nieuws

Geen eenduidige regels voor verklaringen bij ‘Europees’ werk Aannemers ten onrechte geweigerd bij besteding

bouwbreed

Het ministerie van Economische Zaken heeft nog altijd niet alle instanties c.q. organisaties aangewezen, die bevoegd zijn de voor zogenaamde Europese aanbestedingen benodigde verklaringen af te geven. Fiscus en bedrijfsverenigingen zijn al wel bevoegd verklaard verklaringen over belasting resp. sociale verzekeringspremies te verstrekken. Maar voor de overige volgens art. 24 van de Europese richtlijn voor aanbesteding van overheidswerken noodzakelijke verklaringen ontbreekt nog een door de overheid aangewezen instantie.

Dat verklaarde een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken naar aanleiding van een klacht van de Vereniging Grootbedrijf Bouwnijverheid.

Die liet het ministerie weten dat leden op formele gronden van een inschrijving werden uitgesloten omdat ze de gevraagde verklaringen niet konden overleggen.

Artikel 24 van de Europese richtlijn 93/37/EEG vraagt namelijk ten behoeve van de kwalitatieve selectie van de aanbieders verklaringen, waaruit moet blijken dat de desbetreffende onderneming niet is geliquideerd of in staat van faillissement verkeert, surseance van betaling heeft verkregen of voor deze zaken een aanvraag aanhangig is gemaakt.

Ook moet een onderneming een verklaring ke overleggen, waaruit haar ‘professionele integriteit’ blijkt.

Rechtbanken

Deze verklaringen worden in een aantal gevallen door de negentien rechtbanken in ons land afgegeven. Een onderzoek van VGBouw onder deze negentien heeft aangetoond dat sommige rechtbanken dit slechts doen als de bestuurder van de onderneming in eigen persoon zich bij de balie vervoegt met paspoort en een uittreksel uit het handelsregister.

En sommige rechtbanken zijn in het geheel niet bereid dergelijke verklaringen af te geven. Een eenduidige richtlijn in deze ontbreekt nu het ministerie van EZ op dit punt officieel nog geen ‘bevoegde instantie’ heeft aangewezen.

Vast staat inmiddels ook dat geen van de negentien een verklaring van ‘professionele integriteit’ wenst af te geven. Bovendien is het, aldus een woordvoerder van VGBouw, niet helemaal duidelijk wat onder ‘professionele integriteit’ moet worden volstaan. Denkbaar is dat het gaat om ‘verklaringen van goed gedrag’, zoals die door een aantal gemeenten wel worden verstrekt.

Zes adressen

Als aannemersbedrijven bij een rechtbank bot vangen wil men nog wel eens zijn toevlucht nemen tot een verklaring, afgegeven door de Kamer van Koophandel, waaruit in ieder geval duidelijk wordt dat men staat ingeschreven in het Handelsregister.

Maar dat is veelal onvoldoende omdat het Handelsregister passief is en inschrijvingen veelal slechts worden gepleegd dan wel geschrapt op initiatief van de betrokkene.

Om toch voor de ‘Europese’ aanbesteder te ke voldoen aan verklaringen volgens art. 24 a t/m g van de richtlijn laten ondernemers een verklaring door een notaris opstellen. Dat heeft in de praktijk twee bezwaren. De bestuurder moet in eigen persoon verschijnen en de verklaring is slechts drie maanden geldig. En bovendien blijken een aantal aanbesteders de notariele verklaring niet te accepteren.

Zo blijkt het bezoek aan een zestal organisaties of instanties, de fiscus, de bedrijfsvereniging, de rechtbank, het Handelsregister, de gemeente en een notaris, nog niet altijd voldoende om als inschrijver te worden geaccepteerd.

Eenvoudiger

Toch zou, naar het oordeel van het ministerie van Economische Zaken, een notariele actie altijd toereikend moeten zijn. Hoe dan ook, de VGBouw heeft het departement niet alleen gevraagd alle benodigde ‘bevoegde’ instanties aan te wijzen, maar er vooral op aangedrongen te zorgen dat er een veel eenvoudiger regeling komt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels