nieuws

Forse stijging woningbehoefte niet te verwachten Tommel ziet geen noodzaak tot verhogen bouwprogram

bouwbreed

In de nieuwe Trendbrief voor de Volkshuisvesting, die eind 1995 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd, zijn geen dramatische stijgingen te verwachten van de woning- en nieuwbouwbehoefte. De resultaten van het meest recente woningbehoefte-onderzoek vormen voor staatssecretaris Tommel in ieder geval geen aanleiding om nu al het indicatieve nieuwbouwprogramma te verhogen. In de begroting voor 1996 staat hetzelfde bouwprogram als in die van vorig jaar.

Voor 1996 betekent dit dat het ministerie van VROM ervan uitgaat dat er 108.000 woningen zullen worden gerealiseerd, waarvan 25.600 met subsidie. De rest moet in de vrije sector tot stand komen.

Naar prijsklasse betekent dit de bouw van 26.000 woningen van f. 167.000 of minder (waarvan 21.500 gesubsidieerd); 61.000 woningen in de prijsklasse tussen f. 167.000 en f. 238.000 (4100 gesubsidieerd) en 21.000 woningen in de prijsklasse boven f. 238.000. Alleen voor 1997 wordt eenzelfde omvangrijk programma verwacht. In 1998 kan al worden volstaan met 98.000 woningen, om in 1999 uit te komen op 83.000. Voor het jaar 2000 wordt hetzelfde peil aangehouden.

In totaal moeten er voor de periode tot 2005 in ieder geval nog circa 850.000 woningen worden gebouwd, zo wordt in de begroting geconstateerd. Tot het jaar 2000 moeten voor 24.000 woningen extra bouwlocaties worden gevonden, los van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Vinex-uitvoeringscontracten. Aan de betrokken partijen is gevraagd met voorstellen te komen voor (tijdig) geschikte bouwlocaties. Dat heeft inmiddels geleid tot overeenstemming over aanvullende locaties voor in totaal 10.000 woningen.

Optimisme

Volgens Tommel volstaat het huidige bouwprogramma om uiteindelijk in het jaar 2000 uit te komen op een woningtekort van twee procent: de doelstelling uit de Trendbrief van 1993. “De grens van maximaal twee procent tekort in 2000 ligt er nog steeds”, zo zei hij in een toelichting op de begroting, “maar ik zet wel een hele duidelijke streep onder ‘maximaal’. Wat minder zou mij een lief ding waard zijn.”

Tommel acht de grens van twee procent zeer wel haalbaar, maar hij liet in het midden of dit optimisme was ingegeven door de uitkomst van het nieuwe woningbehoefte-onderzoek 1993/1994. De resultaten daarvan, inclusief de vertaling in omvang, differentiatie en regionale verdeling van het woningbouwprogramma, staan in de nieuwe Trendbrief, die begin november van dit jaar naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

In plaats daarvan wees de bewindsman op andere factoren, die maken dat hij optimistisch is over de toekomst: “De Vinex-operatie ligt op schema, de contracten zijn op tijd afgesloten, men is met de uitvoering ervan begonnen, en de corporaties zijn ook druk bezig. Mijn optimisme berust derhalve op de activiteiten om mij heen: op hoofdlijnen loopt het allemaal op schema, waarbij ik overigens wel een kanttekening plaats: naarmate het woningtekort afneemt, zal de planning van nieuwe woningen minder eenvoudig zijn. Daar moeten we rekening mee houden.”

Kwaliteit

De door Tommel veronderstelde voorspoedige gang van zaken rond de woningbouwopgave en het afronden van de verzelfstandiging van de volkshuisvesting maken dat de nadruk nu meer kan komen te liggen op de kwaliteit van de woningvoorraad, zo meldt het ministerie van VROM.

Reden om behalve aan de bouwopgave de prioriteit met name te geven aan de betaalbaarheid van het wonen, de leefbaarheid van buurten en wijken, het duurzaam bouwen, en de huisvesting van ouderen.

Woonverkenningen

Op al deze terreinen acht het ministerie “een vroegtijdige en voortdurende dialoog met het veld” van wezenlijk belang. “Een dialoog”, aldus de begroting, “die gekenmerkt wordt door respect voor de eigen verantwoordelijkheid en door openheid.

Daarbij gaat het niet alleen over de volkshuisvesting in de komende jaren, maar ook over de perspectieven voor de langere termijn.”

De volkshuisvesting krijgt in dat verband te maken met een nieuw verschijnsel: de ‘Woonverkenningen’. Voor de ruimtelijke ordening bestaat al iets dergelijks. De Rijksplanologische Dienst komt immers op gezette tijden met ruimtelijke verkenningen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels