe deskundigen, waarmee nauw wordt samengewerkt. Unidek hanteert de LCA’s in de allereerste plaats om zijn produkten te verbeteren met betrekking tot kwaliteit, duurzaamheid en milieuvriendelijkheid.

Het bedrijf kent al zes jaar lang een eigen MIlieusectie, die de gehele produktiestroom nauwkeurig volgt en evalueert op zijn milieu-effecten. “Slechts door milieuzorg en LCA’s te koppelen kan men tot een verantwoorde manier van duurzaam en milieuvriendelijk bouwen komen”, aldus Verlind.

Unidek heeft bijvoorbeeld de produktgroepen vlakdakprodukten en hellende dakprodukten. Door nu de afvalstromen te vergelijken zijn verschillen vast te stellen in de LCA’s en kan men zich de vraag stellen hoe het produktieproces is te verbeteren van de poot die qua afval uit de boot valt. Op eenzelfde manier kan men kijken naar de emissies van de produkten en het energieverbruik van het proces, inclusief die van transport. “Slechts door nauwkeurige en doorlopende vergelijkingen kan men komen tot produktoptimalisatie, in duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. Bij bedrijven die hun LCA’s buiten de deur laten maken bestaat geen drang om hun produktieproces te verbeteren. Ze hebben hun LCA’s en dat is het dan. Unidek koppelt al zijn produktieprocessen aan de hand van de ontwikkelde LCA’s terug en komt zodoende tot betere en milieuvriendelijkere produkten.”

Architecten

“Het zou voor architecten en opdrachtgevers aan te raden zijn, als zij zich meer zouden bekommeren over het feit of achter de voorgespiegelde LCA’s ook een milieuzorg van het producerende bedrijf schuil gaat. Ze dienen zich niet blind te staren op de op zichzelf staande gegevens die in LCA’s staan vermeld. Deze moeten in groter verband worden geinterpreteerd, waarbij niet alleen naar de directe milieu-effecten moet worden gekeken, maar deze ook in verband moeten worden gebracht met de duurzaamheid van de produkten. Een architect zou meer vragen moeten stellen aan de bedrijven, bijvoorbeeld ook over hun afvalverwerking. Elk bedrijf zou moeten worden ‘afgerekend’ op de mate waarin zij recycling van afvalmaterialen behartigen dan wel een methode hebben gevonden, om hun produkten bij sloop terug te nemen en te recyclen”.

Kanttekening

“Er moet echter een kanttekening bij worden geplaatst”, zo zei Verlind. “De keten van recycling mag door transport, verwerking, verbranden en dergelijke niet vervuilender zijn, dan het toepassen van het produkt in de bouw zelf. Dit aspect moet niet uit het oog worden verloren. Dat zou namelijk het paard achter de wagen spannen zijn. Duurzaam bouwen behoeft helemaal niet te stroken met het gebruik van natuurlijke produkten. Er zijn voorbeelden te over van ‘natuurlijke’ produkten, die weliswaar milieuvriendelijk zijn, maar niet duurzaam en daardoor weer een negatief milieu-effect hebben.”

Verlind illustreert dit met enkele voorbeelden: “Cellulose als isolatie in spouwwanden, is uiterst milieuvriendelijk qua grondstof. Echter de cellulose als isolatie in spouwwanden houdt het nog geen tien jaar uit. Voor die tijd heeft men al te maken met een teruglopende isolatiewaarde. Een woning heeft gewoonlijk een economische levensduur van 50 jaar. Wel, als de isolatie snel terugloopt en praktisch tot nul reduceert, dan betekent dat een toenemend energieverbruik voor de woning. En dat betekent dus weer meer energiekosten en meer CO2- en NOx-emissie en derhalve meer milieuvervuiling.”

Een ander voorbeeld: “Men kan uit milieuoverwegingen kiezen voor het toepassen van het natuurprodukt kurk als isolatie. Echter het produktieproces van kurk is bepaald niet schoon te noemen. Het produktieproces vreet energie in vergelijking tot andere isolatieprodukten, hetgeen tot uitdrukking moet komen in het voortraject van de LCA, na de energiekosten voor de winning. Bovendien moeten er toeslagstoffen en olieachtige produkten aan het kurk toe worden gevoegd om het duurzaam te maken.”

Concluderend

“Concluderend zou ik zeggen dat het verkeerd is een gebouw op materiaalniveau te beoordelen. Men zou moeten uitgaan van een gebouwniveau. Er moet dus niet alleen worden gekeken naar de produkten die gebruikt worden in en aan een gebouw met betrekking tot hun LCA’s.”

Uit een eerder een onderzoek van Verlind als vertegenwoordiger van Unidekbeheer, samen met TNO-Delft, bleek al dat het energieverbruik in een gebouw en de recyclebaarheid en of slopen het zwaarst wegen voor het energie- en milieuprofiel. Wil men dus echt toe naar duurzaam en milieubewust bouwen, dan dient men eerst te zorgen voor een energiearm gebouw, een energiearme manier van recyclen of slopen en direct daarop naar de duurzaamheid van de te gebruiken materialen in samenhang met de LCA.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels