nieuws

Het dagelijks leven uitvergroot Kunst in stadhuis Den Haag verweven met de context

bouwbreed

Panorama’s van het Spui, marmeren bankjes en een kamerscherm met zilveren randen: dit zijn drie van de vier kunstpoen die de gemeente in samenwerking met Stroom Haags Centrum voor Beeldende Kunst in het nieuwe stadhuis realiseert.

Op 8 september wordt niet alleen een nieuw stadhuis ingewijd, er is dan ook een aantal kunstwerken voor het eerst te zien. Bij de bouw van het stadhuis heeft de gemeente Den Haag een budget gereserveerd voor kunstopdrachten. Tegelijkertijd is er een werkgroep in het leven geroepen waar Lily van Ginneken, directeur Stroom Haags Centrum voor Beeldende Kunst voorzitter van is. Stroom hcbk heeft de gemeente verschillende voorstellen gedaan. Uiteindelijk worden er vier uitgevoerd. Drie poen zijn bij de opening gereed. Aan het vierde, de aankoop van representatieve werken van Haagse kunstenaars, wordt pas na de opening gewerkt.

Zoals gebruikelijk heeft Stroom hcbk kunstenaars opdracht gegeven om voor een bepaalde plek een kunstwerk te maken. Dat kunstwerk mag niet louter decoratie zijn, het moet verweven zijn met de context waar het staat. Dat is ook bij de kunstwerken voor het stadhuis het geval.

De Haagse art-director Ben van Os, beroemd vanwege zijn barokke enscenerening van films van Peter Greenaway, heeft voor de trouwzaal een schitterend kamerscherm plus enkele glazen zuilen ontworpen. Het kamerscherm is halfrond en semi-transparant met verwisselbare datum en gezeefdrukte trouwfoto’s. De zuilen van ongeveer twee meter hoog zijn van glas met een metalen frame. Er ke desgewenst zeer weelderige boeketten in worden geplaatst. In tegenstelling tot zijn eerdere ontwerpen is dit werk zeer ingetogen van karakter. Het past goed in de omgeving. Daar heeft de ontwerper dan ook bewust rekening mee gehouden. Een film van Greenaway is immers iets anders dan een gebouw van Richard Meier.

‘Chaise longue’

Fortuyn/O’Brien is gevraagd een werk te maken voor de wachtruimte van de Sociale Dienst op de eerste verdieping. Daar plaatst de kunstenaar een arrangement van vijftien marmeren elementen waar je ‘min of meer’ op kunt zitten. Het zijn een soort banken, afgeleid van een ‘chaise longue’, die stuk voor stuk verschillend zijn. Ze varieren in kleur, lengte en aantal hoofdkussens. Op de ene bank ke een paar mensen plaatsnemen, op een ander is er slechts voldoende ruimte voor een klein kind. Grappig is dat je vanaf zo’n bankje naar de mensen in de rest van het gebouw kunt kijken, terwijl je tegelijkertijd zelf vanuit het atrium voor andere bezoekers zichtbaar bent. Het heeft iets van kijken en bekeken worden. Daar ligt de kracht van de ‘meubelstukken’ van Fortuyn/ O’Brien. De objecten zijn bijna gebruiksvoorwerpen, maar toch net weer niet. Ze geven je de gelegenheid anders naar de dagelijkse omgeving te kijken.

Panorama

De derde kunstenaar die op verzoek van Stroom hcbk een kunstwerk heeft gemaakt is Marin Kasimir. Ook in zijn werk staat het kijken naar de dagelijkse werkelijkheid centraal. Kasimir koos de garage onder het stadhuis als basisplek voor zijn werk. Op de muur aan de Spui-zijde is over een lengte van 75 meter een panorama-foto van het Spui bij dag te zien. Opvallend is dat de in de garage geparkeerde auto’s als het ware in de foto overlopen: werkelijkheid en beeld versmelten.

Op het eerste gezicht lijkt de foto vooral een snapshot uit de dagelijkse werkelijkheid. Toch heeft de kunstenaar er aardig wat details aan toegevoegd die niet allemaal tegelijk aanwezig waren toen hij de foto’s nam. Het zijn samengestelde beelden. Of anders gezegd, het is een samengestelde dagelijkse werkelijkheid. Er is bijvoorbeeld een begrafenisauto en een moeder met kind aan toegevoegd. Alle facetten van het leven zijn er in terug te vinden zoals deze ook aanwezig zijn in het stadhuis. Behalve het schitterende panorama zijn er in de garage zelf en in het stadhuis op verschillende plekken lichtbakken met fragmenten uit het grote panorama te zien. Deze lichtbakken hangen er niet alleen ter verfraaiing van de omgeving, ze dienen tevens ter orientatie.

Opvallend is dat alledrie de werken duidelijk geent zijn op de functie van de omgeving, op de functie van het stadhuis. In een stadhuis komen allerlei zaken die in het dagelijks leven aan de orde zijn bij elkaar. Aan dat gegeven hebben de drie kunstenaars ieder op eigen wijze vormgegeven. In het werk van Kasimir is die relatie met het stadhuis en zijn talrijke functies het meest hecht. In feite blaast hij de dagelijkse werkelijkheid op, maakt er een vergroting van. En naar een vergroting kijk je altijd beter dan naar de werkelijkheid zelf.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels